backtotop

Behandelingen van acuut coronair syndroom

Acuut myocardinfarct - Behandelingen - ACS: wat te doen in afwachting van de ambulance?

ACS: wat te doen in afwachting van de ambulance?

Bestrijding van pijn, kortademigheid en angst

Wanneer op grond van de klachten een acuut coronair syndroom wordt vermoed, moet met spoed een ambulance worden gebeld.

In afwachting van de ambulance kan de behandelende arts, als die aanwezig is, alvast medicatie geven tegen de pijn op de borst. Morfine langzaam intraveneus toedienen is vaak de eerste keus. Het heeft daarbij een angstverminderende en een vaatverwijdende werking (verhoogt de diameter van de kransslagaders).

Zuurstoftoediening is aangeraden voor patiënten die last hebben van kortademigheid.

Angst is een normale reactie op de pijn en omstandigheden van een hartaanval. Het is daarom belangrijk de patiënt gerust te stellen.

Nitraten om de  bloedvaten te verwijden

Een andere, mogelijke maatregel die een huisarts (of de patiënt als hij thuis is) kan nemen in afwachting van de ambulance is het toedienen van een nitraat. Nitraten verwijden de bloedvaten waardoor meer bloed circuleert in het lichaam. De bloeddruk zal dalen. Door de snelle verwijding van de bloedvaten wordt er tijdelijk minder bloed aan het hart aangeboden. Dit ontlast het hart en vermindert tegelijk de pijn in de borststreek. Het nitraat wordt toegediend in de vorm van een tabletje of spray onder de tong.

Verdere bloedklontering voorkomen

Aspirine (acetylsalicylzuur) zorgt er, naast de gekende pijnstillende en koortswerende werking, ook voor dat de bloedplaatjes, die verantwoordelijk zijn voor het klonteren van bloed, minder goed werken. Aspirine remt de vorming van de bloedklonter. Vandaar dat aspirine (acetylsalicylzuur) ook wel een plaatjesremmer of antiplaatjesmiddel wordt genoemd.

Reclame
Acuut myocardinfarct - Behandelingen - ACS: wat te doen in afwachting van de ambulance?

Infarct: wat is de rol van de defibrillator

De eerste fase van een acuut coronair syndroom is de meest kritische, omdat de patiënt ernstig pijn lijdt en een harstilstand kan optreden. Daarom is het belangrijk dat het medisch personeel dat zich om de patiënt in kwestie bekommert, een defibrillator ter beschikking heeft. Een defibrillator is een toestel dat wordt gebruikt om mensen met een hartstilstand te reanimeren. De term verwijst naar fibrilleren, dat is chaotisch samentrekken of trillen, wat het hart op die momenten meestal doet. Door middel van een elektrische schok kan een defibrillator het hart opnieuw in  het juiste ritme brengen.

Acuut myocardinfarct - Behandelingen - Infarct: wat is de rol van de defibrillator
Reclame

Dotter- en stentbehandeling

Dotterbehandeling

Op dezelfde manier als bij een coronarografie wordt tijdens een dotterbehandeling een katheter ingebracht tot aan het begin van de kransslagader. Op het einde van de katheter bevindt zich een ballonnetje dat wordt opgeblazen ter hoogte van de vernauwing in de kransslagader. Hierna worden de katheter en het ballonnetje verwijderd. Hierdoor wordt de vernauwing weggedrukt en kan er opnieuw voldoende bloed door de kransslagader stromen. Andere namen voor de dotterbehandeling zijn ballondilatatie en Percutane Coronaire Interventie (PCI).

Stentbehandeling ( of endoprothese)

In de meeste gevallen wordt er ook een stent geplaatst. Een stent voorkomt dat het bloedvat na het dotteren opnieuw vernauwt. De implantatie van de stent is identiek aan een ballondilatatie, alleen is er op het ballonnetje een metalen structuur (stent of veertje genoemd) aangebracht. Wanneer het ballonnetje wordt opgeblazen om de vernauwing weg te drukken, zet de stent mee uit. Na het verwijderen van het ballonnetje blijft de stent achter tegen de wand van de kransslagader. Dit zorgt ervoor dat het bloedvat beter openblijft. Sommige stents resorberen compleet na een tweetal jaar.

Op langere termijn is de kans op een nieuwe vernauwing kleiner na het plaatsen van een stent dan na een ballondilatatie (tussen de 20 en 30%). Het risico is echter niet onbestaande (kleiner dan 15%). Bij patiënten met suikerziekte is het risico op hervernauwing trouwens iets groter.

Na Percutane Coronaire Interventie moet de patiënt levenslang een gedoseerd aspirinepreparaat (met acetylsalicylzuur, 75-100 mg/dag) innemen. Daarnaast wordt na een stentplaatsing een bijkomend antiplaatjesmiddel aangeraden gedurende 12 maanden (behalve bij contra-indicaties), om zo de werking van de aspirine te versterken.

