Nieuws

De ziekte van Alzheimer opsporen, nog vóór de eerste symptomen?

Amerikaanse onderzoekers zijn er naar eigen zeggen in geslaagd om de ziekte van Alzheimer vroegtijdig op te sporen. Hoe? Dankzij beeldvormingstechnologie in combinatie met een nieuwe molecule. Een heel belangrijke ontdekking, want de huidige behandelingen kunnen de ziekte alleen stabiliseren, niet genezen.

Reclame

Amerikaanse onderzoekers van de University of California - Los Angeles (UCLA) deelden onlangs mee dat ze erin geslaagd zijn bij sommige patiënten de ziekte van Alzheimer op te sporen nog vóór de eerste symptomen. Tot nog toe werd medische beeldvorming – zoals scanner en MRI – bij alzheimer vooral gebruikt om andere oorzaken van cognitieve achteruitgang uit te sluiten en dus om eventuele andere soorten dementie aan het licht te brengen. Die onderzoeken leverden weinig op als het erom ging amyloïde plaques of neurofibrillaire degeneratie vast te stellen in de hersenen, de twee belangrijkste "markers" van alzheimer.

Een nieuwigheid in de medische beeldvorming

De onderzoekers gebruikten tijdens hun studie een nieuwe moleculeFDDNP gedoopt – die zich vastzet op de typische alzheimerletsels. Dat nieuwe type onderzoek gebeurt via een PET-scanner (Positron Emission Tomography), een medische beeldvormingstechniek die een radioactieve merkstof combineert met een molecule, in dit geval FDDNP. De molecule wordt ingespoten in het lichaam en concentreert zich op de karakteristieke letsels in de hersenen, zoals seniele plaques, terwijl de radioactieve merkstof de letsels zichtbaar maakt op de scanner.

Veelbelovende resultaten

Het onderzoeksteam van de UCLA baseerde zich op een staal van 83 personen die klaagden over geheugenproblemen. Eerst werden ze onderworpen aan neuropsychologische tests. Achteraf verklaarden de onderzoekers dat 25 van hen aan de ziekte van Alzheimer leden, 28 geïsoleerde geheugenstoornissen hadden en 30 geen enkele cognitieve stoornis vertoonden. Vervolgens ondergingen diezelfde patiënten een nieuw radiologisch onderzoek waarbij PET-scan en de FDDNP-molecule gecombineerd werden. Op basis van dat onderzoek werden de patiënten opnieuw ingedeeld in drie groepen: een groep met alzheimer, een groep met geheugenstoornissen en een groep met normale resultaten. Uit vergelijking bleek dat de resultaten die verkregen werden dankzij de neuropsychologische tests en dankzij het nieuwe radiologische onderzoek identiek waren. De nieuwe chemische merkstof toonde bovendien aan dat de hersenzones waar zich de abnormale eiwitten ophopen, dezelfde waren als de zones die ontdekt werden na een autopsie. Conclusie: de studie laat vermoeden dat deze nieuwe methode met zeer grote waarschijnlijkheid de ziekte van Alzheimer kan diagnosticeren.

Hoop voor de toekomst

"In de toekomst zal het mogelijk zijn om personen op te sporen die nog geen symptomen hebben, maar bij wie de ziekte zich wel al aan het ontwikkelen is. Het zijn die laatste die de meeste baat hebben bij een snelle behandeling", aldus prof. Gary Small, die de studie leidde. De onderzoekers hopen ook dat deze nieuwe techniek het mogelijk zal maken om de doeltreffendheid van de behandeling "rechtstreeks" te controleren in de hersenen van de patiënt. Uiteraard is dat nog toekomstmuziek, want de onderzoeksbevindingen moeten eerst nog gecheckt worden bij een grotere steekproef.

Judith Lachterman
Gezondheidsjournaliste

 

BRON: Small, G.W. The New England Journal of Medicine, 21 dec. 2006; vol. 355: pp 2652-2658.

 

Reclame