Zooms
Wat is de eicelvoorraad of ovariële reserve?

Wat is de eicelvoorraad of ovariële reserve?

De ovariële reserve is de voorraad eicellen in de eierstokken van een vrouw op een bepaald moment van haar leven. Die reserve geeft een goed beeld van haar kansen om, ondanks haar subfertiliteit, toch een kind ter wereld te brengen.

Reclame

De ovariële reserve komt overeen met het aantal eicellen in de primordiale follikels die zich op een specifiek levensmoment in de eierstokken bevinden. De follikels zijn structuren in de vorm van zakjes. Ze zitten in de eierstokken, waarin zich de eicellen ontwikkelen. Ze evolueren in de loop van de tijd en maken verschillende stadia door: primordiaal, primair, secundair, preantraal, antraal en De Graaf.

Ovariële reserve en vruchtbaarheid

In tegenstelling tot de man, die vanaf de puberteit continu nieuwe zaadcellen aanmaakt, daalt bij de vrouw het aantal follikels met de leeftijd. De beginvoorraad wordt aangelegd tijdens het intra-uteriene leven (in de baarmoeder), en loopt vanaf de vijfde maand van de zwangerschap op tot 5 à 7 miljoen follikels. Bij de geboorte daalt dit cijfer tot 1 à 2 miljoen, tijdens de puberteit tot 400.000, op 40 jaar tot 10.000 en in de menopauze tot 1000. Deze ovariële reserve geeft de kansen weer om zwanger te geraken. Hoe hoger ze ligt, hoe beter de eierstokken reageren op hormonale stimulatie in het kader van een vruchtbaarheidsbehandeling. Wanneer ze zeer hoog is, gaat ze echter vaak gepaard met het zogenaamde polycysteus-ovariumsyndroom (PCOS) en dus met anovulatie (het wegvallen van de eisprong).

Waarom de ovariële reserve evalueren?

Meting van de ovariële reserve maakt het mogelijk om het vermogen van de eierstokken te ramen om te reageren op stimulatie. Zo’n meting gebeurt echter alleen in specifieke situaties, zoals:

  • Een onvruchtbaarheidsbalans
  • Evaluatie van de respons op ovariële stimulatie vóór medisch begeleide voortplanting (MBV)
  • De follow-up van patiëntes met risico op vroegtijdig eierstokfalen, en balans vóór de procedure inzake vruchtbaarheidsbehoud.

Hoe gebeurt de evaluatie?

Er bestaan twee onderzoeken om de ovariële reserve te evalueren:

  • Een hormonale dosering: de follikelvoorraad wordt bestudeerd door middel van analyse van verschillende hormonen, via een bloedafname:
    • Het Anti-Müller-Hormoon is de beste indicator. Het kan op elk moment van de menstruele cyclus gemeten worden. Hoe hoger de concentratie, hoe lager de eicelvoorraad en hoe zwakker de respons op een eventuele stimulatie (medisch begeleide voortplanting). Als het AMH-gehalte niet opspoorbaar is, kan dat wijzen op ovariële insufficiëntie.
    • Het follikelstimulerend hormoon (FSH) brengt de groei en de rijping van de follikels op gang. Het wordt gedoseerd tussen de derde en de vijfde dag van de menstruele cyclus. Een hoge concentratie kan wijzen op ovariële insufficiëntie.
  • Een endovaginale echografie: is een methode om het aantal antrale follikels te tellen (lengte: tussen 2 en 10 millimeter). Ligt dat aantal hoog, dan is er mogelijk sprake van een polycysteus-ovariumsyndroom , met een verhoogd risico op ovariële hyperstimulatie in het kader van een vruchtbaarheidsbehandeling. Bij een lage concentratie is de ovariële reserve mogelijk aangetast en zal de reactie op de stimulatie vermoedelijk zwak zijn. Een dergelijke echografie wordt uitgevoerd buiten een context van contraceptie, rond de tweede of de derde dag van de menstruele cyclus.

Buiten een context van onvruchtbaarheid blijken de AMH-concentratie en het aantal antrale follikels geen voorspellende waarde te hebben voor de kans op zwangerschap. Leeftijd blijft de belangrijkste negatieve factor voor een (spontane of begeleide) zwangerschap, ongeacht of de ovariële reserve nu gunstig is of niet.

Reclame