Nierinsufficiëntie

Behandeling

Reacties op een transplantatie

Een meestal snel herstel

Een niertransplantatie is een eenvoudige ingreep. De patiënt mag meestal al na enkele dagen opstaan, en in 75% van de gevallen werkt de nieuwe nier al na drie of vier dagen. Het ziekenhuisverblijf duurt meestal twee tot drie weken.

Afstoting voorkomen

Na een niertransplantatie moet de patiënt levenslang geneesmiddelen nemen om afstoting van de nieuwe nier te voorkomen. Deze medicijnen onderdrukken het afweersysteem en minimaliseren de kans op afstoting. Toch hebben ze een nadeel: ze verhogen de vatbaarheid voor infecties en het risico op bepaalde kankers, huidkanker met name. Sedert enkele jaren bestaan er ook anti-afstotingsmiddelen met antiproliferatieve eigenschappen die dus een kankerbestrijdende werking hebben (mTOR-inhibitoren). Er kunnen nog andere bijwerkingen optreden, maar de meeste patiënten kunnen er goed mee leven. Bovendien worden deze geneesmiddelen steeds beter verdragen.

Gemengde gevoelens

Soms voelt de patiënt zich leeg of down na een geslaagde niertransplantatie. Hij heeft nu eindelijk meer levenskwaliteit, maar de transplantatie confronteert hem ook weer met het verleden, toen zijn leven nog beheerst werd door zijn chronische ziekte. Het komt er nu op aan een nieuwe impuls te geven aan zijn leven. Alleenstaanden hebben het na afloop soms ook moeilijk met het verlies van sociaal contact met de andere patiënten in het dialysecentrum.

Geschreven door Dr Peter Mareenvolgend hoofdstuk lezen

Reclame
Om medisch nieuws te volgen, abonneer u op de MediPedia nieuwsbrief.
Reclame
In Video's