News

Hyperparathyreoïdie: een complicatie van nierinsufficiëntie

Secundaire hyperparathyreoïdie is een oorzaak van botbroosheid en wordt gekenmerkt door de overmatige productie van parathormoon (een hormoon dat calcium kan vrijmaken door de botten "aan te vreten", maar dat ook de activatie van vitamine D door de nieren en de uitscheiding van fosfor in de urine stimuleert). Een overzicht van enkele preventieve en therapeutische strategieën...

Reclame

Secundaire hyperparathyreoïdie is een complicatie van nierinsufficiëntie die optreedt wanneer de nieren niet meer genoeg fosfor kunnen uitscheiden en/of wanneer het gehalte geactiveerde vitamine D en bloedcalcium te laag wordt. Dr. Pochet, neuroloog in het Sint-Elisabethziekenhuis in Namen, legt uit: "In het beginstadium van nierinsufficiëntie brengen de bijschildklieren het gehalte geactiveerde vitamine D, calcium en fosfor weer in evenwicht door meer parathormoon te produceren". Tot dan is hyperparathyreoïdie dus veeleer een positief mechanisme.

Bij overdaad moeten de botten het ontgelden

In het terminale stadium van nierinsufficiëntie treden er echter complicaties op: "Wanneer de patiënt aan de dialyse moet, is zijn nierfunctie zo verzwakt dat de calcium-fosforbalans verstoord raakt door de overmatige productie van parathormoon", vervolgt dr. Pochet. "Het calciumgehalte in het bloed is dus te laag, terwijl de fosfor- en parathormoonspiegels pijlsnel stijgen." Secundaire hyperparathyreoïdie verloopt meestal zonder symptomen, maar verzwakt toch aanzienlijk de botstructuur, zonder dat dit systematisch breuken veroorzaakt. Hyperparathyreoïdie kan ook bloedarmoede en hoge bloeddruk verergeren. Het is dus belangrijk dat ze behandeld wordt.

In predialyse moet preventie centraal staan!

- De patiënt moet in de eerste plaats zijn fosforconsumptie (uit voeding) verminderen, een eiwit- en melkproductarm dieet volgen en tegelijk bier, cola en andere frisdranken vermijden.

- Ook calciumsupplementen kunnen nuttig zijn, maar dan wel niet in te hoge dosis. Deze supplementen verhogen immers het calciumgehalte in het bloed, en als ze niet opgenomen worden door de darmen, komt het fosfor in de stoelgang terecht.

- Bij een tekort aan niet-actieve vitamine D (uit voeding en door blootstelling van de huid aan zon) moet de patiënt supplementen nemen, zodat de nieren toch nog zo veel mogelijk vitamine D activeren als ze nog niet volledig "buiten dienst" zijn.

Er zijn nieuwe "dialysewapens" beschikbaar

Toediening van calcium en vitamine D normaliseert het calciumgehalte in het bloed, maar niet altijd het fosforgehalte. Vandaar dat deze behandeling in sommige gevallen gecombineerd moet worden met fosfaatbinders die geen calcium bevatten, zoals sevelamer (Renagel) en lanthane (Fosrenol). Een nieuw middel is cinacalcet (Mimpara): het vermindert de parathormoonsecretie en het calcium- en fosforgehalte in het bloed. Houdt de hyperparathyreoïdie evenwel aan, dan is een operatie noodzakelijk: parathyreoïdectomie of het verwijderen van de bijschildklieren.

Niertransplantatie: een mirakeloplossing?

"Na een geslaagde transplantatie werken de nieren weer normaal en zouden de hyperparathyreoïdie-problemen van de baan moeten zijn", aldus nog dr. Pochet. "Maar als de bijschildklieren eenmaal 'geprogrammeerd' zijn om meer parathormoon te produceren, kunnen ze helaas niet altijd meer 'terug'. Vandaar dat bij sommige getransplanteerden de bijschildklieren overmatig werken." Vandaag wordt in dat geval meestal gekozen voor parathyreoïdectomie. Toch zijn er ook studies aan de gang om na te gaan welke rol cinacalcet kan spelen bij de behandeling van hyperparathyreoïdie na transplantatie.

Aurélie Bastin, met medewerking van dr. Pochet, nefroloog in het Sint-Elisabethziekenhuis van Namen.

Reclame
In Video's