Woordenlijst

  • A
    • Aandrangsincontinentie

      Onvrijwillig urineverlies dat gepaard gaat met of onmiddellijk voorafgegaan wordt door een zeer hevige aandrang.

    • Aangeboren hartaandoening

      Hartaandoening die al bestaat bij de geboorte.

    • Abdominale obesitas

      Onvrijwillig urineverlies dat gepaard gaat met of onmiddellijk voorafgegaan wordt door een zeer hevige aandrang.

    • Acetylcholine

      Neurotransmitter waarvan de concentratie daalt bij Alzheimerpatiënten.

    • Acetylcholinesterase

      Enzym dat verantwoordelijk is voor de afbraak van acetylcholine.

    • Acrofobie

      Hoogtevrees.

    • Actinische keratose

      Precancereus huidletsel dat eruitziet als een klein, onregelmatig, wat roodachtig, roze, grijsachtig of bruin plekje dat zich in oppervlakte uitbreidt en tot twee centimeter dik kan zijn. Actinische keratosen worden met koude behandeld (cryotherapie), met elektrische stroom (elektrocoagulatie) of met een operatie.

    • Acuut myocardinfarct

      Medische term voor hartinfarct, verstopping van een kransslagader waardoor een deel van de hartspier afsterft.

    • Adenomectomie

      Verwijdering van een adenoom (goedaardige hyperplasie), met behoud van het prostaatkapsel.

    • Adenomegalie

      Abnormaal gezwollen lymfeklier.

    • Adenopathie

      Abnormaal gezwollen lymfeklier.

    • Adjuvant

      Een behandeling die als doel heeft een andere behandeling te versterken ('adjuvare' is Latijn voor 'helpen').

    • Adjuvante behandeling

      Aanvullende behandeling na operatief verwijderen van het gezwel.

    • Afasie

      Taalstoornis, onvermogen om gedachten te verwoorden.

    • Agnosie

      Het niet meer herkennen van voorwerpen, een stoornis die geen verband houdt met een zintuiglijke of gevoelsstoornis.

    • Aids

      Gevorderd stadium van een hiv-besmetting, waarbij de eerste opportunistische infecties zich voordoen.

    • Akinesie

      Moeite om een beweging te starten.

    • Alfablokkers

      Geneesmiddelen die gebruikt worden bij de behandeling van goedaardige prostaathyperplasie. Ze blokkeren de alfareceptoren, die de blaas doen ontspannen en de blaashals doen samentrekken.

    • Allergeen

      Omgevings- of voedingsbestanddeel dat een allergie kan veroorzaken.

    • Amenorroe

      geen menstruaties.

    • Aminozuren

      De elementaire bouwstenen van eiwitten, dewelke in feite een keten van aminozuren vormen.

    • Amnesie

      Neurologische stoornissen die zich uiten in een verminderd geheugen of in geheugenverlies.

    • Amyloïde plaques

      Letsels in de hersenen van alzheimerpatiënten die bestaan uit extracellulaire afzettingen waarvan het hoofdbestanddeel een eiwit is, bèta-amyloïde.

    • Anastomose

      Ingreep waarbij de twee uiteinden van de dikke darm weer aan elkaar worden gehecht, na verwijdering van een segment.

    • Anemie

      Daling van de hemoglobineconcentratie, doorgaans door een daling van de concentratie rode bloedcellen.

    • Anemie

      Stoornis die te wijten is aan de afname van het normale aantal rode bloedcellen in het bloed. Anemie kan tot uiting komen in vermoeidheid, bleekheid, kortademigheid bij inspanningen, hartkloppingen, duizeligheid...

    • Angina pectoris

      Hartlijden dat ontstaat door een verminderde bloedtoevoer via de kransslagaders. Het verdere stadium, waarbij de cellen afsterven, is een hartinfarct.

    • Angiogenese

      Fysiologisch mechanisme waarbij zich nieuwe bloedvaten ontwikkelen om een weefsel of een tumor te doorbloeden.

    • Angiopathie

      Ziekte van de bloedvaten.

    • Angor

      Drukkende pijn op de borst door een tekort aan zuurstof in de hartspier. Het verdere stadium, waarbij de cellen afsterven, is een hartinfarct.

    • Ankylosans

      Wat ankylose veroorzaakt. Van ankylose is sprake wanneer een gewricht volledig onbeweeglijk wordt. Het is het eindstadium van stijfheid, waarbij bewegen moeilijk is en/of de bewegingsvrijheid beperkt is.

    • Anovulatie

      geen eisprong.

    • Anti-epilepticum

      Geneesmiddel tegen epilepsie. Sommige werken ook tegen neuropathische pijn.

    • Antiandrogenen

      Stoffen die de werking van testosteron verhinderen in de prostaatcellen. Antiandrogenen worden bij de start van de hormoontherapie meestal gecombineerd met LHRH-agonisten.

    • Anticholinergica

      Geneesmiddelen die onvrijwillige blaascontracties verminderen.

    • Antidepressivum

      Geneesmiddel tegen depressie en in de meeste gevallen tegen angststoornissen. Sommige kunnen ook als pijnstiller worden gebruikt bij neuropathische pijn.

    • Antigen

      Stof die een immunologische reactie uitlokt (productie van antilichamen of dodende cellen) tegen elk lichaam dat als gevaarlijk of gewoon als vreemd wordt beschouwd.

    • Antihistaminica

      Geneesmiddelen die de effecten van histamine bestrijden, een stof die in grote hoeveelheden vrijkomt bij een allergische reactie.

    • Antilichaam

      Eiwit dat aangemaakt wordt door sommige witte bloedcellen (plasmocyten) en dat immuniteit veroorzaakt.

    • Antipsychoticum

      Geneesmiddel dat ook bekend is onder de naam neurolepticum. Gebruikt bij de behandeling van psychosen, onder andere schizofrenie. Het verzwakt de psychotische symptomen, zoals hallucinaties.

    • Antipyreticum

      Een koortswerend middel.

    • Antistoffen

      Eiwitten die een belangrijke rol spelen in ons afweersysteem

    • Anus

      Orgaan aan het uiteinde van het rectum, dat uit spieren bestaat en de defecatie regelt door zich samen te trekken.

    • Apolipoproteïne E

      Eén van de bestanddelen die betrokken zijn bij het transport van cholesterol en triglyceriden in het bloed. ApoE wordt vooral geproduceerd door de hersenen en de lever.

    • Apraxie

      Neurologische stoornis die de complexe bewegingen aantast.

    • Arachnofobie

      Spinnenvrees.

    • Aromatase remmers

      Medicatie die de aanmaak van vrouwelijk hormoon in het lichaam verhindert.

    • Artralgie

      Gewrichtspijn.

    • Artritis

      Gewrichtsontsteking die eerst het synoviale membraan treft en zich vervolgens uitbreidt naar de rest van het gewricht.

    • Artroscopie

      Methode om in een gewricht te kijken en bepaalde letsels te behandelen.

    • Astma

      Ademhalingsziekte die gekenmerkt wordt door een samentrekking van de bronchiën, vaak als gevolg van een allergie, waardoor de patiënt ademhalingsproblemen krijgt.

    • Atheromateuze plaque

      Een geelachtige zone in een slagader bestaande uit vet, celafval, spiercellen, bindweefsel en bij ouderen soms ook calcium. Deze plaque vernauwt het bloedvat.

    • Atherosclerose

      Degeneratieve slagaderaandoening. De slagaders verharden, raken verstopt en dreigen plots volledig dicht te slibben, waardoor de organen niet langer van bloed worden voorzien en uiteindelijk afsterven.

    • Atopie

      Verschijnsel waarbij het immuunsysteem genetisch voorbestemd is om te overreageren tegen omgevings- of voedingsbestanddelen.

    • Aura

      Focale, goedaardige aantasting van de hersenen die bij sommige migrainelijders optreedt voor de hoofdpijn en die gekenmerkt wordt door gezichtsstoornissen, tintelingen …

    • Auto-immuunziekte

      Een ziekte waarbij het immuunsysteem de eigen lichaamsweefsels aanvalt of zelfs vernietigt, doordat het die volledig of gedeeltelijk als lichaamsvreemd beschouwt.

    • Autoantistoffen

      Antistoffen die normale structuren van ons lichaam aanvallen

    • Autonoom zenuwstelsel

      Regelt de onbewuste werking van onze lichaamsdelen, zoals het hartritme.

    • Axon

      Uitloper van het neuron die als verbinding dient met de andere neuronen. Als heuse elektrische kabel is het omgeven met myeline, als isolatiestof.

    • Azoöspermie

      geen zaadcellen in het zaadvocht.

  • B
    • baarmoeder

      de baarmoeder is een holle spier en het belangrijkste orgaan van het vrouwelijke voortplantingssysteem. Ze ontvangt de bevruchte  eicel en maakt zo de ontwikkeling van het embryo mogelijk.

    • baarmoederfibroom

      een baarmoederfibroom of vleesboom is een goedaardige tumor (geen kankergezwel) die zich ontwikkelt in de spierwand van de baarmoeder.

    • Baarmoederhalsslijm

      slijm in de baarmoederhals.

    • Baarmoedersynechie

      verkleving van de baarmoederwand.

    • Basaalcelcarcinoom

      Vorm van huidkanker.

    • Beenmerg

      Het sponsachtige weefsel dat zich in bepaalde botten van ons skelet bevindt. In het beenmerg worden de belangrijkste bloedcellen aangemaakt (rode bloedcellen, witte bloedcellen, bloedplaatjes).

    • Bekkenbodem

      Het spierengeheel dat de bekkenorganen ondersteunt.

    • Benzodiazepines

      Klasse psychotrope geneesmiddelen die worden gebruikt om angstsymptomen (anxiolytica) of slaapstoornissen (hypnotica, slaapmiddelen) te verlichten. Deze middelen kunnen op termijn verslavend werken.

    • Bèta-amyloïde eiwit

      Eiwit dat verantwoordelijk is voor de vorming van amyloïde plaques.

    • Bevruchting

      ontmoeting tussen een eicel en een zaadcel.

    • Bijbal

      langwerpig orgaantje achter de teelbal waar de spermatozoïden samenkomen en dan verder naar de zaadleider worden geleid.

    • Biopsie

      Kleine ingreep waarbij er een stukje weefsel of een stukje van een gezwel wordt weggenomen voor microscopisch onderzoek.

    • Biotherapie

      Behandeling met substanties die immunologisch voorbestemd zijn om aandoeningen te behandelen. Bijvoorbeeld antilichamen tegen bepaalde cytokines zoals TNF-a.

    • Bipolair

      Wordt gezegd van een stemmingsstoornis waarbij depressieve periodes afwisselen met periodes van overdreven euforie.

    • Bipolaire stoornis type I

      Stemmingsstoornis gekenmerkt door de afwisseling van manische fases en depressieve fases. Vroeger bekend onder de term manisch-depressieve aandoening.

    • Bipolaire stoornis type II

      Stemmingsstoornis gekenmerkt door de afwisseling van hypomane fases en depressieve fases.

    • Blaaswand

      wand van de blaas.

    • Bloedstolling

      Het natuurlijk proces waarbij het bloed stolt en een bloeding stopt

    • Bloedtelling

      Bloedonderzoek om het aantal rode en witte bloedcellen en bloedplaatjes in het bloed te bepalen.

    • Body Mass Index

      Methode om iemands gewicht te evalueren in verhouding tot zijn lengte. De BMI kan dus eventueel overgewicht opsporen. Hij wordt berekend door het gewicht (in kg) te delen door de lengte (in meter) in het kwadraat. We spreken van overgewicht bij een BMI van meer dan 25 en van zwaarlijvigheid (obesitas) bij een BMI van 30 en meer.

