Nieuws

Chronische nierinsufficiëntie: het belang van een vroege en goede diagnose

Een tijdige screening en doeltreffender diagnosecriteria: het zijn enkele maatregelen die de behandeling van chronische nierinsufficiëntie zouden kunnen verbeteren. Tekst en uitleg.

Reclame

Het aantal gevallen van chronische nierinsufficiëntie neemt nog voortdurend toe. Dat is vooral te verklaren door de veroudering van de bevolking en de toename van chronische ziekten zoals type 2-diabetes en arteriële hypertensie. Chronische nierinsufficiëntie is een ernstige, maar "stille" ziekte die aanvankelijk geen enkel symptoom veroorzaakt. Biologische onderzoeken zijn de enige doeltreffende indicator voor een verslechtering van de nierfunctie.

Wie moet zich laten screenen?

Vandaar dat personen met risicofactoren voor nierinsufficiëntie zich moeten laten screenen, bijvoorbeeld naar aanleiding van een algemene check-up. 60-plussers, mensen met nierziekten in de familie, personen die regelmatig ontstekingsremmers of pijnstillers nemen, maar ook patiënten met diabetes, hart- en vaatziekten en hypertensie moeten regelmatig gevolgd worden.

Betere follow-up = hogere overlevingskansen

In dat verband speelt de huisarts een belangrijke doorverwijzende rol, want een patiënt met één of meer risicofactoren moet absoluut biologische onderzoeken (bloedanalyse) ondergaan. Wijzen de resultaten op een achteruitgaande nierfunctie, dan moet hij gevolgd worden door een nefroloog (nierspecialist), kwestie van een optimale behandeling te waarborgen. Uit studies blijkt dat de tweejaarsoverleving bij patiënten met gemiddeld risico stijgt van 48 naar 63 % als ze gevolgd worden door een specialist, en van 14 naar 27 % bij patiënten met hoog risico. Een tijdige opsporing is dan ook essentieel.

Formules: ja, maar geen toverformules

Nierinsufficiëntie wordt gewoonlijk gediagnosticeerd door het creatininegehalte te bepalen in het bloed (creatinine is een derivaat van creatine, een bestanddeel van de spieren), gekoppeld aan de glomerulaire filtratiesnelheid. Die laatste kan gemeten worden door de urine te verzamelen gedurende 24 uur (een lastige klus), maar wordt vaker bepaald via het bloed, dankzij de formule van Cockcroft & Gault of de vereenvoudigde MDRD-formule (Modification of the Diet in Renal Disease). Die formules bieden het voordeel dat ze de ernstdrempel kunnen bepalen, maar blijven wel louter "indicatief".

Niet alleen een kwestie van cijfers

Een glomerulaire filtratiesnelheid van 60 ml/min. of minder wijst op matige tot ernstige nierinsufficiëntie. Toch lijden heel wat patiënten – vooral bejaarden – bij wie die waarden gemeten worden, niet aan nierinsufficiëntie. Een patiënt van 80 jaar met waarden van 55 ml/min. heeft niet noodzakelijk nierinsufficiëntie, terwijl een debiet van 60 ml/min. bij een 30-jarige al verontrustend is. De arts moet de gemeten cijfers dan ook altijd interpreteren op basis van andere criteria: leeftijd, maar ook gewicht (of liever: de spiermassa), de risicofactoren en andere tekens die op nierletsels wijzen (proteïnurie, microalbuminurie). Elk resultaat moet dan ook grondig geanalyseerd worden, kwestie van niet te snel te panikeren… en tegelijk ernstige problemen tijdig op te sporen.

Julie Luong, met medewerking van prof. Krzesinski, diensthoofd nefrologie van het Universitaire Ziekenhuiscentrum van Luik.

Reclame
In Video's