Nieuws
Erectiestoornissen bij depressieve patiënten

Erectiestoornissen bij depressieve patiënten

Een depressie kan erectiestoornissen geven en de depressie zo nog versterken! En zo raken patiënten in een vicieuze cirkel.

Depressie en erectiestoornissen: twee interactieve klachten

Een depressie leidt meestal tot een verminderd libido, wat vaak erectiestoornissen als gevolg heeft. En dat kan de depressie nog verergeren! Het is dus een echte vicieuze cirkel!
Omgekeerd kan ook het herhaaldelijk falen in bed op de duur een depressie veroorzaken. Soms ontwikkelt de patiënt obsessieve gedachten over zijn erectieproblemen. Hij voelt zich minderwaardig, in zijn mannelijkheid aangetast en denkt dingen als: «Als ik niet meer kan presteren in bed, ben ik geen man meer. Dan ben ik niets!» Erectiestoornissen wegen net zoals een depressie ook op de relatie. En ook dat verergert het probleem.

Gevolgen van antidepressiva

Ook geneesmiddelen tegen depressies kunnen erectiestoornissen veroorzaken. Een erectie is namelijk een biochemisch complex mechanisme en reageert sterk op medicatie. De angstremmende geneesmiddelen (benzodiazepines) die vaak bij een beginnende depressie worden voorgeschreven, zijn dan weer een mes dat aan twee kanten snijdt! In kleine dosissen toegediend werken ze seksueel bevrijdend, maar bij regelmatige inname of grote dosissen onderdrukken ze het libido eerder.

Hoe een depressie en erectiestoornissen behandelen?

De complexiteit en wisselwerking van beide pathologieën vergt een globale en interdisciplinaire aanpak. Het volstaat dus niet om de depressie, de erectiestoornissen of de relatieproblemen afzonderlijk te behandelen... Alle problemen moeten tegelijk worden aangepakt! De kunst is om te achterhalen op welke prioriteiten het accent moet worden gelegd.
Een orale medicamenteuze behandeling van de erectiestoornissen bijvoorbeeld kan het vrijen en de relatieproblemen wel verbeteren, maar alleen als de erectie en het vrijen als plezierig ervaren worden! Het voorschrijven van medicatie voor erectiestoornissen moet dus altijd kaderen in een psychoseksuologische aanpak.