    • Borstamputatie

      Operatief verwijderen van de hele borst.

    • Botmineraal

      Verzamelnaam voor natuurlijke stoffen in het bot (zouten).

    • Botremodellering

      Het proces waarbij het materiaal waaruit botten bestaan vernietigd wordt door cellen die osteoclasten genoemd worden, waarna het onmiddellijk wordt heropgebouwd door osteoblasten. Botremodellering zorgt ervoor dat onze botten sterk blijven.

    • Bradykinesie

      Trager vrijwillige bewegingen kunnen uitvoeren, verminderde bewegingsomvang en moeite om deze bewegingen te starten.

    • BRCA

      Borstkankergen.

    • Bronchodilatator

      Geneesmiddel dat de bronchiënspieren doet ontspannen, waardoor hun diameter toeneemt en er makkelijker lucht doorkan. Ze worden meestal toegediend met een aërosol / puffer, of een inhalator, of in zeldzamer gevallen een vernevelaar.

    • Bronchus

      Luchtweg die vanaf de luchtpijp naar de longen gaat en zich daar vertakt in steeds kleinere takken. De bronchi vervoeren de lucht tot in de longblaasjes, waar de gasuitwisseling met het bloed gebeurt.

  • C
    • CA125

      Tumormerker die vaak gestoord is bij eierstokkanker. Maar die kan ook bij andere tumoren of zelfs goedaardige afwijkingen gestoord zijn.

    • Calcificatie

      afzetting van calcium in een orgaan.

    • Calcium

      Stof die vooral in melk en melkproducten zit, en noodzakelijk is voor het behoud van de botmassa.

    • Carcinogene stof

      een kankerverwekkende stof die leidt tot het ontstaan van kanker of het risico erop sterk doet stijgen.

    • Carcinoom

      Kwaadaardige tumor of kankerletsel dat zich ontwikkelt in de cellen  van de huid of van de slijmvliezen. Synonym: epithelioma.

    • Catatonisch

      Houding van sommige schizofreniepatiënten, gekenmerkt door negativisme, isolement en passiviteit.

    • CD4-cellen

      HIV treft vooral de CD4-cellen. Een CD4-cel is een witte bloedcel die een belangrijke rol speelt in het afweersysteem. CD4-cellen worden ook wel T4-cellen genoemd.  

    • Cefalea

      Hoofdpijn.

    • Centraal zenuwstelsel

      Hersenen en ruggenmerg. Bestaan uit zenuwcellen die signalen doorgeven naar onder andere de spieren.

    • Cerebrovasculair accident

      Meestal beroerte genoemd. Dit uiterst ernstige accident wordt veroorzaakt door de onderbreking van de bloedcirculatie of door een hersenbloeding.

    • Cervicalgie

      Nekpijn bij nekartrose.

    • Chemotherapie

      Medicatie die de groei van kankercellen afremt of vernietigt.

    • Cholesterol

      Cholesterol is een soort vet, dat trouwens essentieel is voor het menselijk lichaam. Cholesterol is niet oplosbaar in water en komt in het bloed terecht door zich aan eiwitten te hechten. Het is het soort eiwitten dat hun gedrag bepaalt en 'goede' cholesterol onderscheidt van 'slechte'.

    • Cholinesteraseremmers

      Geneesmiddelen die de vernietiging van acetylcholine vertragen.

    • Chondrocyten

      Kraakbeencellen die zorgen voor de aanmaak van nieuw kraakbeen.

    • Chondrogenese

      Vorming van nieuw kraakbeen.

    • Chondrolyse

      Vernietiging van oud kraakbeen.

    • Coelioscopie

      Weinig invasieve operatietechniek waarbij een videocamera wordt ingebracht in de buikholte, met een zeer kleine insnijding.

    • Cognitief

      We spreken van cognitieve functies om de psychische functies te beschrijven die een rol spelen bij de processen van de perceptie, het geheugen, het redeneren en de besluitvorming.

    • Cognitieve gedragstherapie

      een cognitieve gedragstherapie werkt aan wat iemand denkt en weet over bepaalde dingen (zoals roken) om de daaraan gelinkte gewoonten te veranderen en/of te vervangen.  

    • Cognitieve stoornis

      probleem bij het verwerken van informatie (gesprekken, beelden, tekst…).

    • Colectomie

      Verwijdering van een colonsegment.

    • Colonkader

      Geheel van alle colonsegmenten.

    • Coloscopie

      Onderzoek van het colonkader met een soepele buis aan het uiteinde waarvan een camera wordt aangesloten. Met een coloscopie kan niet alleen de dikke darm onderzocht worden, maar kunnen ook biopten genomen worden of andere technische ingrepen gebeuren, zoals een polypectomie (verwijdering van poliepen).

    • Colostomie

      Chirurgische techniek waarbij de dikke darm en dus ook de stoelgang rechtstreeks verbonden worden met de huid.

    • Coma

      Toestand van diepe bewusteloosheid waarbij de patiënt niet gewekt kan worden.

    • Comorbiditeit

      Term die de aanwezigheid van een of meerdere stoornissen in combinatie met een primaire stoornis of aandoening beschrijft.

    • Complementsysteem

      Reeks eiwitten die instaan voor de verdediging tegen indringers (bacteriën, virussen, en andere lichaamsvreemde stoffen).

    • Complexe partiële aanval

      Focale aanval die gepaard gaat met een verminderd bewustzijn.

    • COMTi

      Klasse van geneesmiddelen die de werking van een enzym (Catéchol-O-Méthyltransférase) inhiberen (afremmen) dat verantwoordelijk is voor de afbraak van L-Dopa in het bloed. COMT-inhibitoren worden gecombineerd met L-Dopa en een DDCi.

    • Concrement

      Steenvorming in een orgaan, kanaal of klier.

    • Conisatie

      verwijdering van een gedeelte van de baarmoederhals (in de vorm van een kegel)

    • Contraceptie

      methode om een zwangerschap te voorkomen.

    • COPD

      Afkorting van Chronic Obstructive Pulmonary Disease (Chronisch Obstructief Longlijden). COPD is het gevolg van een geleidelijke en onomkeerbare vernauwing van de luchtwegen, waardoor het luchttransport van en naar de longen steeds moeilijker wordt. COPD 45 jaar) en wordt meestal veroorzaakt door langdurig roken.

    • Corticoïd

      Ontstekingsremmend geneesmiddel dat oraal, intraveneus of rectaal kan worden toegediend.

    • Corticosteroïden

      Cortisonderivaten.

    • Coxartrose

      Heupartrose.

    • Craniotabes

      verweking van de schedelbeenderen.

    • Creatinine

      Afbraakproduct van eiwitten in vlees uit de voeding en in de eigen spieren. Creatinine wordt door de nieren verwijderd, en de concentratie stijgt in het bloed bij nierfalen.

    • Crohn

      De ziekte van Crohn is een chronische ontsteking van de ingewanden. De symptomen zijn: diarree, buikpijn, gewichtsverlies en koorts.

    • Cryotherapie

      Behandeling door koude (in de vorm van ijs, bevroren chemische pakketjes of gas). De techniek dient om via bevriezing kleine goedaardige huidletsels te vernietigen.

    • Cryptogeen

      Met onbekende oorzaak.

    • Culdoscopie

      techniek om de buikholte in beeld te brengen via de douglasholte (omslag van het buikvlies tussen de baarmoeder en de endeldarm).

    • Curatieve behandeling

      Behandeling die erop gericht is de tumor volledig te verwijderen om te genezen.

    • Curettage

      ingreep om een al dan niet evoluerende zwangerschap of abnormale inhoud uit de baarmoeder te verwijderen.

    • Curietherapie

      Variant op radiotherapie, met vezels die gammastralen uitzenden die rechtstreeks het orgaan bestralen.

    • Cushing

      Verzameling van klinische tekens en symptomen die veroorzaakt wordt door een te hoog cortisolgehalte in het bloed. Het langdurig verhoogde cortisol en de langdurig verhoogde insuline zorgen samen voor een abnormale verdeling van het lichaamsvet. Een continu verhoogde productie van insuline leidt uiteindelijk ook vaak tot suikerziekte.

    • CVA

      Cerebrovasculair accident, meestal beroerte genoemd. Dit uiterst ernstige accident wordt veroorzaakt door de onderbreking van de bloedcirculatie of door een hersenbloeding.

    • Cytokine

      Prikkelend ontstekingseiwit.

    • Cytopunctie

      Wegnemen van cellen om een diagnose te stellen aan de hand van microscopisch onderzoek.

  • D
    • Dapoxetine

      geneesmiddel uit de groep van de serotonineheropnameremmers dat de zaadlozing uitstelt.

    • DDCi

      Geneesmiddel dat de afbraak van L-Dopa in het bloed inhibeert door middel van een enzym (dopadecarboxylase).

    • Deficit

      Verlies van een bepaalde vaardigheid, bijvoorbeeld het vermogen om te spreken, te lopen, een lidmaat te bewegen, pijn te voelen…

    • Delirium

      Denkstoornis die gekenmerkt wordt door waanideeën. De patiënt is er echter absoluut van overtuigd dat zijn ideeën kloppen.

    • Dementie

      Degeneratieve ziekte die gekenmerkt wordt door gedragsstoornissen en een achteruitgang van de intellectuele functies.

    • Densitometrie

      Onderzoek om osteoporose te diagnosticeren.

    • Depressie

      Stemmingstoestand die gekenmerkt wordt door een verlies van motivatie of levensdrang. De meest kenmerkende symptomen zijn hopeloosheid, moedeloosheid, verlies van eigenwaarde, vermoeidheid, triestheid, negatieve en donkere gedachten of zelfmoordplannen.

    • Dermatitis

      Huidontsteking.

    • Dermatoscoop

      Vergrootglas met ingebouwde verlichtingsbron voor onderzoek van de huid.

    • Desensibilisatie

      Een allergie is een buitengewone reactie op een bepaalde stof. Het organisme begint daarbij overmatig een bepaald antilichaam te produceren om zich te verdedigen tegen een vermeend gevaar. Bij desensibilisatie wordt het organisme geleidelijk vertrouwd gemaakt met het allergeen in kwestie, om die buitengewone reactie te vermijden.

    • Detrusor

      Spier van de blaaswand. Zorgt ervoor dat de blaas zich kan vullen als hij zich ontspant en zich kan ledigen als hij samentrekt.

    • Diabetes

      Verhoging van het suikergehalte (glucose) in het bloed door een te lage insulineproductie en/of de ontwikkeling van insulineresistentie.

    • Dialyse

      Behandelingstechniek gebruikt bij nierfalen om de werking van de nieren na te bootsen; ook kunstnier genoemd.

    • Diastolische bloeddruk

      Druk op de slagaderwand tussen twee hartcontracties, op het ogenblik dat het hart zich ontspant en zich vult met bloed.

    • Dimerisatie

      Samenkomen van twee moleculen met een vergelijkbare structuur (zoals de receptoren van de EGFR-familie) die een homodimeer (dezelfde moleculen) of een heterodimeer (verschillende moleculen) vormen.

    • Dizygoot

      Wordt gezegd van een twee-eiige tweeling.

    • DNA

      DNA bevat alle informatie nodig voor de ontwikkeling en werking van het organisme. Alle cellen van ons organisme bevatten DNA.

    • Doelgerichte behandeling

      Behandeling die specifiek op de kankercellen is gericht en de normale cellen spaart.

    • Doelorganen

      Hypertensie beschadigt sommige organen op een sluipende manier: de slagaders, de hersenen, het hart, de nieren en de ogen.

    • Dominante overerving

      ziekte die zich ontwikkelt door de overerving van een foutief gen van één van beide ouders.

