Overactieve blaas

Diagnose

Aanvullende onderzoeken

Zijn er aanvullende onderzoeken nodig?

In bepaalde gevallen kunnen aanvullende onderzoeken factoren opsporen die een overactieve blaas bevorderen. Of ze kunnen bevestigen dat de incontinentie wel degelijk samenhangt met een overactieve blaas en niet met een andere oorzaak van incontinentie, bijvoorbeeld als gevolg van een inspanning.

Een bacteriologisch onderzoek

Een urinestaal wordt onderzocht op de aanwezigheid van een urine-infectie. Dit onderzoek wordt systematisch uitgevoerd, ook als er geen sprake is van een branderig gevoel bij het plassen.

Een echografie van de urinewegen

Een echografie van nieren, urinewegen en blaas laat zien of een eventuele overdruk in de blaas een weerslag heeft op nieren en urinewegen. Een chronische overdruk in de blaas kan immers op lange termijn tot nierinsufficiëntie leiden.

Een cystoscopie

Met een slangetje dat voorzien is van een camera (cystoscoop) wordt de binnenkant van de blaas doorzocht. Als er bloed in de urine zit, kan dit onderzoek een eventuele tumor opsporen.

Een debietmeting

Bij een uroflowmetrie of debietmeting wordt de plasstraal geregistreerd met sensoren. Daarbij worden de volgende elementen gemeten:

  • het urinevolume;
  • het maximale debiet, wanneer de straal het krachtigst is;
  • het gemiddelde debiet en de straalkracht.

Na dit onderzoek wordt er meestal een blaasechografie uitgevoerd om urineresten op te sporen in de blaas. De blaas moet normaal gezien leeg zijn na het plassen. In elk geval moet het residu minder bedragen dan 100 cc.

Urodynamisch onderzoek

Een urodynamisch onderzoek is niet altijd nodig, maar levert toch waardevolle informatie op. Zo bevestigt het de diagnose van een overactieve blaas door de chaotische en willekeurige samentrekkingen van de blaasspier te registreren.

volgend hoofdstuk lezen

Om medisch nieuws te volgen, abonneer u op de MediPedia nieuwsbrief.
examens-complementaires-onderzoeken-aanvullende
Ziektes van A tot Z