Zooms
Zijn lysosomale stapelingsziekten allemaal verschillend?

Zijn lysosomale stapelingsziekten allemaal verschillend?

Hoe komt het dat twee patiënten met dezelfde lysosomale ziekte zulke uiteenlopende symptomen kunnen krijgen? Enkele verklaringen.

Reclame

De meeste lysosomale ziekten worden veroorzaakt door een genmutatie. Dat gen speelt een essentiële rol bij de aanmaak van een lysosomaal enzym. Maar een gen kan op diverse manieren wijzigen of muteren. Dat kan leiden tot verschillende vormen van dezelfde aandoening. Hoe kunnen we dan weten welke vorm de ziekte zal aannemen als een patiënt in een vroegtijdig stadium onderzocht wordt? Daarvoor moeten de typische symptomen van een genmutatie herkend worden. Met andere woorden: we moeten kunnen vergelijken hoe de ziekte zich uit bij een aantal patiënten met dezelfde mutatie. Maar bij lysosomale stapelingsziekten is dat niet zo eenvoudig. Ze komen immers slechts zelden voor, wat een vergelijking vaak bemoeilijkt.

’Profilering’ van de mutaties

Bij de ziekte van Gaucher zijn er een aantal specifieke mutaties die kunnen uitwijzen of er al dan niet neurologische schade zal ontstaan. “De ziekte van Gaucher is de meest voorkomende lysosomale aandoening. Daarom was het mogelijk om de link te leggen tussen mutaties en bepaalde symptomen”, aldus dr. Dominique Roland, specialiste in stofwisselingsziekten in het Referentiecentrum voor stofwisselingsziekten van het Instituut voor Pathologie en Genetica (IPG,). Maar bij de ziekte van Fabry is dit soort ’profilering‘ moeilijk te maken. Naast het beperkte aantal patiënten zijn de mutaties die de ziekte veroorzaken, immers veel talrijker.

Familieonderzoek en enzymactiviteit

Wanneer iemand drager is van een onbekende mutatie, kunnen artsen het ziekteverloop op andere manieren proberen te voorspellen. “Soms kan familieonderzoek waardevolle aanknopingspunten opleveren”, vervolgt dr. Roland. “Deze methode is bijzonder geschikt voor patiënten met de ziekte van Fabry. De mutaties die aan de oorsprong liggen van de ziekte, zijn immers vaak specifiek voor één bepaalde familie.” In sommige gevallen kunnen we ook via bepaalde mutaties nagaan of de patiënt een totaal inactief enzym aanmaakt, dan wel of er sprake is van een residuele enzymactiviteit. “In de regel zullen personen met een weinig actief enzym minder ernstige symptomen krijgen, die ook pas later verschijnen.”

Van genetica tot celwerking

Let wel: genetica biedt niet voor alle varianten van een lysosomale ziekte een afdoende verklaring. Dr. Roland: “Ook andere factoren spelen een rol en sommige mechanismen blijven onduidelijk.” Die factoren kunnen bijvoorbeeld te maken hebben met de levensstijl. Door de werking van de lysosomen te hinderen, verstoren lysosomale ziekten ook de werking van de cellen in hun geheel. Dat brengt kettingreacties op gang die momenteel nog heel veel vragen doen rijzen. Een beter inzicht in die reacties zal de prognose van het ziekteverloop verbeteren en nieuwe behandelingsstrategieën opleveren.

Reclame
In Video's