backtotop
Nieuws
Cardiovasculaire ziekten: de invloed van LDL-cholesterol

Cardiovasculaire ziekten: de invloed van LDL-cholesterol

Vandaag is het duidelijk dat er een verband is tussen cardiovasculaire ziekten en LDL-cholesterol, ook wel 'slechte cholesterol' genoemd. Het bewijs: een verlaging van de LDL-cholesterol heeft een gunstig effect op de slagaders. Maar hoe valt dat te verklaren?

"Cholesterol is een vet dat in het bloed circuleert, in de vorm van verschillende deeltjes en vooral LDL-lipoproteïnen", legt prof. Olivier Descamps, endocrinoloog in het Hôpital de Jolimont, uit. "Die LDL-deeltjes kunnen door de binnenwand van de slagaders dringen en daar blijven vastzitten. Uiteindelijk oxideren ze en worden ze lichaamsvreemde stoffen. Het is dan de rol van de macrofagen om die stoffen op te ruimen. Bij een hoge hoeveelheid cholesterol kunnen de macrofagen echter niet alle cholesterol uit de LDL-deeltjes verwerken. Dan hopen de macrofagen de cholesterol op en ten slotte 'sterven' ze. Vervolgens zet de cholesterol zich af op de wand van de slagaders en begint er een chronische ontstekingstoestand. Daarna komen er weer nieuwe macrofagen, samen met lymfocyten. Uiteindelijk ontstaat er een soort van abces in de slagaderwand, 'atheroom' genoemd. De nieuwe LDL-deeltjes die steeds blijven komen, houden het ontstekingsproces in stand. Het atheroom blijft maar groeien, tilt de slagaderwand op en vormt een soort van plaque."

Wat zijn de gevolgen voor de kransslagaders?

Na verloop van tijd zijn er twee evoluties mogelijk in de kransslagaders, die het hart van bloed voorzien:

• ofwel wordt de plaque zodanig groot dat ze uiteindelijk de binnendiameter van de slagader verkleint. Dat heet stenose. Het gevolg: bij inspanning kan de bloedstroom in de kransslagaders niet meer voldoende zuurstof leveren aan de hartspieren. Dat fenomeen heet ischemie en veroorzaakt pijn op de borst: angina pectoris.

• ofwel zal de plaque, die fragiel is door de chronische ontsteking, scheuren. Als het bloed in aanraking komt met die scheur, zullen de bloedplaatjes onmiddellijk reageren en een bloedstolsel vormen dat de slagader in slechts een paar seconden helemaal afsluit (arteriële trombose). Het gevolg: necrose van het hartspierweefsel door een gebrek aan zuurstof. Dat is een hartinfarct.

Bewijzen die het schadelijke effect van LDL-cholesterol bevestigen

Uit talrijke studies blijkt dat er een verband is tussen LDL-cholesterol en hart- en vaatziekten.

"Het eerste overtuigende bewijs werd al in 1912 geleverd, toen de aanwezigheid van LDL-cholesterol in atheroomplaques werd aangetoond", vertelt prof. Descamps. "Vervolgens nam het epidemiologisch bewijs enkel maar toe. Zo hebben mensen die een hartinfarct hebben gehad een hoger LDL-cholesterolgehalte. Of het nu gaat om statines (die de aanmaak van cholesterol verminderen), ezetimibe (die de opname van cholesterol in de darmen remt) of monoklonale antilichamen zoals PCSK9 (die de lever helpen cholesterol te elimineren), alle geneesmiddelen die de LDL-cholesterol verlagen, verminderen het aantal hart- en vaatziekten. En dan zijn er ook nog de genetische factoren: mensen met genetische varianten die de LDL-cholesterol vanaf de geboorte verhogen (familiaire hypercholesterolemie) hebben gedurende hun hele leven meer hart- en vaatziekten. Omgekeerd geldt hetzelfde: varianten die het LDL-gehalte verlagen, zorgen voor minder hartinfarcten en minder angina pectoris."

Voorkomen van hart- en vaatziekten: er bestaan oplossingen

Het goede nieuws is dat het fenomeen kan worden omgekeerd. Als de LDL-cholesterol kan worden verlaagd tot onder de 70mg/dl, dan nemen de atheroomplaques af. Ze verminderen in grootte, omdat ze niet meer gevoed worden door de komst van nieuwe cholesteroldeeltjes. De ontsteking neemt dan af en de plaque vermindert in volume. Als je weet dat het normale gehalte 130mg/dl bedraagt, dan is het wel zo dat verminderen tot die zeer lage niveaus enkel bedoeld is voor mensen die al hartproblemen hebben gehad. Op die manier geeft men hen een betere overlevingskans.