News

Frontotemporale dementie: een andere vorm

De ziekte van Alzheimer is een frequente, maar niet de enige oorzaak van intellectuele achteruitgang. Frontotemporale dementie verschilt er in tal van opzichten van. Tekst en uitleg, kwestie van verwarring te vermijden.

Reclame

Frontotemporale dementie (FTD) komt veel minder voor dan degeneratieve dementie van het alzheimertype. Ook al bestaat er geen nauwkeurige epidemiologische gegevens over deze ziekte, toch zijn er in België naar schatting om ongeveer 5.000 patiënten. Er is echter een belangrijk verschil met de ziekte van Alzheimer, want het ziekteverloop is anders en de huidige geneesmiddelen tegen alzheimerdementie zijn niet geschikt bij FTD.

Vroeger dan alzheimer

De symptomen van alzheimer verschijnen meestal pas na 65 jaar. Die van frontotemporale dementie daarentegen duiken vroeger op: vóór 60 jaar. Ook het ziektebegin is helemaal anders en vaak misleidend, niet alleen voor de omgeving maar ook voor de artsen. Terwijl bij alzheimer geheugenaantasting en oriëntatieproblemen de eerste alarmsignalen zijn, gaat het bij FTD vooral om gedragsstoornissen en persoonlijkheidsveranderingen.

Waarschijnlijkheidsdiagnose

Net als bij de ziekte van Alzheimer is het bij FTD onmogelijk om met zekerheid de diagnose te stellen zolang de patiënt nog leeft. Alleen een microscopisch hersenonderzoek na het overlijden kan immers de typische ziekteletsels opsporen. Maar ook al bestaat er geen biologische of radiografische test, net als bij de ziekte van Alzheimer helpen neuropsychologische tests bij de diagnose van FTD. Dankzij die tests kan de neuropsycholoog de specifieke stoornissen opsporen bij dit soort dementie, zoals een bijzonder sterke achteruitgang van de uitvoerende functies (planningsvermogen…) en taalstoornissen. Vandaar dat de arts slechts een waarschijnlijkheidsdiagnose (vermoedelijke FTD) kan stellen, geen zekerheidsdiagnose.

Een vermeende psychiatrische oorzaak

Soms raakt de patiënt ontremd, verlaat hij zonder geldige reden zijn werk of begint hij wilde uitgaven te doen tot hij financieel aan de grond zit. Hij kan ook vreemd sociaal gedrag gaan vertonen, zonder zich iets aan te trekken van de reacties van de omgeving. Zo nam een 50-jarige FTD-patiënt ooit in een restaurant zijn vals gebit uit en legde het in een glas water. De patiënt wordt trouwens vaak angstig of zelfs hypochondrisch. Al die persoonlijkheids- en gedragsveranderingen ontstaan zonder dat de patiënt er ook maar het minste besef van heeft. Deze gedragsstoornissen worden vaak ten onrechte toegeschreven aan een psychiatrisch probleem en vertragen dan ook dikwijls de diagnose.

Taalstoornissen

Geleidelijk ontstaan er begripsstoornissen en taalstoornissen: de patiënt raakt nog moeilijk uit zijn woorden. Zijn taal verarmt gaandeweg, tot hij na enkele jaren vervalt in compleet stilzwijgen. De prognose van deze ziekte is helaas somber, en er bestaan geen geneesmiddelen tegen. Toch is de diagnose noodzakelijk om de omgeving van de patiënt te leren omgaan met de diverse symptomen, zowel medisch, psychologisch als administratief.

Dr. Philippe Violon

Reclame