Nieuws
Welke behandeling voor welke vorm van MS? Criteria voor de keuze van een therapie

Welke behandeling voor welke vorm van MS? Criteria voor de keuze van een therapie

Het type behandeling van multiple sclerose kan niet los gezien worden van de manier waarop de ziekte zich manifesteert.

Reclame

Schematisch gezien kunnen we de behandelingenvan multiple sclerose (MS) onderverdelen in eerstelijnsbehandelingen en tweedelijnsbehandelingen. Tweedelijnsbehandelingen zijn voorbehouden voor agressieve vormen van de ziekte. Ze werken doeltreffender, maar kunnen meer toxische stoffen bevatten. Het is bijgevolg van groot belang dat ‘agressieve MS’ goed gedefinieerd wordt en dat de patiënten in kwestie zo goed mogelijk als zodanig worden herkend. “Het is een complex vraagstuk, maar we beschikken over relatief nauwkeurige criteria die ons daarbij helpen”, stelt prof. Vincent van Pesch, kliniekhoofd neurologie van de Cliniques universitaires Saint-Luc.

Hoe ziet ‘agressieve MS’ eruit?

Het RIZIV heeft aldus criteria voor de terugbetaling van tweedelijnsbehandelingen opgesteld. Die behandelingen zijn bedoeld voor patiënten die in een tijdspanne van een jaar twee opflakkeringen zonder volledig herstel doormaken.
In klinisch onderzoek wordt een snelle toename van de invaliditeitsgraad, zoals een motorische handicap, ook beschouwd als een indicatie voor de agressiviteit van de ziekte.
“Het is onmogelijk om met precisie te voorspellen op welke manier de ziekte zal evolueren op individuele schaal, maar toch zijn er indicaties die ons begeleiden naar de keuze voor een bepaalde therapeutische optie”, zegt prof. van Pesch. Zo zijn opflakkeringen van optische zenuwontstekingof sensorische symptomen (tintelingen, bewustzijnsverlies…) factoren die wijzen op een minder agressieve vorm van MS.
“Over het algemeen stellen we de patiënt dan een eerstelijnsbehandeling voor en volgen we het ziekteverloop nauwgezet op”, voegt prof. van Pesch toe. “We spreken hier toch over de grote meerderheid van de patiënten (tussen 85 en 95%, afhankelijk van de toegepaste omschrijving).”

Factoren voor 'agressieve MS' en 'neuronenreserve'

Tot zover de minder agressieve vorm van MS. Een agressieve vorm van MS, daarentegen, wordt gekenmerkt door:
- een groot aantal opflakkeringen met slecht herstel in de eerste jaren na de diagnose;
- aanvallen die de mobiliteit van de patiënt beïnvloeden (motorische handicap, evenwichtsverlies…);
- een verhoogde hoeveelheid ontstekingen die zichtbaar zijn op de MRI-scan van de hersenen en het merg (ruggenmerg);
- een mislukte eerste behandeling.

“Voor die patiënten is het vooral belangrijk om snel te handelen en daarbij gebruik te maken van krachtige behandelingen. De uitdaging is om hun neuronenreserve te beschermen”, zegt prof. van Pesch. “De recentste studies in het domein doen uitschijnen dat we allemaal over een bepaalde neurale reserve beschikken en dat MS stilletjes aan die reserve knabbelt, waardoor de stock dus progressief uitgeput raakt”, licht de professor toe. “Als die voorraad eenmaal uitgeput is, slaagt de patiënt er niet meer in van die opflakkeringen te herstellen en wordt de handicap onomkeerbaar. De behandelingen die we vandaag kennen, zijn alleen in de ontstekingsfase van de ziekte doeltreffend, dus wanneer de neuronenreserve nog (deels) beschikbaar is. Dat is dus het uitgelezen moment om te handelen.”

Welke gevolgen voor de behandeling?

“Concreet gesproken is het zeker denkbaar om de patiënt al van bij de diagnose een tweedelijnsbehandeling voor te stellen, als de ziekte vrij snel agressief blijkt te zijn”, merkt prof. van Pesch op.
Het is echter ook mogelijk dat een eerstelijnsbehandeling bij een patiënt geen vat heeft op de ziekte. “Dankzij het grote gamma aan therapeutische opties waarover we nu beschikken, kunnen we de patiënt dan een zeer doeltreffende behandeling voorstellen”, zegt de professor.
Nochtans nemen eerstelijnsbehandelingen nog steeds een belangrijke plaats in binnen de therapeutische opties. “We moeten beseffen dat een doeltreffende behandeling een offer vraagt”, benadrukt van Pesch. “Natuurlijk hebben sommige patiënten baat bij tweedelijnsbehandelingen om de ziekteontwikkeling te stabiliseren en de handicap te remmen, maar die geneesmiddelen vergen een stevig toezicht en komen met heel wat bijwerkingen. Zo kunnen er infecties en auto-immuunziektes optreden…”
“We weten gelukkig hoe we met die risico’s moeten omgaan”, sust van Pesch. “Het is dus zeker het risico waard voor patiënten met een agressieve vorm van de ziekte! Er moet alleen een evenwicht worden gevonden tussen de doeltreffendheid van de behandeling en het risico op bijwerkingen. Verder mogen we niet vergeten dat we nog niet beschikken over de nodige afstand op lange termijn om zeker te weten of de zeer doeltreffende behandelingen het natuurlijke verloop van de ziekte kunnen ombuigen zonder zich te ontwikkelen tot een secundair progressieve vorm.”
“De keuze voor een eerstelijnsbehandeling blijft hoe dan ook wenselijk voor patiënten met factoren die wijzen op een minder agressieve vorm van MS. “In die gevallen houden we de krachtigste opties nog even achter de hand.”

Reclame
In Video's