Nieuws
Alzheimer: maar wie bent u?

Alzheimer: maar wie bent u?

In een vergevorderd stadium van de ziekte van Alzheimer kan de patiënt moeite hebben om voorwerpen, gezichten, emoties of zijn eigen ziekte te herkennen. We spreken dan van agnosie.

Reclame

Martine heeft al jaren alzheimer. Ze raakt bijvoorbeeld in de war als ze een appel ziet liggen op haar keukentafel. Ze herkent dit groene voorwerp niet meer en weet dus evenmin wat ze ermee moet aanvangen. Ze heeft agnosie, een herkennings- of identificatiestoornis die een van de vijf zintuigen treft. In dit geval: het gezichtsvermogen. Martine is niet blind, maar ze kan geen verband meer leggen tussen wat ze ziet en de opgeslagen informatie in haar geheugen.

Visuele agnosie

Wellicht begrijpt Martine wel dat het om een eetbare vrucht gaat, als ze de appel ruikt en aanraakt. Door een ander zintuig (geur- of tastzin) te gebruiken, kan ze namelijk opnieuw de link leggen met de beschikbare informatie; bij haar is alleen het visuele waarnemingsvermogen verstoord. Agnosie beïnvloedt meestal één specifiek zintuig en kan dus ook auditief of tactiel zijn. Aangezien ze alzheimerpatiënten treft in een vergevorderd stadium, komt ze dus doorgaans voor in combinatie met andere ernstige stoornissen, zoals taal- of geheugenstoornissen. Daardoor wordt het moeilijk om de gevolgen van agnosie te ’omzeilen’ door andere zintuigen te stimuleren.

Prosopagnosie

In een vergevorderd stadium van alzheimer kunnen patiënten ook moeite hebben om gezichten te herkennen. Dat is de zogenaamde prosopagnosie. Als het taalvermogen behouden blijft, kan de patiënt wel afzonderlijke elementen (mond, neus, haar) beschrijven, maar ze niet meer samensmeden tot één ’geheel’ om ze te associëren met een bekende persoon. Daarom spelen spraak- en tastzin een essentiële rol bij de behandeling van deze patiënten. Ook het vermogen om emoties af te lezen op het gezicht kan aangetast zijn, soms met paradoxale reacties van de patiënt tot gevolg.

Anosognosie

In het laatste stadium van alzheimer hebben veel patiënten heel snel geen ziektebesef meer, of zijn ze zich in elk geval niet bewust van de ernst van hun ziekte. Dat wordt anosognosie genoemd. In dat geval is het zinloos om u te ergeren of boos te maken, want agnosie mag u niet frontaal bestrijden. Het komt er niet op aan om de patiënt koste wat kost tot rede te brengen, maar wel om hem te doen beseffen dat hij steun nodig heeft.

Reclame