Nieuws

Opsporing van nierinsufficiëntie

Nierinsufficiëntie heeft aanvankelijk slechts vage symptomen, zoals vermoeidheid of gebrek aan eetlust. Hoe kunt u dan met zekerheid weten of er sprake is van nierfunctiestoornissen? Wanneer moet u een arts raadplegen? Wanneer is een opsporingstest nodig? Ziehier een bondig antwoord op enkele essentiële vragen...

Reclame

Risicogroepen

Nierinsufficiëntie is het onherstelbare verlies van de nierfuncties, waarbij de nefronen geleidelijk vernietigd worden. De ziekte manifesteert zich wanneer nog slechts één derde van de nefronen werkt. Vóór die fase zijn de symptomen zeldzaam of vaag, en is het moeilijk om uit te maken of het nu al dan niet gaat om nierinsufficiëntie. Toch volstaat een eenvoudige bloedanalyse om de ziekte op te sporen.

Risicogroepen zoals diabeten, patiënten met hoge bloeddruk en mensen met urinewegproblemen worden meestal goed gevolgd en regelmatig getest op nierinsufficiëntie. Maar hoe zit het met de anderen? Wanneer hebben zij een opsporingstest nodig?

Sommige symptomen kunnen u naar een arts doen stappen…

In het begin

• De patiënt krijgt geleidelijk last van vermoeidheid bij inspanningen, heeft weinig eetlust en moet vaker urineren dan normaal.

• Soms krijgt hij hoge bloeddruk of ontstaan er oedemen.

Vervolgens kunnen optreden:

  • Zware vermoeidheid
  • Spijsverteringsstoornissen (eetlustverlies, afkeer van vlees, misselijkheid, braken)
  • Vermageren
  • Krampen en tintelingen in de benen, vooral 's nachts
  • Jeuk die zeer hinderlijk kan zijn
  • Slaapstoornissen.

 

Proteïnurie

Soms brengt een urineteststrookje albumine aan het licht. Aanwezigheid van een eiwit als albumine in de urine is abnormaal. Het is een signaal dat een bloedanalyse vereist, om eventuele nierinsufficiëntie op te sporen. Deze onderzoeken waren vroeger courant in het leger en worden nog altijd vaak uitgevoerd in de scholen.

Vanaf 60 jaar

Vanaf 60 jaar is het aan te raden om zich te laten testen op nierinsufficiëntie. Aangezien het om een gewone bloedafname gaat, kan die test samen gebeuren met de meting van het cholesterol- en het bloedsuikergehalte, tests die veel vaker gebeuren. Daarbij wordt de concentratie creatinine in het bloed gemeten. Normaal gezien wordt creatinine uitgescheiden in de urine, maar bij nierinsufficiëntie gebeurt dat trager dan normaal, waardoor het creatininegehalte stijgt. Als het te hoog is, zijn bijkomende bloed- en urineonderzoeken nodig.

Preventie

Als nierinsufficiëntie tijdig opgespoord wordt, kan er een behandeling opgestart worden om de resterende nierfunctie zo lang mogelijk te behouden. Er bestaan een reeks maatregelen om de dialyse uit te stellen, met name nierbeschermende geneesmiddelen en een specifiek dieet dat strikt gevolgd moet worden.

Judith Lachterman.

Reclame
In Video's