News

Verloop Alzheimer weerspiegelt jeugd

De achteruitgang van Alzheimerpatiënten lijkt een omgekeerde evolutie of spiegel van de groei van een kind. Die vaststelling heeft belangrijke gevolgen voor de behandeling van Alzheimerpatiënten.

Reclame

Prof. Barry Reisberg is professor psychiatrie en klinisch directeur van het Silberstein Aging and Dementia Research Center van de New York University School of Medicine. Hij voert al dertig jaar onderzoek naar de ziekte van Alzheimer. Samen met zijn collega’s beschreef hij in 1982 de zeven fases van Alzheimer in de Global Deterioration Scale (GDS), in 1992 verfijnd tot de zestien fases van de Functional Assessment Staging (FAST). Onlangs was hij te gast op de studiedag ‘Dementie’, georganiseerd door het UPC Sint-Kamillus in Bierbeek en het PZ Broeders Alexianen in Tienen.

Van bij het begin van zijn carrière heeft het Prof. Reisberg geïntigreerd dat de vaardigheden die in een mensenleven het eerst verworven worden, het laatst verloren geraken. Zo gaat in de laatste fase achtereenvolgens de spraak verloren, dan het lopen, het zitten, het lachen en ten slotte het bewegen van het hoofd. Tegelijk ontwikkelt de patiënt opnieuw kinderlijke reflexen. Het verloop van Alzheimer is met andere woorden een spiegel van de evolutie van een kind.

Onderzoek staaft theorie

Alzheimer draait spiegelgewijs ook de cognitieve mogelijkheden van de patiënten terug. Die stelling is in de loop der jaren gestaafd met tal van onderzoeken. Een voorbeeld is de bijzonder sterke correlatie van 0,8 tussen de FAST en de score van kinderen op intelligentietests voor personen met Alzheimer.

Verder werden neurologische en neuropathologische aanwijzigingen gevonden. Zo weerspiegelt het verlies van myeline in de hersenen van een Alzheimerpatiënt de aanmaak van myeline bij kinderen. Myeline is de vetachtige stof rond zenuwcellen die ervoor zorgt dat elektrische impulsen sneller worden doorgestuurd.

Ook emotionele veranderingen bij Alzheimerpatiënten lijken sterk op die van kinderen. Een voorbeeld daarvan zijn fantasieën. Die zijn afhankelijk van de situatie of de stress waarin de patiënt zich bevindt. Daardoor zijn ze niet te vergelijken met de waanideeën van schizofreniepatiënten.

Prof. Reisberg gaf evenwel ook een aantal verschillen aan tussen een Alzheimerpatiënt en een kind. Een Alzheimerpatiënt is fysisch veel groter en moeilijker te verzorgen. Hij krijgt ook typische ouderkwalen in plaats van kinderziekten. Ten slotte gebeurt het dat een Alzheimerpatiënt in de allerlaatste fase nog woorden uitspreekt, terwijl een baby dat uiteraard niet kan.

Gevolgen voor behandeling

Prof. Reisberg en zijn collega’s konden niettemin de opeenvolgende fases van Alzheimer vertalen in overeenkomstige ontwikkelingsleeftijden. Die geven bijzondere richtlijnen voor de zorg voor Alzheimerpatiënten.

Zo zou je patiënten in fase zeven net dezelfde zorg moeten geven als een kind tot 1,5 jaar oud. Daarbij is het belang van liefde en aandacht enorm. Zonder liefde beginnen patiënten en kinderen te wenen, worden ze passief en uiteindelijk depressief. Een patiënt in fase 6, vergelijkbaar met een kind tussen 2 en 5 jaar, begint weer met poppen te spelen. Net als kinderen zijn Alzheimerpatiënten ook leergierig, willen ze bijvoorbeeld opnieuw dieren uit hun omgeving leren benoemen.

Op het einde van zijn lezing brak Prof. Reisberg een lans voor een goede zorg van patiënten. “Met dit inzicht in retrogenese hoop ik dat de noden en de behoeften van Alzheimerpatiënten beter begrepen worden. Want Alzheimerpatiënten hoeven niet te lijden, zolang ze maar de juiste zorg krijgen.”

Pieter Segaert

Reclame