    • Donor

      Iemand die bloed of een orgaan voor transplantatie afstaat.

    • Dopamine

      Dopamine is één van de talrijke neurotransmitters die circuleren in de hersenen. Een neurotransmitter is een stof die afgegeven wordt door de zenuwcellen en dient om informatie door te geven.

    • Dopamine agonisten

      Klasse van geneesmiddelen die worden gebruikt bij de behandeling van de ziekte van Parkinson. Ze stimuleren de dopaminerge receptoren van de neuronen.

    • Dunne darm

      Deel van de darm tussen de maag en de dikke darm.

    • Dysautonomie

      Aandoening van het zogeheten autonome zenuwstelsel, dat in het bijzonder de spieren van de spijsvertering, de blaas en de bloedvaten stuurt. Dysautonome stoornissen veroorzaken diarree, constipatie, daling van de bloeddruk…

    • Dysovulatie

      afwijking van de eisprong.

    • Dysplasie

      Precancereuze ontaarding van de cel.

    • Dyspneu

      Gevoel van kortademigheid.

    • Dysurie

      Moeite om de blaas te ledigen, als gevolg van een subvesicale obstructie.

  • E
    • Ecchymose

      Onderhuidse bloedcollectie

    • Echografie

      Brengt door middel van geluidsgolven het te onderzoeken lichaamsdeel in beeld.

    • Eczeem

      Synoniem van atopische dermatitis.

    • EEG

      Elektro-encefalogram. Meet de elektrische activiteit van de hersenschors (cortex).

    • Eenheid alcohol

      de hoeveelheid zuivere alcohol die in een alcoholische drank zit. Een eenheid komt over het algemeen overeen met 10 gram zuivere alcohol. Een glas alcoholische drank geserveerd in een standaardglas komt overeen met een alcoholeenheid.

    • Eenvoudige partiële aanval

      Focale aanval die geen bewustzijnsverandering veroorzaakt.

    • Eicel

      Geslachtscel of vrouwelijke gameet, bevat de helft van de chromosomen van de moeder. Na de uitdrijving door de eierstok is de eicel slechts 24 uur vruchtbaar tijdens de afdaling in de eileider. Wanneer een bevruchting heeft plaatsgevonden, spreken we van ovule (of ei).

    • eierstokken

      de eierstokken maken deel uit van het vrouwelijke voortplantingssysteem. Er zijn twee eierstokken. Ze bevinden zich elk aan weerszijden van de baarmoeder en zijn ermee verbonden door de eileiders. Hun belangrijkste functie is de productie van de eicellen en de vrouwelijke geslachtshormonen.

    • Eiwit

      Grote molecule die uit aminozuren bestaat. Is een essentieel bestanddeel van het menselijk lichaam.

    • Elektro-encefalogram

      Registratie van de elektrische hersenactiviteit.

    • Elektrocardiogram

      Pijnloos onderzoek dat de elektrische activiteit van het hart registreert. Controleert de regelmaat van het hartritme, gaat na of er sprake is van hypertrofie van sommige delen van het hart en/of van tekenen van myocardischemie te wijten aan een vernauwing van de kransslagaders.

    • Elektroconvulsietherapie

      Behandeling van ernstige vormen van depressie met elektroshocks.

    • Embryo

      product van de bevruchting.

    • Emfyseem

      Aantasting van het elastische longweefsel (de lucht blijft gedeeltelijk in de longen zitten) en vernietiging van de longblaasjes, d.w.z. de eenheden die voor de gasuitwisselingen zorgen tussen het bloed en de lucht (zuurstoftoevoer naar het bloed, eliminatie van koolzuurgas).

    • Endocriene verstoorders

      niet-hormonale stoffen in het milieu die de normale hormonale werking verstoren.

    • Endometrioom

      endometriosecyste in de eierstok.

    • Endometriose

      ziekte die gekenmerkt wordt door endometriumklieren buiten de baarmoederholte.

    • Endometrium

      Een sterk doorbloed weefsel dat de binnenzijde van de baarmoeder bekleedt. Dit weefsel wordt tijdens elke menstruatiecyclus dikker om eventueel een embryo te ontvangen. Als op het einde van de menstruatiecyclus geen embryo is ingenesteld, zal een groot deel van het baarmoederslijmvlies zich losmaken, en zo de menstruatie vormen.

    • Endoscopie

      visueel onderzoek van de binnenkant van een orgaan of een holte via inbrenging in het lichaam van een flexibel optisch buisje dat uitgerust is met een verlichtingssysteem en verbonden is met een videocamera.

    • Endothelinereceptorantagonist

      Geneesmiddel dat specifiek gericht is tegen de mechanismen die leiden tot de ontwikkeling van pulmonale arteriële hypertensie.

    • Enthese

      Aanhechtingspunt van een pees of een ligament aan het bot.

    • Enthesitis

      Ontsteking van een enthese.

    • Enzym

      eiwit dat chemische processen versnelt in een organisme.

    • Enzyminductor

      Geneesmiddel dat de synthese van de leverenzymen bevordert die een rol spelen bij de metabolisatie (uitscheiding) van geneesmiddelen.

    • Epididymis

      Bijbal, uitscheidingskanaal van de teelbal.

    • Epilepsiehaard

      Zone in de hersenschors die de focale aanval veroorzaakt.

    • Epileptogeen

      Wat epilepsieaanvallen bevordert.

    • Episodisch geheugen

      Geheel van herinneringen aan persoonlijk beleefde episodes of aan informatie die werd opgenomen in een precieze tijd-ruimtecontext.

    • Epitheel

      Geheel van cellulair weefsel dat het oppervlak van organen bedekt, zowel aan de buitenkant (huid, slijmvlies van de natuurlijke lichaamsopeningen) als aan de binnenkant (holtes van het hart, het spijsverteringssysteem enz.).

    • Epitheelweefsel

      zie epitheel.

    • Erectiele disfunctie

      het moeilijk kunnen krijgen en houden van een erectie.

    • Erectiepillen

      Benaming van fosfodiësterase type 5-remmers, ook PDE5-remmers genoemd (Cialis®, Levitra® en Viagra®). Hun toediening brengt immers alleen een erectie teweeg als de patiënt ook seksueel opgewonden is.

    • Erectiestoornissen

      Blijvend onvermogen om een voldoende stevige erectie te krijgen of te behouden voor een bevredigende seksuele activiteit. Deze definitie houdt rekening met de bevrediging van beide partners.

    • Eructatie

      Uitstoten van lucht, zonder maaginhoud.

    • Erythrodermie

      Ontstekingsziekte van de huid met aantasting van het volledige lichaam.

    • Erytrofobie

      Bloosangst.

    • Erytropoëtine

      Door de nieren aangemaakt hormoon dat de vorming van rode bloedcellen stimuleert. Een tekort leidt tot anemie.

    • Essentiële hypertensie

      In de overgrote meerderheid van de gevallen (95%) wordt er een specifieke aandoening opgespoord die de arteriële hypertensie kan verklaren. We spreken dan van essentiële of primaire hypertensie.

    • ESW

      Een secondewaarde. Eén van de ademhalingsparameters die aangetast zijn bij een obstructiestoornis.

    • Exacerbatie

      Aanval waarbij alle symptomen verergeren. Kan dodelijk zijn en is bijzonder belastend voor de patiënt.

    • Excisie

      Uitsnijding.

    • Exocriene pancreasinsufficiëntie

      Exocriene pancreasinsufficiëntie ontstaat als de pancreas zijn exocriene functie - de productie van spijsverteringsenzymen - niet meer naar behoren kan vervullen.

    • Expectoratie

      Ophoesten van slijm (fluimen).

    • Extra-uteriene zwangerschap

      zwangerschap buiten de baarmoeder.

  • F
    • Fibroadenoom

      Goedaardig borstgezwel.

    • FIGO-classificatie

      Internationaal systeem om het stadium van een welbepaalde kanker eenduidig weer te geven.

    • FISH (fluorescentie-in-situhybridisatie)

      Techniek uit de moleculaire biologie die sondes gebruikt waarop een fluorescerende merkstof is aangebracht.

    • Fistel

      Abnormale verbinding tussen twee aangrenzende organen.

    • Flagellum

      zweepdraad, aanhangsel waarmee een cel, bijvoorbeeld een zaadcel, zich kan voortbewegen.

    • Follikel

      Bevindt zich in de eierstok en bestaat uit celaggregaten die een sferische structuur vormen. Hij bevat de eicel die zich bij de ovulatie zal losmaken.

    • Fosfaat

      chemische verbinding van één molecule fosfor en vier moleculen zuurstof, die zich met andere moleculen kan binden.

    • Fosfatase

      enzym dat een rol speelt in de fosforstofwisseling.

    • Fosfo-ethanolamine

      chemische verbinding van fosfaat en ethanolamine; zit in bepaalde fosfolipiden die een essentieel bestanddeel zijn van celmembranen.

    • Fosfodiësterasen

      Enzymen die GMPc afbreken, een stof die de gladde spieren in de bloedvaten of tussen de holten van de zwellichamen doet verslappen. Erectiepillen remmen deze enzymen af.

    • Frax

      Fractuur risico assessment tool. Het model, ‘Frax’ genoemd, vermeldt in een percentage hoe groot tijdens de tien volgende jaren het risico zal zijn op een fractuur door aanzienlijke osteoporose (dijbeen, pols, bovenarmbeen, inzakking van de wervels).

    • FSH

      Het follikelstimulerend hormoon wordt aangemaakt door de hypofyse. Bij de vrouw zorgt het hoofdzakelijk voor de ontwikkeling van ovariële follikels, bij de man speelt dit hormoon een rol bij de spermatogenese (vorming van spermatozoïden).

    • Functionele ademtest

      Synoniem van spirometrie. Pijnloos medisch onderzoek waarbij alle ademvolumes en -debieten bij het in- en uitademen geëvalueerd worden. Op die manier kunnen zogenaamde obstructieve stoornissen opgespoord worden waarbij de debieten.

    • Fungaal

      Veroorzaakt door een schimmel.

  • G
    • Gal

      Dikke vloeistof die afgescheiden wordt door de lever, opgeslagen wordt in de galblaas en tijdens de maaltijd uitgescheiden wordt in de twaalfvingerige darm.

    • Gastroscopie

      Endoscopisch maagonderzoek.

    • Gedragsstoornis

      Psychiatrische afwijking in de kindertijd die gekenmerkt wordt door agressief, gewelddadig gedrag en in de regel ook door het overtreden van sociale regels. Verschilt van sommige gedragingen door zijn indringend en permanent karakter.

    • Gedragstherapie

      Psychotherapie die gedragsverandering wil teweegbrengen door in te werken op gedragingen en eraan gekoppelde gedachten (cognities) (cognitieve gedragstherapie).

    • Geel lichaam

      Het resultaat van de omvorming van de follikel van De Graaf (rijpe follikel binnen in de eierstok) na uitdrijving van de eicel tijdens de ovulatie. Het gele lichaam vormt zich in de tweede helft van de menstruatiecyclus en scheidt progesteron af. In afwezigheid van zwangerschap zal het gele lichaam degenereren en begint de menstruatie, het begin van een nieuwe cyclus.

    • Geglyceerd hemoglobine

      Deze molecule geeft een goed beeld over het bloedsuikergehalte van de afgelopen drie maanden.

    • Geheugen

      het vermogen om informatie op te slaan, te bewaren en later opnieuw te gebruiken door het herkennen van informatie (recognitie) of het actief uit het geheugen opdiepen van informatie (reproductie).

    • Geleidingssnelheid

      Meting van de snelheid waarmee de elektriciteit door de zenuwen gaat. De snelheid vertraagt in geval van polyneuropathie.