De trombolyse

Indien een PCI  niet mogelijk is binnen 120 minuten na het eerste medisch contact, kan trombolyse aangewezen zijn, bijvoorbeeld al in de ambulance. Bij trombolyse krijgt de patiënt een trombolyticum (stolseloplosser) toegediend, dat de bloedklonter of thrombus meestal oplost. Ernstige bijwerkingen echter zijn o.a. inwendige bloedingen.

Acuut myocardinfarct - Behandelingen - Dotter- en stentbehandeling

Bypass- of overbruggingsoperatie: in welke gevallen?

Bij ernstige vernauwingen of meerdere vernauwingen, of als PCI en stentbehandeling niet mogelijk zijn, kan een bypassoperatie (ook wel overbruggingsoperatie of Coronary Artery Bypass Grafting (CABG) genoemd), aangewezen zijn. Dit is een openhartoperatie waarbij een stukje ader van op een andere plaats in het lichaam  wordt gehaald enom de vernauwing heen wordt geplaatst. De vernauwing zelf blijft bestaan, maar het bloed omzeilt deze en stroomt via een andere route.

Net als na een PCI volgt na een bypassoperatie ook een behandeling met medicatie (aspirine + bijkomend antiplaatjesmiddel°).

Acuut myocardinfarct - Behandelingen - Bypass- of overbruggingsoperatie: in welke gevallen?

ACS: welke geneesmiddelen moeten worden ingenomen na de ingreep?

Van zodra hij is gehospitaliseerd, krijgt de patiënt meestal medicijnen die langere tijd zal moeten innemen (secundaire preventie) voorgeschreven om:

  • samenklonteren van bloedplaatjes te verminderen (trombocyten-aggregatieremmers)

De patiënt moet levenslang een kleine dosis aspirine (acetylsalicylzuur) innemen na een acuut coronair syndroom. Om het samenklonteren van de bloedplaatjes nog beter te voorkomen, wordt in het eerste jaar na de hartaanval nog een tweede soort antiplaatjesmiddelen aanbevolen, naast aspirine. Dit antiplaatjesmiddel voorkomt de vorming van een stolsel op een andere manier dan aspirine. Hierdoor daalt het risico op een nieuwe hartaanval en stijgt de levensverwachting. Het is belangrijk om deze behandeling niet te onderbreken. Als de behandeling wordt gestopt, wordt de kans op vernauwing groot. En dat kan fataal zijn!

  • het hartritme te verlagen (bètablokkers)

De bètablokker verlaagt het hartritme en de bloeddruk. De pompkracht van de hartspier en de hoeveelheid bloed die het hart per minuut in het lichaam pompt, vermindert. Deze vermindering leidt tot een daling van het zuurstofverbruik. De bètablokker verlaagt ook de kans op ritmestoornissen na een infarct. Dit medicijn moet levenslang worden ingenomen.

  • de bloeddruk te verlagen (ACE-remmers)

ACE-inhibitoren remmen (inhiberen) enzymes die er in het lichaam voor zorgen dat de bloeddruk stijgt (Angiotensine Conversie Enzyme of ACE). Ze doen de bloeddruk dus dalen. Ze stimuleren ook de vorming van een litteken op de plaats van het infarct en stabiliseren de aderverkalking. Dit medicijn moet levenslang worden ingenomen.

  • het cholesterolgehalte in het bloed te verlagen (statines)

Deze medicijnen verlagen het vetgehalte van het bloed en beschermen de bloedvatwand.

  • bloedstolling te verminderen of te vertragen (anticoagulantia)

Meerdere studies onderzochten  de rol van orale anticoagulantia in de preventie van een terugval na een myocardinfarct. De resultaten waren tegenstrijdig. Een behandeling met orale anticoagulantia is dan ook niet systematisch aanbevolen, maar deze kan wel worden overwogen bij patiënten met een hoog risico op het vormen van bloedklonters in een slagader in het hart zelf (met het risico dat die bloedklonter in de bloedsomloop terechtkomt). Het betreft hier doorgaans patiënten die een erg breed infarct hebben gehad (ter hoogte van de buitenste wand van het hart), met een bloedvatverwijdering in het hart, een ernstig gewijzigde hartfunctie of die last hebben van boezemfibrilleren (een hartritmestoornis waarbij de boezems niet meer goed samentrekken).

Acuut myocardinfarct - Behandelingen - ACS: welke geneesmiddelen moeten worden ingenomen na de ingreep?

Geschreven door Emily NazionaleLire la suite: Welke levenswijze na een acuut coronair syndroom?

Om medisch nieuws te volgen, abonneer u op de MediPedia nieuwsbrief.