backtotop

Wat is milde cognitieve stoornis (MCI)?

Milde cognitieve stoornis – MCI - Begrijpen - Hoe werken onze verschillende geheugensystemen?

Hoe werken onze verschillende geheugensystemen?

Het zintuiglijk (sensorieel) geheugen

Alles wat we zien, horen, ruiken, proeven en voelen via onze zintuigen wordt geregistreerd vastgehouden in het zintuiglijk geheugen. Dit geheugen heeft met andere woorden een grote capaciteit, maar kan daarentegen de binnenkomende informatie maar heel kort (minder dan 1 seconde) vasthouden. Een deel van de informatie verdwijnt vervolgens uit het zintuiglijk geheugen, een ander deel -datgene waar men aandacht aan besteedt- wordt verder verwerkt en opgeslagen in het kortetermijngeheugen.

Het kortetermijngeheugen

Het kortetermijngeheugen onthoudt tijdelijk informatie (enkele seconden). Het is een soort tijdelijke opslagplaats waar je bijvoorbeeld de woorden van het begin van deze zin even stalt, terwijl je de rest van de zin leest. Ofwel verdwijnt de informatie vervolgens, ofwel wordt ze opgeslagen in het langetermijngeheugen.
Sommige wetenschappers maken een onderscheid tussen het kortetermijngeheugen en het werkgeheugen. Het kortetermijngeheugen wordt vooral beschouwd als een opslagstation in de reis naar het langetermijngeheugen, terwijl het werkgeheugen wordt beschreven als een soort psychische werkplaats waar we informatie o.a. sorteren, ordenen, herhalen en linken aan reeds gekende zaken vooraleer we ze toevoegen aan het langetermijngeheugen.

Het langetermijngeheugen

Alles wat we weten en kennen zit op een of andere manier opgeslagen in ons langetermijngeheugen. Dit geheugensysteem wordt ook wel ‘permanent’ geheugen genoemd, omdat in de geheugenpsychologie algemeen wordt aangenomen dat de informatie die daarin opgeslagen zit normaal gezien nooit verloren gaat, maar hoogstens tijdelijk onbeschikbaar is. Stel, je kan je niet herinneren wat je vorig jaar op 30 december aan het doen was om 11 uur. Maar als je weet dat dit je laatste werkdag van het jaar was, gaat er misschien wel een lichtje branden (bv. je was aan het werken aan je bureau, nam koffiepauze of…). Kortom, informatie die werd opgeslagen, blijft bewaard. Ze moet alleen opgeroepen kunnen worden door welbepaalde herinneringscues, dat zijn stimuli die een langetermijnherinnering activeren. Zo is ‘gras’ bijvoorbeeld een goede cue voor ‘groen’.

Reclame
Milde cognitieve stoornis – MCI - Begrijpen - Hoe werken onze verschillende geheugensystemen?

Focus op het procedurele en het declaratieve geheugen

  • Het langetermijngeheugen bestaat uit verschillende deelstructuren. Zo moet er een onderscheid gemaakt worden tussen het procedureel en het declaratief geheugen. Cognitieve en motorische vaardigheden zoals fietsen, zwemmen, autorijden… zijn opgeslagen in het procedurele geheugen. We roepen deze aangeleerde vaardigheden niet bewust op. Zo kan je een trap afrennen zonder je op de precieze beweging van je voeten te concentreren. Om die reden wordt het procedurele geheugen ook wel het impliciet geheugen genoemd.
  • In tegenstelling tot het procedureel geheugen, vraagt het declaratief geheugen, ook wel expliciet geheugen genoemd, een zekere mate van bewuste psychische inspanning. Dat zie je soms aan de frons op het voorhoofd, die verschijnt wanneer mensen gegevens uit dit geheugen moeten opvissen.

In feite zijn ze dan bezig met de twee onderafdelingen van het declaratief geheugen te doorlopen:

  • In het episodisch geheugen ligt persoonlijke informatie opgeslagen: herinneringen aan specifieke gebeurtenissen of ervaringen, zoals bijvoorbeeld je vorige verjaardag.
  • Het semantisch geheugen is te vergelijken met een encyclopedie. Alle woorden, concepten en feiten die je kent, zijn hierin opgeslagen (namen, grammaticaregels, religieuze opvattingen enz.) . Je raadpleegt dit geheugen als iemand vraagt: ‘Wat is de hoofdstad van Rome?’ of ‘Uit welke twee deelstructuren bestaat het declaratief geheugen?’.
Milde cognitieve stoornis – MCI - Begrijpen - Focus op het procedurele en het declaratieve geheugen
Reclame

Hoe evolueert het geheugen in functie van de leeftijd?

