News

Hantavirus: pas op voor knaagdieren

Het hantavirus kan je ernstige nierproblemen bezorgen. Let vooral op voor kleine knaagdieren, meer bepaald de rosse woelmuis. In België komen elk jaar steeds meer gevallen voor.

Reclame

Het hantavirus staat eigenlijk voor een familie van virussen. In België en West-Europa komt het Puumala hantavirus het vaakste voor. Een besmetting met het virus veroorzaakt een plotse hoge koorts, hoofdpijn, vermoeidheid, pijn in de buik of de lendenen, misselijkheid en soms gezichtsstoornissen. De symptomen doen zich ongeveer 1 tot 4 weken na de besmetting voor. In de meeste gevallen zorgt het virus ook voor ernstige nierinsufficiëntie.

Van knaagdieren tot mensen

Het virus wordt niet van mens tot mens overgedragen. Patiënten lopen de ziekte op via het inademen van of door contact met virusdeeltjes afkomstig uit de uitwerpselen van besmette dieren, of door een beet van een besmet dier. In België gaat het meestal om de rosse woelmuis. Het knaagdier is 8 tot 12 centimeter groot en heeft een rossige pels. Het houdt zich vooral op in een bosrijke omgeving, aan de rand van bossen en heggen waar veel onderhout voorkomt.

Steeds meer gevallen

In de provincies Namen, Luxemburg en Luik zijn in het verleden de meeste gevallen vastgesteld bij. “Van 1990 tot 1999 merkten we elke drie jaar een piek over de honderd gevallen”, zegt Paul Heyman van het Reseach Laboratory for Vector-Borne Diseases van het ministerie van Defensie, dat tevens als referentielab voor hantavirusinfecties in België fungeert. “Tussen 2000 en 2005 werd dat tweejaarlijks. Nu hebben we elk jaar ruim 150 gevallen, met een uitschieter van 372 in 2005. Waarschijnlijk zit de klimaatswijziging er voor iets tussen. Dankzij de mildere temperaturen produceren eiken en beuken meer voedsel voor de knaagdieren.”

Gevallen van hantavirusinfectie doen zich vooral voor bij overbevolking van de knaagdierenpopulatie of bij een zware infectie bij de knaagdieren. Geïnfecteerde dieren zijn zelf niet ziek, maar ze kunnen wel het virus overdragen. Vooral mensen die in bossen werken, bijvoorbeeld een boswachter of een houthakker, lopen risico op hantavirusinfectie. Sporadisch joggen of wandelen in een bos houdt geen specifiek groter risico in. Voorzorgsmaatregelen bestaan uit het dragen van rubberen of plastic handschoenen, en met de rug naar de wind gaan staan bij het aanraken van knaagdieren, hun nest, hun uitwerpselen, aarde of hout.

Genezing na twee tot drie weken

Qua behandeling volstaan meestal pijnstillers of analgetica tegen de hoofdpijn. Wel kiezen patiënten best voor pijnstillers die paracetamol bevatten. Niet-steroïde anti-inflammatoire middelen (aspirine) zijn niet aangewezen in het geval van een hantavirusinfectie. In ieder geval raadplegen patiënten best een arts.

Bij ernstige nierproblemen kan de patiënt geholpen worden met een nierdialyse. Patiënten genezen meestal twee tot drie weken na de eerste symptomen. Toch kan de patiënt zich nog lange tijd vermoeid voelen. Het mortaliteitscijfer bedraagt in België kleiner dan één procent van de gevallen. Eens de ziekte doorgemaakt, zijn patiënten immuun voor de ziekte dankzij de aangemaakte antistoffen.

Pieter Segaert

Reclame
In Video's