News

heredite-erfelijkheid_940x400

Multiple sclerose: het belang van genetische factoren gerelativeerd

Multiple sclerose (MS) wordt bevorderd door een subtiele combinatie van erfelijke aanleg en omgevingsfactoren, dat is algemeen bekend. Volgens een recente Zweedse studie zouden genetische factoren echter een minder belangrijke rol spelen dan wat de meeste onderzoeken van de afgelopen jaren laten vermoeden.

Reclame

Multiple sclerose en erfelijkheid

Multiple sclerose (MS) hangt niet samen met één enkel gen. De ziekte ontwikkelt zich door een combinatie van genetische kenmerken.
Deze combinatie van genen is soms terug te vinden bij verschillende leden van eenzelfde familie. Vandaar dat de onderzoekers de familiale incidentie van MS bestudeerden, met andere woorden: het risico dat een familielid van iemand met MS eveneens de ziekte krijgt. De onderzoeksgegevens geven een beter beeld van MS en de precieze ontstaansmechanismen.

MS: een Zweedse studie relativeert het aandeel van genetische factoren

Er is al massaal veel onderzoek gevoerd naar het verband tussen MS en genetische factoren. Een recente Zweedse studie* wekt evenwel bijzondere aandacht, omdat ze diverse verschillen vertoont met andere studies:

  • De omvang van de onderzoeksgroep

De onderzoekers baseerden hun studie op het Zweedse nationale rijksregister. Vandaar dat nagenoeg de volledige Zweedse bevolking bij het onderzoek werd betrokken. Daarbij werden meer dan 28.000 gevallen van MS geanalyseerd. Dankzij die ongezien grote onderzoeksgroep konden de klassieke biases (vertekeningen) bij het nemen van een steekproef worden vermeden.

  • De resultaten

Volgens deze Zweedse studie is het relatieve risico op familiale incidentie minder hoog dan wat een aantal onderzoeken van de afgelopen jaren lieten vermoeden:

- Ouders van een MS-patiënt lopen 5 keer meer risico om op hun beurt de ziekte te krijgen, broers of zussen 7 keer meer. Tweedegraadsverwanten (kleinkinderen, neven en nichten) lopen niet méér risico dan personen die geen enkele verwantschapsband vertonen met de patiënt.

- Of de vader dan wel de moeder de ziekte heeft, maakt geen significant verschil uit qua overdrachtsrisico.

- De gemeenschappelijke leefomgeving van de leden van eenzelfde familie zou dan ook geen invloed hebben op de ontwikkeling van MS. Er zouden dus wel degelijk verschillende genen in het spel zijn.

"Deze cijfers zijn lager dan die in andere studies, maar komen wel overeen met de cijfers die ik hanteer in mijn praktijk”, aldus prof. Christian Sindic, neuroloog in de universitaire ziekenhuizen Saint-Luc. En ook al ligt het risico op MS iets hoger bij de naasten van een patiënt, het blijft al bij al relatief laag.

MS: de rol van omgevingsfactoren

Studies over de rol van genetische factoren bij MS onderzoeken daarnaast ook de concordantiegraad tussen eeneiige tweelingen (d.w.z. ‘echte’ tweelingen, die in principe genetisch identiek zijn). “We stellen vast dat deze concordantiegraad varieert naargelang de prevalentie van MS in de bestudeerde regio. Hoe hoger de prevalentie, hoe hoger het risico dat de tweeling van een MS-patiënt op zijn beurt de ziekte krijgt”, vervolgt prof. Sindic. "Er bestaan dus geografische verschillen, en dat bewijst dat externe factoren, die niet rechtstreeks samenhangen met onze genen, een rol spelen bij het ontstaan van MS.”
Vandaar dat prof. Sindic de naasten van MS-patiënten aanraadt om bijzonder veel belang te hechten aan de preventie van deze omgevingsfactoren. “Het goede nieuws is dat een aantal van die factoren kunnen worden beïnvloed, onder meer vitamine D-tekort tijdens de kindertijd of de adolescentie. Daarnaast kunnen we ook inwerken op andere factoren die MS bevorderen, zoals roken en zwaarlijvigheid”, besluit hij.

Reclame
In Video's