News

Een vleugje hoop voor transplantatiepatiënten

Het onderzoek naar geneesmiddelen die men immunosupressoren noemt, maakt grote stappen vooruit en zou voor een heuse revolutie kunnen zorgen in het dagelijks leven van transplantatiepatiënten. Het doel is het beperken van de neveneffecten van behandelingen en het verbeteren van de doeltreffendheid ervan op lange termijn.

Reclame

Een getransplanteerd orgaan wordt door het organisme gezien als een lichaamsvreemd object, dat net zoals een microbe of een virus betreden moet worden. Daarom wordt het orgaan automatisch vernietigd door de lymfocyten, witte bloedcellen die aangemaakt worden door het immuunsysteem om het organisme te beschermen tegen externe agressies. Er zijn twee manieren om de overlevingskansen van het getransplanteerde orgaan te bevorderen.

Chemische of biologische actieve bestanddelen

“Bovenop de basisbehandeling die bestaat uit het toedienen van chemische actieve stoffen die verhinderen dat de lymfocyten zich gaan vermenigvuldigen, moeten er in sommige gevallen ook antistoffen toegediend worden die de werking van diezelfde lymfocyten teniet kunnen doen” zo zegt professor Jean-Paul Squifflet, chirurg op de dienst abdominale heelkunde en transplantatie van het Centre Hospitalier Universitaire in Luik.“De antistoffen worden tijdelijk toegediend (gedurende zes à tien dagen na de transplantatie) en ze zijn vaak noodzakelijk voor patiënten bij wie het immuunsysteem bijzonder reactief is. Dat is bijvoorbeeld het geval bij patiënten die een bloedtransfusie kregen of patiënten die al verschillende afstotingsepisoden kenden.”

De nieuwe generatie immunosupressoren

Sinds de jaren zestig en de introductie van de eerste moleculen die het multipliceren van de lymfocyten beperken, gebeurde er heel wat om het leven van de patiënten te verbeteren. In de jaren tachtig kwam er een nieuw doeltreffend geneesmiddel, met name cyclosporine (neoral®). De nevenwerkingen waren aanzienlijk en het geneesmiddel moest al snel in lagere dosissen toegediend worden. Uiteindelijk werd cyclosporine vervangen door een ander geneesmiddel, tacrolimus (prograft®). In de jaren negentig werd de nieuwe generatie immunosupressoren uitgebreid met mycofenolaat-mofetil (cellcept®) en de generische versies ervan. “De bijwerkingen van deze geneesmiddelen zijn minder uitgesproken, maar al die nieuwe geneesmiddelen bieden nog geen 100% garantie voor het welslagen van een transplantatie”, zo zegt professor Squifflet.

Een enkele injectie per maand

“In geval van afstoting wordt meestal een behandeling op basis van corticoïden voorgesteld. Reageert de patiënt niet op cortison, dan doen we een beroep op biologische actieve bestanddelen”, aldus prof. Squifflet. Dit soort behandeling zou in de toekomst kunnen uitbreiden en vervangen worden door chemische agentia. “Dat kan dankzij de nieuwe monoklonale antistoffen die inwerken op een welbepaalde subgroep van lymfocyten. Zo wordt het mogelijk om de doelgroep te bepalen van de lymfocyten die het meest schadelijk zijn voor het transplantaat en om de anderen actief te laten zijn”, zo verduidelijkt prof. Squifflet. Een enkele injectie zou dan volstaan om de toediening van chemische actieve werkstoffen te reduceren of zelfs af te schaffen. Zo worden de neveneffecten beperkt, terwijl de overleving van het getransplanteerde orgaan verlengd wordt.

Aurélie Bastin, in samenwerking met professor Jean-Paul Squifflet, chirurg op de dienst abdominale heelkunde en transplantatie van het Centre Hospitalier Universitaire in Luik.

Reclame
In Video's