backtotop
Nieuws
Groeicurves interpreteren

Groeicurves interpreteren

Groeicurves geven aan hoe de lichaamslengte van een kind (maar ook zijn gewicht en schedelomtrek) zich verhoudt tot de lengte van andere kinderen van dezelfde leeftijd en hetzelfde geslacht. Maar hoe belangrijk is de positie van je kind op die curves?

Reclame

Op een groeicurve staan lijnen: percentiellijnen (Pc) en standaarddeviatielijnen (SD). Die lijnen geven aan hoeveel de lichaamslengte van een kind onder of boven het gemiddelde zit. Het gemiddelde wordt aangegeven door de 50e percentiellijn, of de 0standaarddeviatielijn. De helft van de kinderen heeft een lengte boven de 0-lijn, de helft heeft een lengte onder die lijn; 97% van de kinderen heeft een lengte tussen de bovenste en de onderste groeilijn.

Er bestaan overigens verschillende curves voor jongens en voor meisjes, voor diverse leeftijdsperiodes en voor kinderen met uiteenlopende etnische achtergronden.

Belang en evolutie van de groeicurve

Een punt op de groeicurve is altijd een momentopname, maar dat punt is niet het enige wat telt. Het is belangrijk om te kijken wat de evolutie is van de groei over de afgelopen jaren of maanden. Een kind dat bijvoorbeeld altijd boven in de groeicurve zat en plots op het gemiddelde staat, heeft een groeivertraging. Het kind zit mooi op het gemiddelde, maar het groeipatroon is niet ‘normaal’.

Tussen de leeftijd van twee en tien jaar volgen de meeste kinderen hun zelfde groeilijn. Vóór de leeftijd van twee jaar kunnen peuters hun groeilijn nog ‘zoeken’ en na de leeftijd van tien jaar wordt de groeisnelheid bepaald door de puberteit, waardoor er een afwijking van de groeicurve kan ontstaan.

Men noemt een kind ‘klein’ als het onder de onderste lijn groeit (onder -2 standaarddeviatie of 3° percentiellijn). Anderzijds noemt men het ‘groot’ wanneer het boven de bovenste lijn groeit (boven +2 standaarddeviatie of 97° percentiellijn). Maar er moet – uiteraard – altijd rekening gehouden worden met de lichaamslengte van beide ouders en de eventuele aanwezigheid van groeistoornissen in de familie. Die parameters spelen inderdaad een belangrijke rol bij de interpretatie van de groei.

Wanneer raadpleeg je een arts?

Het advies van een arts inwinnen is vooral nodig als de groeicurve van je kind behoorlijk afwijkt naar boven of naar beneden. Anders gezegd, als blijkt dat het tijdens zijn volledige groei niet dezelfde percentiellijn volgt. Als het bijvoorbeeld op vierjarige leeftijd op pc 50 stond, terwijl dat op zesjarige leeftijd maar pc 25 is. Om de groeicurve vast te stellen, is het dan ook heel belangrijk om je kind meerdere keren per jaar te meten en te wegen.

Als je je zorgen maakt over de gestalte of de groei van je kind, neem dan contact op met je kinderarts. Die zal samen met jou kijken of een verwijzing naar een groeikliniek voor verder onderzoek (bloedonderzoek, radiologisch onderzoek) nodig is of niet.

Lees meer over Groeistoornissen
Reclame