Nieuws
Boodschappers van depressie

Boodschappers van depressie

U voelt het wellicht niet, maar er is een verband tussen uw symptomen van depressie en twee chemische stoffen, serotonine en noradrenaline. Wat is hun rol in het ontstaan en de behandeling van depressie?

Reclame

Twee neurotransmitters bij depressie

Serotonine en noradrenaline zijn twee chemische stoffen die als boodschapper fungeren tussen de cellen van het zenuwstelsel (neuronen) in de hersenen. Dat noemt men neurotransmitters.

Hun rol bij depressie werd deels duidelijk door de komst van antidepressiva. Deze geneesmiddelen voeren strijd tegen het tekort aan neurotransmitters in de hersenen en kunnen zo de symptomen van depressie behandelen.

Minder hersenactiviteit bij depressie

Beeldvormende onderzoeken (PET-scans) bij mensen met een depressie tonen inderdaad dat bepaalde hersengebieden, meer bepaald in het voorste deel van de hersenen, minder bevloeid worden. En dat deze regio’s bijgevolg minder actief zijn.

De onderzoekers hebben een verband gevonden tussen deze lagere hersenactiviteit en een kleinere hoeveelheid beschikbaar serotonine in de hersenen.

Symptomen van een tekort aan serotonine

Minder serotonine betekent negatieve emoties: verdriet, zwaarmoedigheid, melancholie …

Een behandeling met antidepressiva van het type SSRI verhoogt de hoeveelheid beschikbaar serotonine en herstelt op die manier de activiteit in het minder actieve hersengebied. En de depressie geneest.

Depressie: ook negatieve gedachten

Een depressie herleiden tot een tekort aan serotonine alleen is echter te simplistisch. Ook een andere neurotransmitter, noradrenaline, speelt hier een rol. Mensen met een depressie beschikken eveneens over minder noradrenaline. En minder noradrenaline gaat ook gepaard met symptomen van depressie. In dit geval niet alleen met negatieve emoties maar ook met negatieve gedachten: “ik ben tot niets meer in staat”, “al wat ik doe is gedoemd tot mislukken”...

Gevolgen voor de behandeling van depressie

Beide neurotransmitters, serotonine en noradrenaline, spelen dus een rol bij depressie. Om een depressie te behandelen moet het evenwicht voor beide neurotransmitters worden hersteld. Dubbelwerkende molecules, van het type SNRI antidepressiva, herstellen zowel de hoeveelheid serotonine als adrenaline. Zij zouden een depressie krachtiger kunnen behandelen dan molecules die slechts via één neurotransmitter werken.

Dubbelwerkende antidepressiva zouden ook de aanmaak verhogen van BDNF, een factor die de overleving van zenuwcellen bevordert. Dat resulteert eveneens in meer beschikbaar serotonine en noradrenaline, en bijgevolg minder depressieve symptomen.

Reclame