Voorkamerfibrillatie

Diagnose

Het stellen van de diagnose van voorkamerfibrillatie

Onregelmatige pols

Een volledig onregelmatige polsslag, zonder herkenbaar ritmepatroon en die aanhoudt, is een klinisch kenmerk van voorkamerfibrillatie. De Fransen noemen dit “l’arhythmie complète” of volledige afwezigheid van ritme.

Een extrasytole wordt gevoeld als een overslaan van het hartritme: af en toe wordt een onregelmatige polsslag gevoeld, gevolgd door een pauze of een sterkere polsslag.

Elektrocardiogram

Het elektrocardiogram (EKG) is het onderzoek dat voorkamerfibrillatie kan bewijzen. Maar dan moet de opname wel gebeuren op een moment van een episode van voorkamerfibrillatie. In bepaalde gevallen duurt de voorkamerfibrillatie inderdaad slechts enkele minuten of uren en de patiënt is op dat moment niet altijd in het artsenkabinet aanwezig. Bijgevolg is het soms nodig om zijn toevlucht te nemen tot onderzoeken die de elektrische activiteit van het hart over langere tijd registreren.

Holteronderzoek

Een Holter is een draagbaar toestel waarmee het elektrocardiogram continu kan gemeten worden. Meestal wordt het voor 24 uur aangebracht, maar het kan ook voor langere tijd. De plakkers, zoals voor een gewoon elektrocardiogram, worden aangebracht en verbonden met een doosje dat aan riem kan worden meegedragen. De zo gemaakte hartfilm kan later afgelezen worden. Soms vraagt de arts om tegelijkertijd de fysieke activiteiten te noteren. Zo kunnen eventueel factoren die voorkamerfibrillatie in gang zetten, opgespoord worden.

Andere diagnosemiddelen

Met een eventrecorder wordt het hartritme alleen gemeten als daartoe een opdracht gegeven wordt. Het principe is hetzelfde als van de Holter, maar voor registratie van het elektrocardiogram moet de patiënt op een knop drukken, en dat doet hij als hij denkt dat hij een episode van voorkamerfibrillatie heeft.

Nog andere mogelijkheden om het hartritme continu te meten zijn implanteerbare hartmonitoren of continue registratie van het elektrocardiogram tijdens een hospitalisatie.

Echocardiografie

Echocardiografie gebruikt ultrasons om een beeld te maken van het bewegende hart. Het onderzoek is pijnloos en niet-belastend voor de betrokkene. Dit onderzoek is onontbeerlijk om de oorzaak van voorkamerfibrillatie op te sporen. Een hartklepprobleem of hartfalen (als het hart moeite heeft om een voldoende hoeveelheid bloed naar het lichaam te sturen) worden met echocardiografie zichtbaar.

De echocardiografie kan vervolledigd worden door een onderzoek met een sonde die ingeslikt wordt en in de slokdarm (oesofagus) zit. Doordat deze sonde dan heel dicht bij de linkervoorkamer is, kan men beter de bloedstolsels of bloedklonters (trombi) zien die zich al zouden gevormd hebben. Vaak zitten deze in de linkervoorkamer.

Elektrofysiologisch onderzoek

Nadat de vorige onderzoeken voorkamerfibrillatie aangetoond hebben, brengt een elektrofysiologisch onderzoek niet veel meer bij voor de diagnose. Met dit onderzoek kan de cardioloog echter precies bepalen waar de abnormale zone die voorkamerfibrillatie uitlokt, zich bevindt en desnoods therapeutisch ingrijpen.

Geschreven door Dr Michelle Cooremanvolgend hoofdstuk lezen

Om medisch nieuws te volgen, abonneer u op de MediPedia nieuwsbrief.
diagnostic-fibrillation-auriculaire-diagnose-voorkamerfibrillatie_180x180
In Video's
De hartfrequentie
Reclame
Ziektes van A tot Z