News

Niertransplantatie: tussen hoop en vrees

Hoelang ga ik nog moeten wachten? Kan ik wel een nier aanvaarden van een overleden persoon? Wat als de nier afgestoten wordt? Patiënten die op de wachtlijst komen voor een niertransplantatie, zitten automatisch met heel wat vragen.

Reclame

Tussen hoop en vertwijfeling

Dialyse is voor veel patiënten een vorm van vrijheidsverlies, terwijl ze dankzij een transplantatie weer een normaal of toch zo goed als normaal leven kunnen leiden. De weg naar een transplantatie is echter lang, soms zelfs zeer lang. In België bedraagt de gemiddelde termijn 2 jaar. "In het begin durfde ik niet buitenkomen, zo bang was ik om het verlossende telefoontje van het ziekenhuis te missen. Na weken en zelfs maanden wachten geloofde ik er echter niet meer in. Ik werd prikkelbaar, was niet meer gemotiveerd om mijn geneesmiddelen te nemen en hield me niet meer aan mijn dieet", zo vertelt de 56-jarige Mia. "Zonder de steun van mijn omgeving had ik de strijd wellicht opgegeven." Ongeveer anderhalf jaar na haar inschrijving op de wachtlijst wordt ze om drie uur 's nachts opgebeld door haar nefroloog. "Ik had alle hoop opgegeven, maar nu was ik twee uur later al in het ziekenhuis. Ik besefte niet wat mij overkwam." Het verhaal van Mia bewijst het: de omgeving speelt een cruciale rol om er de moed in te houden bij de patiënt.

Terug naar af?

Het langverwachte telefoontje maakt echter niet altijd een eind aan de angsten en/of twijfels. Patiënten die op een nieuwe nier wachten, zijn niet alleen bang voor de ingreep en de gevolgen ervan, maar ook voor eventuele complicaties. Want zelfs als er de weken na de operatie geen afstotingsverschijnselen zijn, is de strijd nooit gewonnen. De jaren nadien kan er immers altijd een zogenaamde allograft- of transplant-nefropathie optreden. In dat geval moet de patiënt opnieuw aan de dialyse, iets waar niet alleen hijzelf, maar ook zijn omgeving het soms heel moeilijk mee heeft. De naasten worden in de periode vóór de transplantatie zwaar belast en spelen vaak tegen wil en dank de rol van ziekenoppas. Zowel voor henzelf als voor patiënten bij wie een transplantatie mislukt, kan psychologische begeleiding heilzaam zijn.

Een nieuwe nier aanvaarden: niet evident

De 27-jarige Katrien kreeg zes maanden geleden een nier van haar vader. "Het idee om een orgaan van iemand anders in zich te dragen, is sowieso al moeilijk te aanvaarden, maar als dat orgaan ook nog eens afkomstig is van een familielid, kan dat de zaken nog compliceren. Ik vond het idee dat mijn vader 'door mijn schuld' had moeten lijden, ondraaglijk", vertelt de jonge vrouw. "Sinds mijn transplantatie op 20 juni 2007 zit ik elke dag met schuldgevoelens tegenover hem. Ik neem het mezelf enorm kwalijk dat ik hem zoiets heb aangedaan." Een transplantatie doet inderdaad niet alleen ethische vragen rijzen, maar kan de patiënt ook met een schuldcomplex opzadelen. "Wie ben ik om op de dood te hopen van een mogelijke donor?" "Heb ik wel het recht om de gezondheid van een naaste in gevaar te brengen door hem een nier te doen afstaan?" Een transplantatie is met andere woorden bedreigend voor de identiteit en de integriteit van de ontvanger, ongeacht of het om een levende donor gaat of niet. En ook al "adopteren" de meeste patiënten dit lichaamsvreemde orgaan zonder al te veel moeite, het gevaar bestaat dat ze zich in hun identiteit aangetast voelen of zelfs "bezeten" voelen door de donor.

Aurélie Bastin

Reclame
In Video's