backtotop

Inflammatoire darmziekten (IBD) begrijpen

Inflammatoire darmziekten (IBD) Inleiding - Begrijpen - Hoe werkt het spijsverteringsstelsel?

Hoe werkt het spijsverteringsstelsel?

Het spijsverteringsstelsel absorbeert en verteert voedsel om de voedingsstoffen te extraheren die essentieel zijn voor het functioneren van ons lichaam. Vanaf de inname van voedsel start het spijsverteringsmechanisme, te beginnen met de mond, vervolgens de slokdarm, de maag, de dunne darm (inclusief de twaalfvingerige darm, het jejunum en het ileum) en de dikke darm (inclusief caecum, colon en rectum). Bij inflammatoire darmziekten (IBD) wordt het spijsverteringssysteem op verschillende plaatsen in het spijsverteringsstelsel verstoord.

Reclame
Inflammatoire darmziekten (IBD) Inleiding - Begrijpen - Hoe werkt het spijsverteringsstelsel?

Wat zijn IBD?

Bij chronische inflammatoire darmziekten (IBD) gaat het vooral om de ziekte van Crohn (CD) en colitis ulcerosa (UC), ook wel eens recto-colitis ulcerosa genaamd. Deze twee IBD worden gekenmerkt door een chronische ontsteking van de darmwand, veroorzaakt door een overactiviteit van het spijsverteringsimmuunsysteem. Bij de ziekte van Crohn kan ontsteking optreden op alle niveaus van het spijsverteringsstelsel, van de mond tot de anus, hoewel het vaker voorkomt in de dunne darm en de dikke darm. Bij colitis ulcerosa bevindt de ontsteking zich meestal in het rectum en de dikke darm, zonder andere delen van het spijsverteringskanaal aan te tasten. Bij CD betreft de ontsteking de darmwand over de hele dikte van het weefsel, terwijl het bij UC alleen het slijmvlies aantast en zich niet dieper uitstrekt. In België1 zijn er 20.000 patiënten met de ziekte van Crohn en 10.000 patiënten met colitis ulcerosa.

De oorzaken van IBD

De echte oorzaken van de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa zijn niet goed gekend. Er zijn wel factoren die de ontstekingsziekten kunnen verklaren:

Immuniteit  

Studies toonden aan dat IBD gecorreleerd is met een disfunctie van het immuunsysteem dat ongepast zou reageren. Enerzijds zou er een tekort zijn aan natuurlijke immuniteit en anderzijds een overactiviteit van die immuniteit. Resultaat: de darmwand raakt ontstoken.

Genetica  

Er zijn meer dan 150 genen die voorbeschikken voor IBD. Een naaste hebben met IBD verhoogt ook het risico. Bovendien kunnen bepaalde genetische mutaties het risico op de ontwikkeling van de ziekte van Crohn verhogen.

Milieu  

De studie1 van de geografische verdeling van de ziekte toont aan dat IBD vooral voorkomen in landen met een westerse levensstijl. Factoren zoals voeding, hygiëne en vervuiling kunnen de aandoeningen verklaren. Maar tot op vandaag is de enige externe, bewezen factor het nefaste effect van roken op de evolutie van de ziekte van Crohn.

 

De diagnose

IBD kunnen op elke leeftijd optreden, maar de diagnose wordt vaak gesteld bij jonge patiënten. In 15% van de gevallen gaat het om kinderen. Maar de diagnose van deze verraderlijke ziekten met veel symptomen is niet altijd makkelijk.

Om een diagnose te stellen, voert de arts verschillende onderzoeken uit:

Biologische onderzoeken

Er worden twee onderzoeken uitgevoerd: een bloedtest en een stoelgangonderzoek. Deze analyses maken het mogelijk om een inflammatoir syndroom op te sporen door de aanwezigheid van specifieke IBD-markers, zoals CRP (C-reactief proteïne), een door de lever en het vetweefsel gesynthetiseerd eiwit dat een belangrijke rol speelt bij ontstekingsreacties. De stoelganganalyse meet dan weer calprotectine, een andere marker van darmontsteking.

Endoscopisch onderzoek  

Bij een endoscopie, meer bepaald een coloscopie, wordt de wand van het spijsverteringskanaal bekeken met een camera die via een soepel buisje wordt ingebracht. Bij dit onderzoek kunnen het rectum, de dikke darm en het laatste deel van de dunne darm onderzocht worden, dat zijn de plekken waar de ontsteking het vaakst voorkomt. De arts kan de omvang van de ziekte meten en stalen (biopsieën) nemen, die vervolgens in het laboratorium worden geanalyseerd. Als er geen tekenen van ontsteking worden opgespoord, kan de arts de rest van de dunne darm onderzoeken met een ‘videocapsule’. De patiënt slikt een capsule met een cameraatje ter grootte van een tablet in. De camera verzamelt en verzendt beelden van de hele dunne darm, wat niet mogelijk is met een endoscopie. Het onderzoek is pijnloos en vereist geen verdoving.

Beeldvormingsonderzoek

Met MRI-beelden of een abdominale scan kan de arts de aanwezigheid van darmletsels zoals fistels of abcessen opsporen.

Lees verder: Symptômes communs

Om medisch nieuws te volgen, abonneer u op de MediPedia nieuwsbrief.