    • Gen

      Stuk van een DNA-keten (DNA = desoxy ribonucleïne zuur). DNA is de informatiedrager die noodzakelijk is voor de eiwitsynthese. DNA zit in al onze lichaamscellen.

    • Geneesmiddelenmisbruik

      Overmatig gebruik van geneesmiddelen dat tot gewenning leidt en chronische hoofdpijn veroorzaakt.

    • Gevoeligheid van de tastzin

      De gevoeligheid wisselt af in geval van neuropathie. Bijvoorbeeld het gevoel dat u op watten stapt of kousen aanuw voeten draagt.

    • Gewricht

      Structuur die de botten samenhoudt en beweging mogelijk maakt.

    • Globaal cardiovasculair risico

      Vloeit voort uit de aanwezigheid van de verschillende cardiovasculaire risicofactoren. Wordt gedefinieerd door de kans op een fatale plotse aandoening van het hart- of vaatstelsel in de loop van de komende tien jaar.

    • Glucagon

      Hormoon dat de pancreas afscheidt en dat het suikergehalte in het bloed verhoogt.

    • Glucose

      Ook druivensuiker genoemd, een essentiële brandstof voor het menselijk lichaam, die snel in het bloed kan worden opgenomen.

    • Glutamaat

      Neurotransmitter waarvan het gehalte te hoog ligt bij alzheimerpatiënten.

    • Glycemie

      Bloedsuikerspiegel.

    • GnRH

      hormoon dat wordt geproduceerd door de hypothalamus.

    • Gonadotrofine

      hormoon dat wordt geproduceerd door de hypofyse.

    • Gonartrose

      Knieartrose.

    • Gynaecomastie

      Opzwelling van de borstklier bij mannen.

  • H
    • Hallucinatie

      Waarnemingsstoornis die optreedt zonder echte prikkels van buitenaf. Een hallucinatie wordt vaak omschreven als een 'perceptie zonder voorwerp'.

    • Handicap

      Gevolg van de deficits voor de lichaamsfuncties van de patiënt, rekening houdend met externe factoren. Eenzelfde deficit kan min of meer invaliderend zijn, naargelang de omgeving van de patiënt is aangepast. Een beenverlamming kan de patiënt verhinderen om te lopen. De handicap die voortvloeit uit dat deficit, wordt verminderd door op krukken te lopen.

    • Hartaandoening

      Erectiepillen zijn gecontraindiceerd bij recente of zich ontwikkelende cardiale of cerebrovasculaire accidenten (beroerte of hersentrombose) en als seks te belastend is voor het hart.

    • Hartechografie

      Beeldvormingstechniek gebaseerd op ultrasonen. Brengt de verschillende delen van het hart in beeld en meet hun afmetingen en de dikte van de hartspier. De dopplertechnologie meet bovendien ook de bloedstromen. Ze wordt ook toegepast op de slagaders als hun doordringbaarheid moet worden nagegaan.

    • Hartinsufficiëntie

      Gevorderd stadium van hartbeschadiging waarbij het hart er niet meer in slaagt zijn pompfunctie op een adequate manier te vervullen.

    • HbA1c

      Geglyceerd hemoglobine, wordt gemeten bij een bloedafname en geeft een goed beeld over het bloedsuikergehalte van de voorbije twee tot drie maanden.

    • HDL-cholesterol

      High Density Lipoprotein-cholesterol, transporteiwit (lipoproteïne) dat overtollig cholesterol in het bloed bindt en afvoert naar de lever; ‘goede’cholesterol.

       

    • Hematemesis

      Bloedbraken.

    • Hemodialyse

      Gebruik van een apparaat om de afvalstoffen uit het bloed te filteren bij mensen met nierinsufficiëntie.

    • Hemoglobine

      Eiwit in de rode bloedcel dat zuurstof transporteert.

    • Hemolyse

      Vernietiging van rode bloedcellen in de bloedvaten.

    • Hemolytische anemie

      Bloedarmoede waarbij de rode bloedcellen worden vernietigd vóór het verstrijken van hun normale levensduur.

    • Hepatomegalie

      Vergrote lever.

    • HER2/neu eiwit

      Eiwit dat bij 15 à 25% van de patiënten met borstkanker overmatig wordt aangemaakt.

    • Hersenschors

      Laag neuronen die het hersenoppervlak bekleden. In de hersenschors (of cortex) bevinden zich de hogere hersenfuncties.

    • Herval

      Het opnieuw opflakkeren van de verschijnselen van een ziekte, nadat ze genezen leek.

    • Hiv

      Humaan immunodeciciëntievirus, virus dat aids veroorzaakt.

    • Hoge bloeddruk

      Te hoge druk in de slagaders (meer dan 140 mm kwik voor de 'bovendruk' (systolische bloeddruk) of meer dan 90 mm kwik voor de 'onderdruk' (diastolische bloeddruk).

    • Homozygoot

      Wordt gezegd van een eeneiige twee­ling.

    • Hormonale substitutie

      Hormoonvervangende therapie tijdens de menopauze.

    • Hormoongevoelig

      Wordt gezegd van een kanker die hormoonreceptoren bevat en die goed reageert op hormoontherapie.

    • Hormoongevoelige tumor

      Aanwezigheid van hormoonreceptoren of hormoonbindingsplaatsen ter hoogte van de cel.

    • Hühnertest

      test om aanwezigheid van zaadcellen in het baarmoederhalsslijm te evalueren.

    • Huismijten

      Dermatofagoïden die zowat overal in huis leven, vooral op plaatsen waar ze eten vinden (in stof ) en waar ze zich kunnen voortplanten (vocht). Ze nestelen zich het liefst in tapijten, meubelbekledingen, gordijnen en vooral matrassen en hoofdkussens. De uitwerpselen van huismijten bevatten allergiserende eiwitten die voortdurend in de lucht zweven.

    • Humaan papillomavirus

      Seksueel overdraagbaar virus dat diverse huidletsels en slijmvliesletsels veroorzaakt en een rol speelt in het ontstaan van baarmoederhalskanker en anale kanker.

    • Hydroxyapatiet

      botmineraal, bestaat vooral uit calciumfosfaat.

    • Hyperandrogenisme

      Overmaat aan androgenen of mannelijke hormonen, waarvan testosteron het best bekend is. Hyperandrogenisme kan verantwoordelijk zijn voor een toename van de lichaamsbeharing, acne, cyclusstoornissen en tekens van virilisatie.

    • Hypercalcemie

      Calciumgehalte in het bloed hoger dan normaal. Hypercalciëmie kan tot uiting komen in eetlustverlies, misselijkheid, dehydratatie en dorst, vermoeidheid, verzwakte spieren, spijsverterings- en bewustzijnsproblemen...

    • Hypercholesterolemie

      Verhoogd cholesterolgehalte in het bloed.

    • Hyperglycemie

      Verhoogde bloedsuikerspiegel.

    • Hyperplasie

      Toename van het volume van een orgaan of een deel van een orgaan door abnormale celwoekering.

    • Hyperreactiviteit

      Abnormale reactie van de bronchusspier op fysiologische prikkels zoals kou of inspanning. Wordt veroorzaakt door een ontsteking van de bronchiën.

    • Hypertensieopstoot

      Crisis waarbij de bloeddruk plots stijgt tot zeer hoge waarden, vaak boven de 200 mmHg.

    • Hypofarynx

      het onderste deel van de keelholte, achter de epiglottis. De hypofarynx zorgt voor de afsluiting van het strottenhoofd tijdens het slikken.

    • Hypofosfatasemie

      te lage bloedspiegel aan alkalisch fosfatase.

    • Hypofosfatasie

      aangeboren stofwisselingsstoornis door gebrek aan alkalisch fosfatase.

    • Hypofyse

      Endocriene hersenklier.

    • Hypogammaglobulinemie

      Tekort aan antistoffen.

    • Hypoglycemie

      Verlaagde bloedsuikerspiegel.

    • Hypomanie

      Toestand van een uitgelaten stemming met matige intensiteit.

    • Hypothalamus

      Deel van de hersenen dat onder meer de werking van de hypofyse regelt.

    • Hysterosalpingografie

      radiografie van de baarmoeder en de eileiders.

    • Hysteroscopie

      Medisch onderzoek waarbij een dunne buis die is uitgerust met een kleine camera via de vagina wordt ingebracht om de binnenkant van de baarmoederholte te bekijken. Door dit buisje wordt vocht of gas in de baarmoeder gebracht om ze te doen uitzetten en beter te kunnen onderzoeken.

  • I
    • Idiopathisch

      Niet veroorzaakt door een andere medische aandoening of door de inname van geneesmiddelen.

    • IHC (immunohistochemie)

      Kleuringstechniek om een weefselcoupe onder de microscoop te onderzoeken en een welbepaald eiwit op te sporen door middel van een antilichaam. Het eiwit wordt zichtbaar dankzij een specifieke merkstof, bijvoorbeeld een fluorescerend product.

    • Ileum

      Uiteinde van de dunne darm.

    • Immunodeficiëntie

      Verzwakking van het immuunsysteem van het organisme.

    • Immunoglobulinen

      Antilichamen die aangemaakt worden door de plasmacellen en die een rol spelen in ons afweersysteem.

    • Immunologie

      Wetenschap die het immuunsysteem bestudeert, het afweersysteem van het organisme tegen voor het lichaam vreemde stoffen; dit is een complex systeem waarin specifieke cellen en antilichamen een rol spelen.

    • Immunosuppressivum

      geneesmiddel dat de afweerreacties van het lichaam tegen een antigeen (vreemd lichaam dat in het lichaam dringt) onderdrukt of vermindert.

    • Immunotherapie

      Therapie gebaseerd op de toediening van antistoffen die specifiek gericht zijn tegen de kankercellen.

    • Immuunreconstitutiesyndroom

      Een verergering van de symptomen, die zich kan voordoen bij het begin van een antiretrovirale therapie (ART).

    • Immuunsysteem

      Systeem dat alle afweermechanismen van het lichaam omvat tegen wat het als vreemde indringers beschouwt: bacteriën, virussen,…

    • Implanteerbare injectiekamer

      Kein doosje dat onder de huid wordt geplaatst, doorgaans onder het sleutelbeen, en via een soepel en dun buisje verbonden is met een ader. Via de implanteerbare injectiekamer kan een infuus met chemotherapie (en andere geneesmiddelen) worden toegediend zonder de aders te irriteren of mogelijk een lek te veroorzaken. Ook kan gemakkelijk bloed worden afgenomen. We noemen die kamer dikwijls ‘poort’ of Port-à-Cath® (handelsmerk).

    • Incidentie

      Aantal nieuwe ziektegevallen per jaar.

    • Infarct

      Onderbreking van de bloedcirculatie, waardoor de weefsels in het betrokken gebied afsterven. Kan het hart treffen (hartinfarct), de hersenen (cerebrovasculair accident) of een ander lichaamsdeel.

    • Inflammatoir

      Gekenmerkt door een ontsteking met tekens zoals roodheid, warmte en zwelling.

    • Inhalator

      Toestel om de geneesmiddelen rechtstreeks in de bronchiën te brengen.

    • Innesteling

      inplanting.

    • Inplanting

      innesteling (van het embryo).

    • Inslerscore

      score om de kwaliteit van het baarmoederhalsslijm te evalueren.

    • Inspanningsproef

      Deze test op een hometrainer of – in zeldzamer gevallen – op een loopband evalueert de reactie van het cardiovasculaire systeem op inspanningen en brengt op die manier eventuele geruisloze hartafwijkingen aan het licht in rust (symptomen of afwijkingen op het ECG). De proef kan een slechte doorbloeding van een deel van het hart opsporen bij inspanning, als gevolg van een vernauwing van de kransslagaders. Hij is ook nuttig om het inspanningsvermogen te evalueren na een hartaccident of bij personen die na hun 40ste opnieuw willen sporten.

