Dépistage

Opsporing van baarmoederhalskanker

Weinig of geen symptomen

Baarmoederhalskanker ontwikkelt zich dikwijls over een vrij lange periode. Tussen de eerste letsels en de werkelijke kanker kan er 10 tot 15 jaar voorbij gaan. Over het algemeen veroorzaakt de kanker in het eerste stadium geen symptomen. Later kan er verdacht bloedverlies zijn, bijvoorbeeld tussen de maandstonden (baarmoederbloedingen) bij de vrouw in de menopauze of na seksueel contact.

Opsporing met behulp van het uitstrijkje

Daar er geen symptomen zijn, is opsporing van baarmoederhalskanker via een uitstrijkje fundamenteel. Bij een uitstrijkje neemt de huisarts of de gynaecoloog enkele cellen van de wand van de baarmoederhals af. Daartoe brengt de arts een speculum in de vagina. De cellen worden vervolgens op een glasplaatje gelegd om geanalyseerd te worden. Dit onderzoek is snel en volkomen pijnloos. Na afname worden de cellen met een microscoop in het laboratorium bestudeerd om eventuele afwijkingen op te sporen.

Een uitstrijkje: hoe dikwijls?

In theorie moeten alle seksueel actieve vrouwen regelmatig een uitstrijkje laten nemen, vanaf 20 - 25 jaar tot aan 65 jaar. Een uitstrijkje wordt minstens om de drie jaar afgenomen.

Diagnose door colposcopie

Bij een verdacht uitstrijkje wordt een colposcopie uitgevoerd om een stukje weefsel af te nemen. Een colposcoop is een soort microscoop die toelaat de wanden van de vagina en van de baarmoederhals gedetailleerd te bestuderen. Bij deze test smeert de arts de baarmoederhals in met speciale kleurstoffen die de abnormale cellen kleuren. Deze kunnen dan weggenomen worden (biopsie).

Geschreven door Julie LuongHet volgende artikel lezen

Reclame
Om medisch nieuws te volgen, abonneer u op de MediPedia nieuwsbrief.
Baarmoederhalskanker - Opsporing - Opsporing van baarmoederhalskanker
Reclame