Nieuws

Blijf praten met Alzheimerpatiënten

Blijven communiceren met Alzheimerpatiënten is van uitermate belang. Het is het aangewezen middel om angst en verdriet bij de patiënten tegen te gaan. Ook al is een gesprek in de praktijk soms niet evident.

Reclame

De ziekte van Alzheimer tast zoals bekend de werking van de hersenen aan. Patiënten verliezen in verschillende fases hun geheugen en hun verstandelijke vermogens. In de beginfase, die twee tot vier jaar duurt, vergeten patiënten kleine zaken of krijgen ze moeite om hun leven te plannen.

“In die eerste fase vormt de taal niet het grootste probleem. Patiënten kunnen nog goed en duidelijk hun gedachten formuleren. Ze voelen zich na de diagnose wel bedreigd, angstig en gefrustreerd. Vandaar het grote belang om te blijven communiceren, om over de ziekte te babbelen, het verdriet te delen”, zegt Bart Deltour van het Fotonhuis Brugge, een ontmoetingshuis rond Dementie.

Wees een oriëntatiepunt

Technische problemen met spreken komen pas in de tweede of middenfase, ook wel het stadium van het verdwaalde ik genoemd. Het wordt moeilijk om de woorden te produceren en woorden te kiezen en te begrijpen. Voor de omgeving is het belangrijk telkens te vertellen wat ze doen en waarom.

Ook al verliest de patiënt de greep op de werkelijkheid, toch beseft hij vaak nog wat hem overkomt. Hij zit als het ware toe te kijken hoe zijn leven geregeld wordt. “Ze zitten in de mist”, verduidelijkt Bart Deltour. “De oriëntatiepunten verdwijnen. Ze vragen zich voortdurend af "wie is die man?", "waar ben ik?" Toch is de beleving van deze onzekerheid zeer reëel. Daarom is het belangrijk dat de persoon met dementie zich in zijn beleving gekend weet en zich gerespecteerd en gewaardeerd voelt. Op fouten wijzen heeft enkel een averechts effect. Je moet voor hen een houvast betekenen, een rust- en oriëntatiepunt.”

In de eindfase, wordt inhoudelijke communicatie echt moeilijk. Maar het feit dat je iets tegen de patiënt zegt en hoe je dat doet, is vaak belangrijker dan de inhoud. Je geeft hem het gevoel dat hij nog meetelt. Patiënten met Alzheimer zijn immers vaak angstig en verdrietig omdat ze beseffen dat ze niet over al hun capaciteiten meer beschikken.

Praat langzaam en duidelijk

  • Als je praat met een patiënt, is het belangrijk eerst na te gaan of de patiënt je goed kan zien of horen. Daarom ga je best recht tegenover hem zitten. Zorg ook voor een rustige omgeving. Trek zijn aandacht door zijn naam te zeggen en eventueel zijn arm aan te raken. Kijk hem recht in de ogen en begin pas te praten als je zijn aandacht hebt.
  • Praat langzaam en duidelijk. Gebruik eenvoudige zinnen. Stel ja- nee-vragen. Herhaal eventueel je woorden wanneer je merkt dat je de aandacht van de patiënt kwijt bent. Neem de tijd om zijn antwoord af te wachten. Glimlach. Blijf vriendelijk, rustig en ga niet harder praten. Een luidere stem kan de patiënt als kwaadheid interpreteren.
  • Eventueel kan je enkele voorwerpen gebruiken om je boodschap te illustreren. Iets voordoen is vaak de meeste efficiënte manier van communiceren.
  • Reageer kalm op eventuele woede-uitbarstingen en stel de patiënt gerust. Probeer hem af te leiden of laat hem met rust zodat hij uit zichzelf kalmeert.

Pieter Segaert, in samenwerking met Bart Deltour, coördinator van het Fotonhuis Brugge. foton@dementie.be - www.dementie.be

Reclame