    • Insuline

      Een eiwit met een bloedsuikerverlagend effect, afgescheiden door de pancreas.

       

    • Insulineresistentie

      Het ongevoelig worden van de lichaamscellen aan insuline.

    • Intraveneus infuus

      Er wordt een katheter in een ader ingebracht om geneesmiddelen rechtstreeks in het bloed toe te dienen.

  • K
    • Katheter

      Buisje in soepele kunststof dat door de huid in een bloedvat of lichaamsholte (bv. de buik) wordt geplaatst.

    • Keratine

      Vezelig eiwit in huidcellen, nagels, haren.

    • Keratinocyten

      Huidcellen die keratine opstapelen.

    • Keto-acidose

      Gevaarlijke diabetesverwikkeling waarbij de hyperglycemie gepaard gaat met verzuring van het lichaam; te wijten aan insulinegebrek (zie type 1 diabetes).

    • Kiemen

      microbiële micro-organismen die ziekten veroorzaken.

    • Kinderneuroloog

      Arts die gespecialiseerd is in neurologische aandoeningen bij kinderen.

    • Kinderpsychiater

      Psychiater die gespecialiseerd is in psychiatrische stoornissen bij kinderen en adolescenten.

    • Knobbels van Bouchard

      Typische vervormingen aan de gewrichten van de middenkootjes.

    • Knobbels van Heberden

      Vervormingen aan de gewrichten van de vingertoppen (eindkootjes).

    • Koebnerfenomeen

      Verschijnsel waarbij verwonding van de opperhuid psoriasis uitlokt.

    • Kraakbeen

      Kraakbeen is een speciale vorm van bindweefsel met een elastisch karakter. Het bedekt het uiteinde van de botten, ter hoogte van de gewrichten.

    • Kransslagader

      Twee slagaders die opstijgen uit de aorta en de hartspier van bloed voorzien.

  • L
    • Laparoscopie

      Kijkoperatie waarbij de buikholte met gas wordt opgeblazen om dan via kleine incisies instrumenten en een kijkbuis in te brengen.

    • LDL-cholesterol

      Low Density Lipoprotein-cholesterol, transporteiwit (lipoproteïne) dat cholesterol bindt en afzet in de vaatwand; ‘slechte’ cholesterol.

    • Leerstoornissen

      Geheel van dysfuncties die veroorzaakt worden door problemen om informatie te verwerken. Leerstoornissen uiten zich in achterstand bij of problemen met lezen, schrijven en/of rekenen.

    • Leukopenie

      Daling van het aantal witte bloedcellen.

    • Lewy-body-dementie

      vorm van dementie met symptomen die doen denken aan zowel de ziekte van Alzheimer als de ziekte van Parkinson door abnormale eiwitverdikkingen in de hersencellen.

    • LH

      luteïniserend hormoon, een hormoon dat door de hypofyse wordt geproduceerd.

    • LHRH-agonisten

      Hormoonbehandeling die de productie van LHRH blokkeert, het hormoon dat testosteron produceert.

    • LHRH-hormoon

      Hormoon dat afgescheiden wordt door de hypothalamus en het luteïniserend hormoon (LH) produceert.

    • Lichamelijk onderzoek

      Onderzoek door de arts om de fysieke parameters van de patiënt te evalueren: de bloeddruk meten, luisteren naar de longen, de reflexen testen,…

    • Lipiden

      Algemene naam voor vetten en cholesterol.

    • Lipidenprofiel

      Het gehalte aan totale HDL- en LDLcholesterol en triglyceriden in het bloed.

    • Lipoproteïnen

      Vet transporterende eiwitten.

    • Lithiase

      Steenvorming.

    • Locoregionale behandeling

      Behandeling van de primaire tumor en van de omliggende lymfeklieren. Chirurgie en radiotherapie zijn allebei locoregionale behandelingen.

    • Lombalgie

      Lagerugpijn.

    • Lombartrose

      Artrose van de lendenwervels in de onderrug.

    • Longarts

      Arts-specialist voor de aandoeningen van de longen en het longvlies, dus voor longkanker en mesothelioom.

    • Longslagader

      Bloedvat dat het bloed van het rechterhart naar de longen voert. Veranderingen van de longslagaders kunnen de druk in die slagaders doen stijgen (pulmonale arteriële hypertensie).

    • Luminotherapie

      Lichttherapie.

    • Luteale insufficiëntie

      onvoldoende secretie van hormonen tijdens de tweede helft van de cyclus (de luteale fase) van de vrouw.

    • Luteïniserend hormoon

      Hormoon dat afgescheiden wordt door de hypofyse en testosteron produceert.

    • Lycopeen

      Pigment en antioxidant die vooral in tomaten zit.

    • Lymfatisch

      van het lymfesysteem. De lymfe is een kleurloze of licht geelachtige vloeistof die zich bevindt in de lymfevaten, die door het hele lichaam lopen. Dat vocht bevat onder meer veel witte bloedcellen, en speelt een cruciale rol in het afweersysteem van het lichaam.

    • Lymfeklier

      Kleine massa in het lymfestelsel dat opzwelt bij een ontsteking of als er tumorcellen in doordringen.

    • Lymfeoedeem

      Zwelling van de arm en/of de hand na verwijdering van de okselklieren en/of bestraling van de oksel.

    • Lymfocyt

      Bepaald soort witte bloedcel dat een centrale rol speelt bij het ontstaan van psoriasis.

    • Lymfocytose

      Toename van het aantal van een soort witte bloedcellen die lymfocyten worden genoemd.

  • M
    • Magnetische resonantie

      Techniek waarbij gebruik wordt gemaakt van een magnetisch veld, om opeenvolgende doorsneden te maken van de hersenen.

    • Malabsorptie

      Het lichaam kan de voedingsstoffen niet opnemen als gevolg van een slechte spijsvertering (defect in het complexe proces van de spijsvertering).

    • Mammografie

      Röntgenfoto van de borst.

    • Manisch

      Wordt gezegd van een toestand van overdreven euforie die gepaard gaat met grootheidswaan. Is de exaltatiefase van een bipolaire stoornis.

    • Manisch-depressieve stoornis

      Oude benaming van de bipolaire stoornis die, zoals zijn naam aangeeft, vooral overeenstemt met bipolaire stoornissen type I (manische en depressieve fases). De moderne nomenclatuur stelt de termen bipolaire stoornissen type I en II voor.

    • Manische fase

      Geestestoestand waarin de persoon bijzonder euforisch, expansief of prikkelbaar is. Ze stemt overeen met de euforische stemmingsfase van een bipolaire stoornis type I.

    • Manometrie

      Drukmeting.

    • Mastectomie

      Synoniem voor mammectomie; gedeeltelijke of volledige verwijdering van een of beide borsten.

    • Megakaryocyt

      Voorlopercel in beenmerg waaruit bloedplaatjes worden gevormd

    • Melena

      Zwarte stoelgang door bloedverlies ter hoogte van maag of dunne darm.

    • Memantine

      Geneesmiddel dat inwerkt op het glutamaterg systeem en de symptomen van de ziekte stabiliseert.

    • Membrana pellucida

      extern membraan van de eicel.

    • Menopauze

      periode die wordt gekenmerkt door het wegvallen van de menstruatiecyclus en de eisprong.

    • menorragie

      abnormaal lange en overvloedige maandstonden.

    • Menstruatiecyclus

      Opeenvolgende fenomenen teweeggebracht door neuro-endocriene hormonen (o.a. ovariële hormonen) die de baarmoeder moeten klaarmaken voor de innesteling van een eitje. De menstruatiebloeding (de menstruatie) is de enige klinische uiting; de eerste dag ervan komt overeen met het begin van de menstruatiecyclus.

    • Menstruaties

      als er zich geen embryo inplant in de baarmoeder, zal het baarmoederslijmvlies, dat dikker en anders was geworden om het embryo te kunnen ontvangen, worden uitgestoten in de vorm van menstruatie.

    • Metabool syndroom

      Combinatie van centrale obesitas en diverse stoornissen zoals hoge bloeddruk, insulineresistentie, een verstoorde cholesterolbalans (vermindering van de 'goede' HDL-cholesterol) en glucose-intolerantie (= prediabetes), stuk voor stuk cardiovasculaire risicofactoren.

    • Metastasen

      Kankercellen die zich ontwikkelen op afstand van de primaire tumor. Ze kunnen circuleren in het vaat- of lymfestelsel en tumoren vormen in andere organen.

       

    • Microalbuminurie

      Kleine opspoorbare hoeveelheden albumine (soort eiwit) in de urine; vroegtijdig teken van nieraantasting.

    • Mictie

      Het plassen.

    • Middenrif

      Ademhalingsspier die de borstkas scheidt van de buik.

    • Mineralisatie van de beenderen

      afzetting van calciumfosfaat in de beenderen.

    • Mini Mental State Evaluation

      Courant gebruikte test om snel de cognitieve toestand van een patiënt te evalueren. De test omvat een reeks vragen. Een score onder de 24 wijst met zekerheid op een aantasting van de intellectuele functies.

    • Moederkoornderivaten

      Dihydro-ergotamine (Diergo), wordt via de neus toegediend, wordt sinds de komst van de triptanen niet meer veel gebruikt bij de behandeling van migraine.

    • Mohs micrografische chirurgie

      Chirurgische techniek waarbij onmiddellijk alle snijvlakken worden gecontroleerd.

    • Monoartritis

      Ontsteking van het synoviaal membraan van één enkel gewricht.

    • Monofilament

      Filament in nylon, wordt tegen de voetzool gehouden om zo de gevoeligheid te testen.

    • Monoklonale antistof

      Antistof die een specifiek eiwit op het celoppervlak herkent. Deze bindt zich als een receptor aan dit eiwit aan het oppervlak van de cel en blokkeert de werking van die receptor om de cel te vernietigen.

    • Monoklonale eiwitten

      Abnormale immunoglobulinen die aangemaakt worden door kankerplasmacellen. M-eiwitten planten zich in identieke vorm voort en zijn niet in staat om infecties te bestrijden.

    • Mononeuropathie

      Aantasting van een enkele zenuw, bijvoorbeeld de oogzenuw.

    • Monotherapie

      Gebruik van één enkel geneesmiddel.

    • MRI

      Met deze niet-invasieve techniek krijgen we 2D- en 3D-beelden van het lichaam. Die beelden zijn heel nauwkeurig. De techniek berust op het gebruik van een sterk magnetisch veld.

    • Mucolytica

      Geneesmiddelen die slijmen helpen afvoeren.

    • Musofobie

      Muizenfobie.

    • Mutatie

      Verandering in het genetische materiaal (DNA) van een organisme.

    • Mutisme

      Al dan niet bewuste spraakarmoede.

    • Myeline

      Vetachtige stof die als isolatie dient voor het axon en ervoor zorgt dat het sneller informatie kan overdragen.

    • Myoclonische aanval

      Primair gegeneraliseerde aanval waarbij de ledematen gedurende korte tijd schokken (zonder bewustzijnsverandering).

    • Myometrium

      spierweefsel van de baarmoeder.

  • N
    • Nachtelijke erectiemeting

      Meting van nachtelijke erecties via diverse technieken, om na te gaan of alles nog goed werkt (bezenuwing, bloedtoevoer, zwellichamen). Deze technieken evalueren de volumevergroting van de penis en soms ook zijn stijfheid.

    • NARI’s

      Noradrenalin reuptake inhibitors (noradrenaline-opnameremmers).

    • Nefroloog

      Arts gespecialiseerd in nierziekten en hypertensie.

