News

Vitamines als schild tegen de ziekte van Alzheimer

Een studie lijkt nieuwe inzichten aan te reiken over het verband tussen voeding en dementie. Ze wijst namelijk uit dat een hoge consumptie van folaten - vitamines die in heel wat groenten en vruchten zitten - het risico op de ziekte van Alzheimer zou verminderen.

Reclame

Folaten (of vitamine B9) zijn rijkelijk aanwezig in onze voeding: bladgroenten, citrusvruchten, bonen, granen… Ze zijn echter ook verkrijgbaar als supplement, in de vorm van foliumzuur. Interessant, want een verhoogde foliumconsumptie zou het alzheimerrisico verkleinen. Zo luidt in elk geval de conclusie van een recente Amerikaanse studie in het magazine "Archives of Neurology" (1).

Vitamine B9, homocysteïne en alzheimer

Allereerst dit: vitamine B9 – maar ook B6 en B12 – draagt bij tot de goede werking van de hersenen door de synthese van neurotransmitters (chemische stoffen die ervoor zorgen dat de miljarden zenuwcellen in de hersenen met elkaar kunnen communiceren) te bevorderen. Ze zouden echter nog een ander essentieel effect hebben. Een folatentekort zou namelijk het homocysteïnegehalte in het bloed verhogen. Welnu, een hoge bloedconcentratie van dit aminozuur – dat het risico op hart- en vaatziekten verhoogt – lijkt ook het alzheimerrisico te bevorderen. De onderzoekers zijn tot de conclusie gekomen dat een verhoogde folatenconcentratie het homocysteïnegehalte en daardoor het alzheimerrisico zou verlagen.

965 personen gevolgd gedurende 15 jaar

Om tot die conclusie te komen, analyseerden en evalueerden de onderzoekers het voedingspatroon van 65-plussers zonder cognitieve stoornissen. In totaal volgden ze ongeveer 965 personen regelmatig gedurende een vijftiental jaar. 192 proefpersonen kregen uiteindelijk de ziekte van Alzheimer. Uit de studie bleek dat de personen met de hoogste folatenconsumptie veel minder risico liepen op alzheimer.

Een nog onduidelijk verband

Helaas houdt de vaststelling daarbij op. In dit stadium is het nog niet mogelijk om met zekerheid de rol van folaten en het homocysteïnegehalte te bepalen bij het ontstaan van alzheimer. Om dat te concluderen, zijn bijkomende en grootschaliger klinische studies nodig. Het onderzoek draagt daar in elk geval toe bij. In 2005 bestudeerden Californische onderzoeksters trouwens eveneens het eetpatroon van 579 60-plussers (2). Hun conclusie was precies dezelfde: de proefpersonen die minstens de aanbevolen dagdosis folaten (400 microgram) innamen, liepen 55 % minder risico op alzheimer dan wie die hoeveelheid niét haalde.

Sabine Lourtie

 

Bronnen:
(1) Luchsinger, J.A Archives of Neurology, January 2007, 64, 86-92. Columbia University Medical Center, New York.
(2) Corrada, M Alzheimer & Dementia: The Journal of the Alzheimer's Association, July 2005, Vol.1, Issue 1, pages 11-18.

 

Reclame