News

nouveaux_traitement-63427CORRGB1

Nieuwe therapieën voor patiënten met verhoogd risico op afstoting

Bij een deel van de patiënten die op een niertransplantatie wachten, produceert het lichaam antistoffen die het getransplanteerde orgaan zullen aanvallen. Dankzij de gecombineerde inzet van nieuwe therapieën zouden bij deze patiënten met een verhoogd risico op afstoting meer niertransplantaties kunnen worden uitgevoerd.

Reclame

In België loopt 20 tot 25% van de patiënten die op een niertransplantatie wachten een verhoogd risico op afstoting. Hun lichaam produceert antidonor antilichaampjes, het merendeel zogeheten anti-HLA-antilichaampjes. Deze antistoffen vallen het getransplanteerde orgaan aan en kunnen dat binnen enkele uren na de operatie vernielen. Antidonor antilichamen verschijnen meestal na herhaaldelijke bloedtransfusies, na een zwangerschap of na een eerdere transplantatie.

Moeilijk om een geschikte donor te vinden

Om zeker te weten dat een patiënt een transplantatie kan ondergaan zonder acuut risico op afstoting voeren artsen een zogeheten crossmatch uit. Met deze test worden de cellen van de donor en het bloed van de ontvanger onderzocht op hun compatibiliteit. Een positieve test wijst op de aanwezigheid van antistoffen die schadelijk zijn voor de nier. In dat geval kunnen de artsen de transplantatie niet uitvoeren. Wat is precies het probleem' Hoe meer antistoffen de patiënten produceren, hoe moeilijker het wordt om voor hen een orgaan te vinden dat compatibel is. De wachttijd voorafgaand aan de transplantatie kan zo oplopen tot meer dan 5 jaar.

Nieuwe therapieën combineren voor betere resultaten

Gelukkig zijn er nu nieuwe types van therapieën die hoop bieden voor deze patiënten. Dr. De Meyer, nefroloog aan de universitaire ziekenhuizen Saint Luc in Brussel, legt uit: "er bestaan op dit moment 3 types van behandelingen waarmee we de ontvanger kunnen desensibiliseren en dus de hoeveelheid antistoffen in zijn lichaam kunnen verminderen. We sturen het bloed door een machine, zoals bij een dialyse. Tijdens deze plasmaferese worden de antidonor antistoffen van de patiënt automatisch verwijderd. Een andere mogelijkheid zijn intraveneuze inspuitingen van immunoglobulinen. En vorige zomer is er ten slotte nog een studie verschenen van onderzoekers van Cedars-Sinaï waarin wordt aangetoond dat rituximab, een geneesmiddel dat gebruikt wordt bij de behandeling van kanker, de productie van antistoffen bij deze patiënten naar omlaag haalt."

Officiële erkenning in zicht?

Deze technieken zijn stuk voor stuk hoopgevend, alleen zijn ze jammer genoeg niet gemakkelijk te krijgen. De drie therapieën zijn door het Riziv ook nog niet erkend als aangewezen voor de transplantatie van organen. "In België gelden grote beperkingen voor het gebruik van deze therapieën van desensibilisatie, ook al zijn ze voorhanden en ook al weten we dat ze doeltreffend kunnen zijn."

Stéphanie Paillet

Reclame
In Video's