    • Negatief symptoom

      Symptoom van schizofrenie dat gekenmerkt wordt door een verminderd functioneren (motivatieverlies, neerslachtigheid…).

    • Neoadjuvant

      Een kankerbehandeling die gegeven wordt vóór een operatie om de ingreep mogelijk te maken (bijvoorbeeld een behandeling met chemotherapie, een hormoontherapie of een radiotherapie om de tumor te verkleinen zodat hij makkelijker te opereren is).

    • Neuron

      Hersencel die een rol speelt bij de zenuwprikkeloverdracht. De hersenen bevatten miljarden neuronen, die een zeer complex netwerk vormen.

    • Neuropathische pijn

      Pijnsoort dat in verband wordt gebracht met een zenuwaantasting door diabetes. Diabetische polyneuropathie is de meest frequente vorm.

    • Neuropsycholoog

      Psycholoog die gespecialiseerd is in het testen van de cognitieve (intellectuele) functies.

    • Neurotransmitter

      Molecule die wordt afgegeven door de neuronen, als antwoord op een zenuwprikkel. De neurotransmitter zorgt ervoor dat die boodschap wordt overgedragen van neuron tot neuron.

    • Nicotine

      de belangrijkste verslavende stof in tabak

    • Nicotinevervangers

      producten waarin nicotine zit en die worden gebruikt in plaats van tabak. Ze verminderen of heffen de ontwenningsverschijnselen zelfs op.

    • Nierinsufficiëntie

      Verminderde capaciteit van de nieren om selectief water, zout en afvalstoffen van het lichaam uit te scheiden. In het ergste stadium is dialyse (kunstnier) of een niertransplantatie vereist. Dit is trouwens ook een cardiovasculaire risicofactor.

    • Nitraatderivaten

      Zijn geneesmiddelen die toegediend worden aan patiënten met angina pectoris. Ze doen de slagaders uitzetten die het hart van bloed voorzien. Als ze samen toegediend worden met erectiepillen kunnen ze gevaarlijke bloeddrukdalingen veroorzaken.

    • NMDA-receptor

      Receptor die gestimuleerd wordt door glutamaat (zie glutamaat).

    • Nodulair

      Gelijkend op een knobbeltje.

    • Nucleaire magnetische resonantie

      Gedetailleerde scan van de borst door een magnetisch veld en radiogolven.

    • Nucleotide

      basiselement van DNA en RNA, bevat een tot drie fosfaatgroepen.

    • Nycturie

      's nachts meer dan één keer moeten opstaan om te plassen, vaak gepaard met of onmiddellijk voorafgegaan door hevige aandrang.

  • O
    • Odontohypofosfatasie

      hypofosfatasie die zich uitsluitend uit door versneld verlies van melktanden en/of definitieve tanden.

    • Oestradiol

      hormoon dat door de eierstokken wordt geproduceerd.

    • Oestrogeen

      Vrouwelijk geslachtshormoon, bij de vrouw hoofdzakelijk aangemaakt door de eierstokken en in mindere mate door weefsels als de lever, bijnieren, borsten en het vetweefsel. Het zorgt voor de ontwikkeling van secundaire geslachtskenmerken zoals de borsten.

    • Okselklieren

      Lymfeklieren in de oksel waar borstkankercellen kunnen terechtkomen en blijven groeien.

    • Okseltoilet

      De lymfeklieren worden verwijderd uit de oksel (holte onder de arm) om ze te onderzoeken en de uitgebreidheid van de borstkanker te bepalen.

    • Okseluitruiming

      Verwijdering van okselklieren met behulp van een operatie.

    • Oligoartritis

      Gelijktijdige ontsteking van het synoviaal membraan van 2 of 3 gewrichten.

    • Oligoasthenoteratozoöspermie/OAT

      minder, minder beweeglijke en afwijkende gevormde zaadcellen.

    • Omega 3

      Onverzadigd vetzuur dat een belangrijke rol speelt bij de preventie van hart- en vaatziekten.

    • Oncoloog

      Arts-specialist in kanker en de medicamenteuze behandelingen daarvan.

    • Ontsteking

      Geheel van reacties van het lichaam op (chemische, fysische of infectieuze) een aanval. De belangrijkste symptomen zijn: rode uitslag, warmte, zwelling en pijn.

    • Ontwenning

      Plots stoppen met een bepaalde stof (geneesmiddel, alcohol, drug…).

    • Onverzadigde vetten

      Vooral aanwezig in plantaardige vetten en oliën; beschermen tegen atherosclerose.

    • Onvruchtbaarheid

      als een koppel er na ongeveer een jaar regelmatige geslachtsgemeenschap zonder voorbehoedmiddel er niet in slaagt om zwanger te worden.

    • Oogledenoedeem

      Zwelling van de oogleden die veroorzaakt wordt door vochtopstapeling achter de oogleden.

    • Ophidiofobie

      Slangenfobie.

    • Opperhuid

      De bovenste huidlaag. Haar belangrijkste functie is om een buffer te vormen tussen het lichaam en de externe omgeving. Ze bestaat zelf uit vijf lagen. De carcinomen ontwikkelen zich in de twee diepst gelegen lagen: het stratum spinosum en de basale cellaag.

    • Opportunistische infecties

      Infecties die ‘profiteren’ van de verzwakking van het immuunsysteem als gevolg van een besmetting met hiv, om zich te vermenigvuldigen.

    • Oppositionele stoornis

      Psychiatrische stoornis in de kindertijd die gekenmerkt wordt door negatief, vijandig en tegelijk provocerend gedrag. Deze stoornis verschilt van de normale frustratiereacties die bij alle kinderen voorkomen door haar ernst en het leed dat ze veroorzaakt.

    • Orchidectomie

      Chirurgische verwijdering van de testikels.

    • Orofarynx

      het bovenste deel van de keelholte, van het zachte verhemelte tot de amandelen. Dit deel van de keelholte staat in verbinding met de mond en neusholtes.

    • Osteodensitometrie

      Onderzoek om de botdichtheid en het breukrisico te meten.

    • Osteofyt

      Botuitsteeksel door overmatige botproductie. Ook wel ‘papegaaienbek’ genoemd.

    • Osteomalacie

      zwakke botten door onvoldoende verkalking (vitamine D-tekort).

    • Osteoporose

      Ziekte die gekenmerkt wordt door overmatige botbroosheid en het breukrisico sterk verhoogt. Osteoporose komt vaker voor bij vrouwen in de menopauze, maar ook mannen kunnen eraan lijden.

    • Osteosclerose

      Botverharding die zich bij artrose voordoet aan de botuiteinden, net onder het kraakbeen.

    • Osteotomie

      Chirurgische ingreep om sommige vormen van artrose te behandelen door bepaalde gewrichtsmisvormingen te corrigeren.

    • Ovariële reserve

      voorraad eicellen of ovocyten in de eierstokken die tot rijping kunnen komen.

    • Ovarium

      Orgaan van het vrouwelijke voortplantingssysteem. Er zijn twee eierstokken. Ze bevinden zich elk aan weerszijden van de baarmoeder en zijn ermee verbonden door de eileiders. Hun belangrijkste functie is de productie van de eicellen en de vrouwelijke geslachtshormonen.

    • Ovariumfollikel

      zakje in de eierstok dat de eicel bevat.

    • Ovocyt

      vrouwelijke gameet, eicel.

  • P
    • Palliatief

      Term die gebruikt wordt als genezing niet meer mogelijk is en de behandeling alleen bestemd is om het comfort van de patiënt te verhogen.

    • Pancreas

      Of alvleesklier, een orgaan in de buik gelegen, dat naast spijsverteringssappen ook onder meer insuline produceert.

    • Pancreassap

      Vloeistof die afgescheiden wordt door de pancreas en noodzakelijke spijsverteringsenzymen bevat.

    • Pancreatitis

      Ontsteking van de pancreas.

    • Paniek

      Toestand van intense angst.

    • Partiële (focale) aanval

      Aanval die ontstaat in een beperkt deel van de hersenen.

    • Pathogene kiem

      Een meestal externe ziekteverwekker.

    • Pathologie

      Aandoening van één of meer organen.

    • Pathologisch-anatomisch onderzoek

      Onderzoek van weefsel of cellen die zijn afgenomen bij een patiënt tijdens een biopsie om afwijkingen die in verband worden gebracht met een aandoening op te sporen en te analyseren. Het onderzoek gebeurt vooral met de microscoop. Zonder pathologisch-anatomisch onderzoek kan geen diagnose van kanker worden gesteld. De resultaten zijn ook belangrijk bij het kiezen van de juiste behandeling.

    • Pathologische anatomie

      Medisch specialisme dat zich toelegt op de macro- en microscopische studie van weefsels die met een biopsie of met een chirurgische ingreep zijn weggenomen. De specialist, de patholoog-anatoom, onderzoekt het tumorweefsel.

    • PEF

      Maximale luchtstroom die iemand kan produceren bij uitademing. Geeft een goed beeld van de ESW (maximaal uitademingsvolume per seconde), dat gemeten wordt met een spirometer, en van de graad van bronchiale obstructie en van astmacontrole. Wordt gemeten met een klein, eenvoudig, gebruiksvriendelijk en goedkoop toestel: de piekstroommeter.

    • Pepsine

      Maagenzym dat de eiwitten afbreekt, zodat ze kunnen worden opgenomen door de darmen.

    • Perineum

      Musculo-aponeurotisch geheel dat de bekkenorganen ondersteunt.

    • Peritoneale dialyse

      Zuiveren van het bloed waarbij het buikvlies (peritoneum) als filter werkt en de spoelvloeistof in de buikholte wordt gebracht en nadien wordt verwijderd.

    • Peritoneum

      buikvlies, dun membraan dat de binnenzijde van de buikholte bekleedt.

    • PET-scan

      Een isotopisch onderzoek via medische beeldvorming dat de metabole activiteit van organen zichtbaar maakt. De arts spuit hiervoor een heel zwakke radioactieve stof (isotoop) in het lichaam. Tumoren en/of metastasen zijn zones met een verhoogde metabole activiteit. Met een PET-scan kunnen die zones worden opgespoord omdat het isotoop zich op die actieve zones fixeert.

    • Petechiën

      Kleine puntbloedingen in de huid of op de slijmvliezen

    • pH-meting

      Meting van de zuurgraad (pH).

    • Piekbotmassa

      Maximale botdichtheid bereikt rond de leeftijd van 25 jaar.

    • Placebo

      Middel dat geen werkzame bestanddelen bevat.

    • Plasmacellen

      Een specifieke familie witte bloedcellen. Ze helpen bij de verdediging van ons organisme tegen infecties door antilichamen (immunoglobulinen) aan te maken. Multipel myeloom is een bloedkanker die de plasmacellen aantast.

    • Plaveiselcelcarcinoom

      Hetzelfde als spinocellulair carcinoom.

    • Podometer

      Apparaatje dat u kunt bevestigen aan uw middel en dat het aantal stappen meet die u zet, afhankelijk van uw heupbewegingen.

    • Poliep

      uitgroei vanuit een slijmvlies.

    • Pollakisurie

      Meer dan 8 keer per dag moeten plassen.

    • Polycysteus-ovariumsyndroom

      Het volume van de eierstokken is vergroot door de aanwezigheid van talrijke zeer kleine cysten. Dit syndroom wordt veroorzaakt door een hormonale verstoring van het evenwicht, waarbij ook cyclusstoornissen, acne en overmatige lichaamsbeharing optreden (hyperandrogenisme).

    • Polyfenolen

      Krachtige antioxidanten die onder meer in groene thee, rode wijn en soja zitten.

    • Polygenisch

      Waarbij verschillende genen betrokken zijn.

    • Polyneuropathie

      Symmetrische aantasting van gevoels- en geleidingszenuwen op de uiterste ledematen (bijvoorbeeld de voeten of de handen).

