Voorkamerfibrillatie

Behandeling

Risico op complicaties beperken

Kans op herval van paroxismale voorkamerfibrillatie verminderen

Voorkamerfibrillatie is een chronische ziekte.

De kans op herval is vrij groot bij paroxismale voorkamerfibrillatie (voorkamerfibrillatie die minder dan zeven dagen duurt). Vaak is men na een eerste episode niet zozeer bezorgd of een tweede episode gaat volgen, maar wanneer die volgende episode zich gaat voordoen. Een behandeling moet dus ingesteld worden om zowel mogelijk levensbedreigende complicaties te vermijden als het aantal episoden van voorkamerfibrillatie zo laag mogelijk te houden.

Risico op een bloedklonter (trombus) vermijden

Bij voorkamerfibrillatie gaat de eerste bezorgdheid uit naar het vermijden van trombusvorming. Als er geen klonters kunnen gevormd worden, kan er ook geen embool loskomen en zich naar de hersenen begeven. Dit is mogelijk met een antistollingsbehandeling, zogenaamde bloedverdunners. Maar omdat deze geneesmiddelen ook vervelende bijwerkingen kunnen hebben, zal het risico op een trombus en op een embool eerst ingeschat moeten worden. Een antistollende behandeling moet hier echter steeds overwogen worden.

Bloedverdunners: een evenwicht tussen risico op embolen en bloedingen

Een antistollende behandeling moet steeds overwogen worden bij patiënten met voorkamerfibrillatie. De meest gevreesde bijwerking van antistollingsmiddelen (bloedverdunners) zijn bloedingen (in de hersenen maar ook elders). Nadat men afgewogen heeft of een antistollingsmiddel noodzakelijk is, moet men het risico op een bloeding afwegen tegen het voordeel van het antistollingsmiddel, namelijk het voorkomen van een klonter. Bij een laag risico op bloedingen en een hoog risico op trombusvorming, kunnen antistollingsmiddelen redelijkerwijze veilig gebruikt worden.

Nieuwe orale antistollingsmiddelen

Naast aspirine, zijn er specifieke antistollingsmiddelen (anticoagulantia) beschikbaar om de vorming van een trombus te verhinderen. De meest bestudeerde antistollingsmiddelen zijn de vitamine K-antagonisten. Het gebruik ervan gaat echter gepaard met tal van ongemakken. Zo is de werking onvoorspelbaar en moet men opletten met onder andere voeding, alcohol en andere medicatie. Gezien deze producten moeilijk gecontroleerd raken, is het noodzakelijk frequent bloed te laten prikken en te controleren of de dosis moet worden aangepast.

Maar nieuwe orale antistollingsmiddelen werden onlangs op de markt gebracht. Deze nieuwe bloedverdunners zijn even werkzaam als of werkzamer dan vitamine K-antagonisten, met een overwegend verglijkbaar aantal bloedingen maar vooral minder ernstige bloedingen, namelijk hersenbloedingen, de meest gevreesde complicatie van een antistollende behandeling.

Bovendien zijn zij gebruiksvriendelijker omdat de dosis altijd dezelfde is (vaste dosis) en dus is bloedcontrole niet nodig. Wel is extra voorzichtigheid geboden bij mensen met nierfalen.

Globale aanpak van de hartziekte

Patiënten met voorkamerfibrillatie moeten een globale aanpak krijgen: hoge bloeddruk, diabetes, preventie van recidief van voorkamerfibrillatie zijn factoren die allemaal moeten aangepakt worden bij een patiënt met voorkamerfibrillatie.

Geschreven door Dr Michelle CooremanHet volgende artikel lezen

Om medisch nieuws te volgen, abonneer u op de MediPedia nieuwsbrief.
limiter-risques-complications-risico-complicaties-beperken_180x180
In Video's
De hartfrequentie
Reclame
Ziektes van A tot Z