Met de stijging van het aantal ouderen in de bevolking, gaat ook het aantal ouderdomsziekten (bijvoorbeeld dementie zoals de ziekte van Alzheimer) de hoogte in. Ouder worden gaat echter niet per se gepaard met veralgemeende cognitieve achteruitgang. Slechts bepaalde delen van de cognitie verouderen en ondergaan een natuurlijke verandering, zoals:

  • het episodisch geheugen
  • de snelheid van informatieverwerking
  • uitvoerende functies: het nemen van initiatieven, het doelgericht en efficiënt uitvoeren van handelingen, het richten van aandacht op een bepaalde taak enz.
  • het prospectief geheugen, nodig om zich een geplande actie op een bepaald moment in de toekomst te herinneren en te kunnen uitvoeren.

Andere intellectuele delen blijven dan weer stabiel met de leeftijd, zoals:

  • het semantisch geheugen (feiten, concepten)
  • het procedureel geheugen (cognitieve en motorische vaardigheden)
  • het visueel-ruimtelijk inzicht
  • abstract redeneren
  • het sensorieel (zintuiglijk) geheugen.
Milde cognitieve stoornis – MCI - Begrijpen - Hoe evolueert het geheugen in functie van de leeftijd?

Gaten in het geheugen: is dit normaal?

Normale ouderdomsvergeetachtigheid

De meest voorkomende klacht waarmee ouderen met een cognitieve stoornis naar een arts stappen, is vergeetachtigheid. Naarmate we ouder worden, komen geheugenklachten inderdaad vaak voor. Meestal is er niets aan de hand, en gaat het om goedaardige ouderdomsvergeetachtigheid. Die ouderdomsvergeetachtigheid heeft tot gevolg dat je even niet op een woord of naam kan komen, je soms vergeet waar je je sleutels gelegd hebt, of je vaker lijstjes moet maken om afspraken of taken niet te vergeten. Vervelend, maar dit verstoort het dagelijks functioneren niet.

Milde cognitieve stoornis (MCI)

Sommige mensen hebben echter geheugenproblemen die ernstiger zijn dan de vergeetachtigheid die op oudere leeftijd veel voorkomt. Mogelijke klachten kunnen zijn:

  • Vaker dingen vergeten, zoals bijvoorbeeld belangrijke afspraken, recente gesprekken of gebeurtenissen…
  • Sneller de draad kwijt raken in conversaties, in een boek of film…
  • Beslissingen nemen, taken plannen… vragen meer moeite dan vroeger
  • Meer moeite hebben om de weg terug te vinden in bekende omgevingen.

Deze problemen vallen ook de omgeving op. Toch zijn ze niet zo ernstig dat er sprake is van dementie. In de medische literatuur heet dit verschijnsel milde cognitieve stoornis of Mild Cognitive Impairment (MCI). De prevalentie van MCI zou tussen de 3-19% bedragen bij de bevolking ouder dan 65 jaar.

Onderzoekers definieerden vijf criteria om mensen met MCI te beschrijven. Deze definitie concentreerde zich vooral op de vermindering van de geheugenfunctie: 

  1. Geheugenklachten, bevestigd door iemand uit de directe omgeving;
  2. Geheugenstoornissen die niet normaal zijn voor de leeftijd van de patiënt;
  3. Geen veralgemeende cognitieve achteruitgang;
  4. Geen aantasting van de ADL (Activities of Daily Living, zoals zich alleen wassen, kleden, voeden, verplaatsen in het huis; alleen naar het toilet gaan, de telefoon hanteren, boodschappen doen; continent zijn enz. kortom de zelfstandigheid is intact);
  5. Geen dementie.

Later werd bovenstaande definitie verruimd naar stoornissen van andere cognitieve functies dan het geheugen zoals taal, aandacht, visueel-ruimtelijk inzicht, redeneervermogen, uitvoerende functies… Dit gaf aanleiding tot het ontstaan van twee subtypes van MCI: amnestische MCI en niet-amnestische MCI.

Milde cognitieve stoornis – MCI - Begrijpen - Gaten in het geheugen: is dit normaal?

Geschreven door Emily NazionaleLees verder: Hoe wordt de diagnose van milde cognitieve stoornis (MCI) gesteld?

Om medisch nieuws te volgen, abonneer u op de MediPedia nieuwsbrief.