    • Polytherapie

      Combinatie van verschillende geneesmiddelen (bitherapie: twee geneesmiddelen, tritherapie: drie geneesmiddelen enz.).

    • Positief symptoom

      Symptoom van schizofrenie dat gekenmerkt wordt door abnormale waarnemingen (wanen, hallucinaties).

    • Positronemissietomografie

      Onderzoek waarmee de activiteit van de cellen kan worden gevisualiseerd met behulp van een injectie met een licht radioactieve stof, tracer genoemd. Deze stof concentreert zich in snel delende weefsels zoals tumoren en metastasen, die zo opgespoord worden.

    • Post-exposure profylaxis

      Het innemen van antiretrovirale medicijnen gedurende een periode van vier weken na een mogelijke accidentele blootstelling aan hiv (bijvoorbeeld wanneer het condoom is gescheurd).

    • Postpartum

      Periode na de bevalling.

    • Premenopauze

      Periode die voorafgaat aan de menopauze, en wordt gekenmerkt door onregelmatige cycli (kort of lang) en kan samengaan met vasomotorische symptomen (opvliegers) en/of stemmingswisselingen.

    • Prevalentie

      Totaal aantal patiënten dat op een bepaald moment een bepaalde aandoening heeft.

    • Primair gegeneraliseerde aanval

      Aanval die meteen ontstaat in beide hersenhelften, meestal met onmiddellijk bewustzijnsverlies.

    • Primaire preventie

      Maatregelen gericht op het voorkomen van ziekten (bv. hartziekte) bij mensen die nooit eerder aan deze ziekte hebben geleden.

    • Primo-infectie

      Het verschijnen van symptomen (zich niet goed voelen, koorts, keelpijn, gezwollen klieren, huiduitslag …) op het moment van besmetting met hiv, en vooral wanneer de testen positief worden.

    • Proctocolectomie

      Verwijdering van het hele colon en het rectum.

    • Prodromale verschijnselen

      Lichamelijke en psychische verschijnselen die zich voordoen verschillende uren vóór de migraineaanval.

    • Progesteron

      Vrouwelijk geslachtshormoon dat tijdens de menstruatiecyclus door het lichaam geproduceerd wordt. Het hormoon maakt de baarmoeder klaar voor een eventuele zwangerschap.

    • Prognosefactor

      Element dat ons helpt de mogelijke evolutie van de ziekte te voorspellen: gunstig of ongunstig.

    • Prolactine

      Hormoon dat wordt afgescheiden door de hypofyse. Bij de vrouw zorgt dit hormoon voor de ontwikkeling van de melkklieren en voor de productie van melk. Maar het speelt ook een rol in andere mechanismen, zoals het immuunsysteem. Een verhoogde bloedspiegel van prolactine kan verantwoordelijk zijn voor amenorroe (afwezigheid van menstruatie) en van afscheiding uit de tepels.

    • Prolaps

      Verzakking van een orgaan of een deel van een orgaan (de blaas bijvoorbeeld).

    • Propioceptieve gevoeligheid

      Ze geven onze hersenen de informatie van de plaats van het lichaam in de ruimte. Aantasting van dit type zenuw is mogelijk bij neuropathische pijn. Het gevolg is vaak evenwichtsstoornissen.

    • Prostaat

      klier van het genitale stelsel van de man.

    • Prostacycline/prostanoïden

      Stoffen die in de wand van de slagaders worden geproduceerd en die de functie van de bloedvaten regelen. Bij PAH zijn de concentraties van prostacycline en prostanoïden lager dan normaal. Het zijn ook geneesmiddelen die worden gebruikt bij de behandeling van PAH om de lage concentraties van prostacycline en prostanoïden te verhogen.

    • Prostaglandines

      Vaatverwijdende stoffen. Worden gebruikt om het erectieapparaat te testen of als behandeling van erectiestoornissen.

    • Prostatitis

      Prostaatontsteking.

    • Proteïnurie

      Te veel eiwitten in de urine. Wijst op een nierziekte.

    • PSA

      'Prostatic Specific Antigen' of 'prostaatspecifiek antigeen', dat gemeten wordt voor de diagnose en de opvolging van sommige prostaataandoeningen.

    • Pseudocysten

      Ophopingen van zuiver pancreassap of van pancreassap vermengd met resten van afgestorven weefsel of met bloed; de pseudocysten bevinden zich in de alvleesklier zelf of rond de klier en kunnen op de omringende organen drukken.

    • Psoriasis capitis

      Psoriasis van het hoofd.

    • Psoriasis inversa

      Psoriasis in de huidplooien (anus, oksels, onder de borsten, billen enz.).

    • Psoriasis vulgaris

      Meest voorkomende vorm van psoriasis, herkenbaar aan rode plekken met schilfers, huidverdikkingen.

    • Psychiater

      Arts-specialist, die dus geneesmiddelen mag voorschrijven.

    • Psycho-educatie

      Therapeutische aanpak die als doel heeft de patiënt en zijn gezin te informeren over een stoornis en hen er dag in dag uit beter mee te leren omgaan.

    • Psychoanalyse

      School waarvan Freud de grondlegger is en die mentale processen wil blootleggen die verdrongen worden naar het onbewuste.

    • Psycholoog

      Meestal licentiaat in de psychologie. Mag geen geneesmiddelen voorschrijven.

    • Psychotherapeut

      Iemand die een opleiding psychotherapie heeft gevolgd.

    • Psychotherapie

      Therapie bij psychische stoornissen, meestal in de vorm van gesprekstherapie.

    • Psychotische symptomen

      Symptomen die psychotische aandoeningen zoals schizofrenie kenmerken.

    • Puberteit

      vanaf dat ogenblik wordt het hormonale systeem dat de eierstokken of de teelballen stimuleert, functioneel.

    • Purpura

      Spontane onderhuidse bloeding

    • Pyridoxaalfosfaat

      fosfaatverbinding met pyridoxine (vitamine B6); speelt een rol in de stofwisseling van aminozuren.

    • Pyrofosfaat

      chemische verbinding van twee fosfaatmoleculen; speelt rol in de transfer van energie in levende cellen.

    • Pyrosis

      Zuurbranden.

  • R
    • Rachitis

      zwakke botten door onvoldoende verkalking (vitamine D-tekort) bij kinderen.

    • Radicale prostatectomie

      Operatieve verwijdering van de prostaat en de zaadblaasjes.

    • Radiografie

      Techniek die het mogelijk maakt met röntgenstralen een foto te nemen van bepaalde inwendige delen van het lichaam.

    • Radiotherapie

      Kankerbehandeling waarbij gammastralen worden toegediend om een in volume beperkte tumor te vernietigen of te verkleinen.

    • Rebound-effect

      Verergering van de symptomen na stopzetting van een behandeling.

    • Recessieve overerving

      ziekte die zich ontwikkelt door overerving van twee kopieën van het foutieve gen, elk van beide ouders geeft een foutief gen door.

    • Rechterhartkatheterisatie

      Onderzoek waarbij een katheter via een ader naar het rechterhart wordt gevoerd, om de druk in de longslagaders en het rechterhart te meten. Is nodig om een zekerheidsdiagnose van pulmonale (arteriële) hypertensie te stellen.

    • Recidief

      Het opnieuw optreden van de verschijnselen van een ziekte, nadat ze genezen genezen was.

    • Rectaal toucher

      Onderzoek waarbij de prostaat betast wordt (palpatie) via de endeldarm (rectum).

    • Rectum

      Laatste deel van het colon.

    • Refractair

      Wordt gezegd van een ziekte die actief blijft ondanks de behandeling.

    • Rehabilitatie

      Behandelingswijze van schizofrenie die als doel heeft de patiënt zijn competenties terug te geven en zijn situatie te evalueren.

    • Remissie

      Periode waarin de ziekte zich stabiliseert en de patiënt weinig of geen symptomen heeft.

    • Renine

      Door de nier aangemaakt hormoon dat de hoeveelheid vocht in het lichaam en de bloeddruk regelt.

    • Retrovirus

      Retrovirussen zijn virussen met RNA die een enzym gebruiken, de omgekeerde transcriptase, om hun RNA om te zetten in DNA en zich zo te vermenigvuldigen in de cellen. Hiv is een retrovirus.

    • Reuma

      Term die alle ziekten van het bewegingsapparaat omvat (d.w.z. beenderen, gewrichten, spieren, pezen en ligamenten).

    • Reumatoïde artritis

      Chronische gewrichtsontsteking die voorkomt bij 1 à 2 % van de bevolking.

    • Rhinosinusitis

      De term wordt door artsen almaar vaker gebruikt in plaats van sinusitis.

    • Rhizartrose

      Artrose van de duimbasis.

    • Rinitis

      Ontsteking van het neusslijmvlies.

    • Risicoprofiel

      Het geheel van risicofactoren bij een persoon; bepalend voor zijn of haar kans op een hart- of vaatziekte.

    • RNA

      RNA (ribonucleïnezuur) is een molecule waarvan de structuur erg gelijkt op die van DNA, en die een rol speelt in de aanmaak van proteïnes die in aanwezig zijn in onze cellen.

    • Roken

      regelmatig tabaksgebruik of gelegenheidsroken

  • S
    • Sacrum

      Heiligbeen, gevormd door de aan elkaar vastgegroeide 5 heiligbeenwervels. Vormt het onderste deel van de wervelkolom.

    • Salpingitis

      infectie van één of beide eileiders.

    • Schistocyten

      Vervormde rode bloedcellen (door hemolyse).

    • Screening

      Onderzoek bij een bepaalde bevolkingsgroep naar een ziekte om indien mogelijk vroeger een diagnose te kunnen stellen.

    • Secundaire hypertensie

      In een minderheid van de gevallen (5%) wordt arteriële hypertensie veroorzaakt door een ander medisch probleem: een nierziekte, vernauwing van één of beide nierslagaders, een verstoring van de hormonale systemen die een rol spelen bij de bloeddrukregeling, of het slaapapneusyndroom.

    • Secundaire preventie

      Maatregelen gericht op het voorkomen van verergering of hervallen van een bepaalde ziekte (bv. een hartaanval).

    • Sentinelklier

      Eerste klier naar waar de tumor kan draineren.

    • Sequentieel

      We spreken van sequentiële behandelingen als ze volgens een welbepaalde volgorde in de tijd worden toegediend.

    • Seropositief

      Iemand is seropositief wanneer hij drager is van het hiv-virus.

    • Sexoanalyse

      sekstherapeutische aanpak die tegelijk een theorie van de psychoseksuele  ontwikkeling is en een therapeutische aanpak van de seksuele stoornissen van intrapsychishe oorsprong. Ze maakt onder meer gebruik van de erotische verbeelding en dromen als materiaal voor analyse en ‘correctie’.

    • Sfincter

      Kringspier.

    • Sfygmomanometer

      Synoniem van bloeddrukmeter.

    • Slaapapneu

      Aandoening die wordt gekenmerkt door herhaalde adempauzes tijdens de slaap en die kan uitmonden in pulmonale arteriële hypertensie.

    • Slijm

      Taaie afscheiding die door de slijmvliezen worden geproduceerd.

    • Slijmvlies

      Fijn laagje dat de lichaamsholtes bekleedt en dat zich tegen de huid bevindt.

    • SNRI’s

      Serotonin and Noradrenalin reuptake inhibitors (serotonine- & noradrenalineheropnameremmers).

    • Spermatogenese

      productie van zaadcellen.

    • Spermatozoïde

      zaadcel, mannelijke gameet.

    • Spermiogram

      analyse van het sperma.

