News

Plaatsing: als het gerecht er zich mee moeit...

Bij de ziekte van Alzheimer komt vaak het - zowel voor de patiënt als voor zijn familie zeer pijnlijke moment - waarop plaatsing in een instelling niet langer kan worden uitgesteld. Alzheimerpatiënten hangen echter bijzonder sterk vast aan hun gewoonten en verzetten zich soms hevig tegen deze beslissing. Over welke mogelijkheden beschikt de familie in dat geval? Tekst en uitleg van Marguerite Mormal, voorzitster van de vereniging Alzheimer-België.

Reclame

Een moeilijk onderhandelingsproces

"We geven altijd eerst de voorkeur aan onderhandelen met de patiënt", aldus Marguerite Mormal. "Die kan bijvoorbeeld voorlopig terecht in een dagcentrum dat verbonden is aan een rust- en verzorgingstehuis. Op die manier kan hij kennismaken met het personeel en merkt hij dat het er best wel aangenaam kan zijn." In de meeste rust- en verzorgingstehuizen kan de mantelzorger trouwens lange tijd op bezoek blijven. Bovendien is hij geruster, meer ontspannen en geduldiger dan wanneer de patiënt nog thuis zou verblijven. "Toch weigert de patiënt heel vaak om zich te laten opnemen in een instelling", stelt Marguerite Mormal vast.

Desnoods via het gerecht

Soms stribbelt de alzheimerpatiënt zo sterk tegen dat de familie geen andere keuze heeft dan het gerecht in te schakelen. "In die gevallen moet ze een verzoek indienen bij de vrederechter en hem een medisch attest overhandigen dat bevestigt dat de patiënt niet langer voor zichzelf kan zorgen of zijn goederen kan beheren", vervolgt Marguerite Mormal. "De vrederechter zal hem of haar dan ontmoeten, ofwel in zijn kantoor ofwel bij de patiënt thuis. Is hij van oordeel dat de patiënt inderdaad naar een instelling moet, dan zal hij hem onder voogdij plaatsen en een bewindvoerder aanstellen. Dat kan een familielid zijn of een advocaat."

Een noodzakelijk kwaad

Soms heeft de familie het bijzonder moeilijk met die juridische procedure. "Als vereniging raden we mantelzorgers die aan het einde van hun krachten zijn en de dagelijkse situatie niet meer aankunnen, vaak aan om de patiënt te laten opnemen in een instelling, ook als ze daarvoor een ondervoogdijstelling moeten aanvragen. Sommigen kunnen die stap niet zetten, omdat ze de patiënt in het beginstadium van de ziekte beloofd hadden om hem altijd thuis te houden. Partners kunnen echter zodanig uitgeput raken dat hun leven op de duur zelf in gevaar is!"

De juridische weg is uiteraard niet de eerste oplossing die moet worden overwogen, maar kan toch een noodzakelijk kwaad zijn, zowel voor de patiënt als voor zijn familie.

Judith Lachterman

Reclame