Nieuws
Het carpaaltunnelsyndroom bij MPS1

Het carpaaltunnelsyndroom bij MPS1

Het carpaalwát? Vingers die tintelen, een geknelde zenuw in de pols… Dat klinkt als het carpaaltunnelsyndroom (CTS), een aandoening aan de polsen die kan optreden bij mensen met lysosomale stapelingsziekten, zoals  type 1-mucopolysaccharidose (MPS1). Een woordje uitleg.

Reclame

Carpaaltunnelsyndroom: een afgesnoerde middenhandszenuw

Het carpaaltunnelsyndroom (CTS) is een aandoening aan de nervus medianus, een zenuw die een essentiële rol speelt in de gevoeligheid van de handen. Om het syndroom te begrijpen, beginnen we best bij de anatomie van de hand. Aan de binnenkant van de pols loopt in het midden een tunnel, het handwortelkanaal of ook wel de carpale tunnel genoemd. Doorheen deze tunnel loopt de middenhandszenuw, die voor de gevoeligheid van een groot deel van de handpalm en de vingers zorgt (behalve de pink), samen met de buigpezen van de vingers. “Rond deze pezen zit een vlies” verduidelijkt Prof. dr. Nadine Hollevoet, handchirurg aan het UZ Gent. “Als het vlies van een of meerdere van deze pezen opzwelt, geraakt de middenhandszenuw gekneld.” Het gevolg daarvan zijn vervelende tintelingen in de vingers.

Tintelende vingers bij carpaaltunnelsyndroom

“Deze tintelingen treden vooral ’s nachts op” vertelt Prof. dr. Hollevoet. “De doorbloeding van de zenuw is dan slecht omdat de pezen in de handen niet in beweging zijn. Vaak worden patiënten er zelfs wakker van!” Andere symptomen van carpaaltunnelsyndroom kunnen zijn: een verdoofd gevoel in de vingertoppen, minder handigheid om kleine dingen te grijpen en pijn in de hand die uitstraalt naar de onder- en bovenarm. Het carpaaltunnelsyndroom komt voor bij 3,8% van de bevolking (1). “Meestal bij vrouwen van middelbare leeftijd” weet Prof. Hollevoet “De oorzaak is niet precies gekend. Bij diabetes en aandoeningen van de schildklier is het risico op CTS hoger. CTS kan ook optreden bij mensen met lysosomale stapelingsziekten, zoals type 1-mucopolysaccharidose (MPS1). Bij kinderen komt CTS zelden voor.”

Hoe stelt de arts de diagnose?

“Meestal is een grondig klinisch onderzoek door een neuroloog voldoende om de diagnose te stellen” gaat Prof. Hollevoet verder. “Maar om zeker te zijn kan de arts een EMG of elektromyografie doen, dat is een onderzoek waarbij de werking van de spieren en de zenuwen gemeten wordt. Zo zal in een geknelde middenhandszenuw de geleidingssnelheid trager zijn.”

Carpaaltunnelsyndroom: wat is de behandeling?

Wat kan je doen om de tintelingen te doen verdwijnen? “Op het moment zelf kan je de hand bewegen of naar beneden houden” legt Prof. Hollevoet uit. “Bij milde symptomen kan een nachtspalk worden voorgesteld. Door deze spalk kan de pols niet gebogen worden, wat de symptomen minder uitlokt. Als dat niet helpt, kan een injectie met cortisone in de pols soelaas bieden.” En als al de bovenstaande maatregelen ten slotte niet helpen? “Dan is de zenuw te sterk afgeklemd, in dat geval is chirurgie nodig. Tijdens een kleine ingreep onder lokale verdoving worden de ligamenten die over de carpaaltunnel lopen doorgekliefd. Hierbij wordt in de handpalm een snede van enkele centimeters gemaakt, om zo de middenhandszenuw vrij te leggen.”

Reclame
In Video's