backtotop
Nieuws
Multipel myeloom: betere prognose dankzij biomarkers

Multipel myeloom: betere prognose dankzij biomarkers

Biomarkers maken het mogelijk om de behandeling voor multipel myeloom, ook wel de ziekte van Kahler genoemd, zo goed mogelijk af te stemmen op de patiënt. Maar hoe gaat dat precies in zijn werk? Professor Jo Caers, hematoloog aan het CHU in Luik, vertelt er alles over.

Reclame

De term ‘biomarkers’ verwijst naar informatie over de patiënt, zoals bloedafwijkingen, onregelmatigheden die dankzij medische beeldvorming aan het licht komen of bijzonderheden op het vlak van genetisch materiaal.
Eenvoudig gesteld zijn er twee grote types van biomarkers:

  • biomarkers die het medische team helpen om de evolutie van de ziekte te evalueren (prognose);
  • biomarkers die indicaties geven over de reactie van de patiënt op de toegediende behandeling.

“Beide types van biomarkers helpen ons om, naargelang de kenmerken van de ziekte, de beste therapeutische opties te bepalen”, licht Professor Jo Caers, hematoloog aan het CHU in Luik, toe.

Biomarkers en multipel myeloom

“Sinds enkele jaren kunnen we patiënten met een agressieve vorm van multipel myeloom herkennen aan een reeks specifieke biomarkers”, zegt Professor Caers. “We analyseren tijdens het bloedonderzoek het gehalte van drie eiwitten (albumine, beta-2-microglobuline en LDH). Aan die analyse koppelen we het resultaat van het genetisch onderzoek dat op de kankercellen werd uitgevoerd. Het geheel van die waarden laat ons toe om de revised ISS te berekenen, dat is momenteel een van de beste prognosescores voor myeloom.” “Bovendien weten we dat er andere alarmsignalen bestaan die we ook als biomarkers kunnen beschouwen”, vervolgt Professor Caers. “Dat is bijvoorbeeld het geval als het PET- scanonderzoek de uitbreiding van kankerletsels buiten het beenmerg (in longen, nieren, lever …) onthult. Ook de simultane aanwezigheid van verschillende genetische afwijkingen kan een alarmsignaal zijn.”

Gevolgen voor de therapeutische strategie

“Het gebruik van biomarkers is in het bijzonder nuttig als de ziekte verergert na de initiële behandeling”, zo verduidelijkt Professor Caers. “Patiënten met een slechte prognose hebben meer baat bij een intensievere behandeling.” Het doel: de ziekte stabiliseren en de levensverwachting verlengen. “Slechts enkele jaren geleden waren de behandelingen voor multipel myeloom vooral weggelegd voor patiënten met een goede prognose”, zegt Professor Caers. “De levensverwachting van patiënten met een agressievere vorm van de ziekte was daarentegen erg beperkt. Vandaag weten we veel beter hoe we ook die patiënten zo goed mogelijk kunnen helpen. We weten dat het mogelijk is om hun prognose te verbeteren en hun levensverwachting aanzienlijk te verlengen, als we er maar vroeg bij zijn en intensief behandelen. Daarom is het zo belangrijk dat we zulke patiënten aan die biomarkers herkennen.”

Een discipline in volle groei

Verwacht wordt dat het domein van het genetisch onderzoek in de nabije toekomst aanzienlijke vooruitgang zal boeken. “Dankzij die vooruitgang zullen we patiënten met een slechte prognose sneller en preciezer kunnen identificeren”, vertelt Professor Caers. “Er zijn nieuwe biomarkers in ontwikkeling, waaronder de detectie van een specifieke genetische afwijking. Daarmee kunnen we de juiste reactie voorspellen op een behandeling die voor multipel myeloom momenteel nog in de klinische onderzoeksfase zit.”
Professor Caers sluit verheugd af: “We zien dat het onderzoek naar multipel myeloom erg actief is. Het is een domein waarin enorm veel beweegt, zowel qua diagnosetechnieken als qua nieuwe behandelingen.”

Reclame