    • Spijsvertering

      De spijsvertering is het geheel van mechanische processen (vermalen tot heel kleine stukjes) en biochemische processen (afbreken van het voedsel door de maagsappen) die het voedsel omzetten in voedingsstoffen die door het lichaam kunnen worden opgenomen.

    • Spijsverteringsenzymen

      De spijsverteringsenzymen breken het voedsel af tot heel kleine stukjes, de voedingsstoffen. Deze stoffen kunnen dan door de darmwand worden opgenomen en het lichaam de energie leveren die het nodig heeft om te werken. De grootste leverancier van spijsverteringsenzymen is de pancreas.

    • Spijsverteringskanaal

      Doorlopende structuur waarlangs het voedsel vervoerd wordt. Omvat achtereenvolgens: de mond, de keelholte (farynx), de slokdarm, de dunne darm (duodenum, jejunum en ileum), de dikke darm (colon), het rectum (endeldarm) en de anus.

    • Spinocellulair carcinoom

      Vorm van huidkanker.

    • Splenomegalie

      Vergrote milt.

    • Spuitbuisje

      buisje dat bij de zaadlozing het sperma van de zaadblaasjes afzet in het prostaatgedeelte van de urinebuis net voor het sperma wordt uitgestoten.

    • SSRI’s

      Selective Serotonin Reuptake Inhibitors (serotonineheropnameremmers).

    • Stamcel

      Beenmergcel die in staat is om na een rijpingsproces te veranderen in elk soort bloedcel.

    • Statines

      Effectiefste cholesterolverlagende geneesmiddelen die momenteel beschikbaar zijn; ze verminderen de cholesterolproductie en verhogen het opruimen van LDL-cholesterol door de lever.

    • Steatorree

      Abnormaal hoge hoeveelheid vet in de ontlasting doordat de darmen de lipiden (vetten) niet goed kunnen opnemen. De vetten hopen zich dan op in de ontlasting en veroorzaken diarree.

    • Stenose

      Pathologische vernauwing van de slokdarm.

    • Stollingsfactoren

      Eiwitten in de bloedcirculatie; bij een bloeding zetten ze een kettingreactie in gang waardoor de bloeding zal stoppen

    • Streefbloeddruk

      Te bereiken bloeddrukwaarden door gezonder te leven en zo nodig elke dag en levenslang bloeddrukverlagende geneesmiddelen te nemen.

    • Stressfractuur

      barstje in het bot door overbelasting.

    • Strottenhoofd

      het strottenhoofd is een orgaan dat zich in de hals bevindt, tussen de keelholte en de luchtpijp (het bovenste deel van de luchtwegen). Het bevat de stembanden.

    • Subcutaan

      Onder de huid.

    • Substitutie-enzymen

      Een mengsel van pancreasenzymen (spijsverteringsenzymen) die via orale weg worden toegediend om het tekort aan enzymen te compenseren die normaal door de pancreas worden geproduceerd.

    • Suburethrale band

      Band die operatief wordt aangebracht onder de urethra, waardoor die beter sluit.

    • Sulforafanen

      Antioxidanten die in koolgroenten zitten.

    • Synoviaal membraan

      Membraan dat de binnenkant van een gewricht bekleedt en het synoviale vocht afscheidt.

    • Synoviaal vocht

      Vocht dat normaal gezien in kleine hoeveelheden aanwezig is in het gewricht. Het wordt geproduceerd door het synoviale membraan, en smeert en voedt het kraakbeen.

    • Synovitis

      Ontsteking van het synoviaal membraan van een gewricht (= artritis).

    • Systemische behandeling

      Behandeling met een middel dat via de bloedbaan cellen in het hele lichaam kan bereiken en behandelen.

    • Systolische bloeddruk

      Druk op de slagaderwand op het ogenblik dat het hart samentrekt en het bloed naar de slagaders stuwt.

  • T
    • T-score

      De uitslag van de botmeting via densitometrie wordt vergeleken met de gemiddelde botdichtheid van jonge volwassenen.

    • Tabak

      Plantaardig product waarbij bij de verbranding een groot aantal stoffen vrijkomen, waarvan er heel wat toxisch zijn.

    • Tabakoloog

      professioneel gezondheidswerker die een opleiding rookstopbegeleiding heeft gevolgd

    • Tau-eiwit

      Eiwit dat een rol speelt bij de ziekte van Alzheimer. Als het in te hoge concentratie voorkomt, vernietigt het de neuronen.

    • Temperatuur- en pijngevoeligheid

      De aantasting van deze zenuw is verantwoordelijk voor de verschijning van letsels aan de voetzoel. De patiënt voelt geen pijn.

    • Temperatuurregeling

      Proces waardoor het lichaam de lichaamstemperatuur op 37 °C kan houden en de zweetklieren zweet produceren als de lichaamstemperatuur te hoog is.

    • Tendinitis

      Peesontsteking.

    • Teratogeniciteit

      Risico op foetale misvormingen.

    • Terugval

      Opnieuw optreden van symptomen en/of tekens in het bloed of radiologische tekens die erop wijzen dat de ziekte opnieuw actief is geworden.

    • Testosteron

      Mannelijk hormoon dat voor 95% geproduceerd wordt door de testikels en voor 5% door de bijnieren.

    • Therapietrouw

      We spreken van naleving van de behandeling of therapietrouw om te beschrijven of de patiënt de behandeling en de aangewezen opvolging, psychologisch of farmacologisch, naleeft.

    • Thrombopoïétine

      Hormone qui fabrique les thrombocytes

    • TNM

      Internationaal systeem om het stadium van borstkanker weer te geven.

    • Toxicomanie

      Herhaald en overmatig gebruik van één of meer toxische stoffen.

    • Triglyceriden

      Vetstoffen; het grootste deel is opgeslagen in onze vetcellen, een klein deel circuleert in het bloed.

    • Triptanen

      Geneesmiddelenklasse die specifiek inwerkt op de migrainesymptomen.

    • Tritherapie

      Ook antiretrovirale therapie of ART genoemd. Tritherapie is een behandeling om de vermenigvuldiging van het hiv-virus tegen te gaan die bestaat uit een combinatie van drie medicijnen.

    • Trombocyten

      Bloedplaatjes

    • Trombopenie

      Daling van het aantal bloedplaatjes.

    • Trombopoiëtine

      Hormoon dat trombocyten aanmaakt

    • Trombose

      Bloedprop in een bloedvat.

    • Trombotische microangiopathie

      Vorming van trombi in de kleine beschadigde bloedvaten.

    • Tussenwervelschijf

      Structuur die bestaat uit vezels en kraakbeen. Ze brengt beide wervels samen door hun een zekere mobiliteit te geven en tegelijk als schokdemper te fungeren.

    • Twaalfvingerige darm

      Begin van de dunne darm. Hier voltrekt zich de belangrijkste fase van de spijsvertering: het voedsel wordt hier bewerkt door de spijsverteringssappen die door de galwegen en de pancreas worden afgescheiden en via diverse kanalen (Wirsungkanaal, galgang,enz.) worden vervoerd.

    • Type 1-diabetes

      Ook wel 'juveniele diabetes' genaamd: dit type diabetes komt in de kindertijd of adolescentie voor. Behandeling gebeurt met insuline.

    • Type 2-diabetes

      Ook wel 'maturity onset diabetes' genaamd: dit type diabetes houdt verband met genetische factoren en een zittende levensstijl, wie eraan lijdt, heeft vaak ook overgewicht.

  • U
    • Uitdrijvingsfase

      tweede fase van de zaadlozing waarin de spieren onderaan de penis en de prostaatspieren zich gelijktijdig samentrekken woordoor het sperma in ritmische golven het lichaam verlaat.

    • Uitstootfase

      eerste fase van de zaadlozing waarin het sperma van de zaadblaasjes naar het prostaatgedeelte van de urinebuis wordt gestuwd.

    • Ultraviolette straling

      Naast het ‘gewone’ zichtbare licht, straalt de zon ook ultraviolet licht uit. Weliswaar is ons oog ook gevoelig voor dit licht, maar de ooglens laat het niet door en beschermt daardoor het netvlies. Bijen zien ultraviolet licht wél, waardoor zij sommige voor ons onopvallende bloemen veel mooier en aantrekkelijker zien. Door veel uv-straling kan de huid rood kleuren of verbranden.

    • Uremie

      Verhoogde waarden van ureum in het bloed.

    • Urethra

      Buis waarlangs de urine van de blaas naar de urinebuisopening loopt. Is ongeveer 3 cm lang bij vrouwen en 12 cm bij mannen.

    • Ureum

      Afbraakproduct van eiwitten dat door de nieren uit het bloed wordt verwijderd; het ureumgehalte in het bloed stijgt bij nierinsufficiëntie.

    • Urgenturie

      Plotselinge en onweerstaanbare drang om te urineren.

    • Urodynamisch onderzoek

      Onderzoek waarbij via sondes de verschillende drukwaarden in de blaas en de urinebuis gemeten worden tijdens de mictie.

    • Uveïtis

      Ontsteking van de uvea (druifvlies van het oog, een membraan dat onder meer de iris (regenboogvlies) omvat).

  • V
    • Vaatremodeling

      Aantasting van de structuur van de bloedvaten.

    • Vaatverwijdende middelen

      Geneesmiddelen die de bloedvaten in het lichaam doen uitzetten. Ze worden onder meer worden voorgeschreven bij hypertensie of aderverkalking in de benen.

    • Valse aandrang

      Hevige aandrang tot stoelgang, terwijl het rectum helemaal geen feces bevat. Soms wordt er slijm uitgescheiden.

    • Variabiliteit

      Astma is een ziekte die variabel is in de tijd.

    • Varicocele

      verwijding van de aders rond de teelbal.

    • Vas deferens

      zaadleider die vertrekt uit de teelbal.

    • Vasectomie

      doorknippen van de zaadleiders voor contraceptieve doeleinden.

    • Vaso-epidydimostomie

      inplanting van de zaadleider op de bijbal om een hindernis te omzeilen.

    • Vasoconstrictie

      Kleiner worden van de diameter van bloedvaten door contractie, waardoor er minder bloed door kan en de druk stijgt.

    • Vasodilatator

      Stof die de bloedvaten doet uitzetten. Heeft een dubbel doel: het bloeddebiet verhogen of een te hoge bloeddruk verlagen.

    • Veganist

      Veganisme is de levenshouding waarbij op geen enkele wijze dieren en producten die van dieren afkomstig zijn, gebruikt of opgegeten worden.

    • Vermijdingsgedrag

      Gedrag om aan alle situaties of gedachten te ontsnappen die angst kunnen uitlokken of verergeren.

    • Verzadigde vetten

      Vetten meestal van dierlijke oorsprong, verhogen het cholesterolgehalte in het bloed.

    • Virale resistentie

      Hiv is een virus dat zich kan aanpassen om te overleven. In bepaalde gevallen kan het dus resistent worden tegen een of meerdere medicijnen.

    • Vitamine D

      Vitamine die de calciumopname bevordert. Vitamine D zit in sommige vette vissoorten en in vlees.

    • Voorhuidbandje

      riempje van de voorhuid aan de bovenkant van de penis.

  • W
    • Warmteopwellingen

      Warmteopstoten die enkele minuten duren en vaak gepaard gaan met rode vlekken en zweten.

    • WGO

      Wereldgezondheidsorganisatie.

    • Wheezing

      Typische piepende ademhaling bij astma. Wijst op een vernauwing van de bronchiën.

    • Wittebroodsjaren

      Periode van enkele jaren waarin geneesmiddelen tegen Parkinson maximaal werken.

    • Wittejashypertensie

      In dat geval is de thuis gemeten bloeddruk normaal, maar verhoogd bij de dokter. Dat verschil wordt mogelijk verklaard door de stress die de aanwezigheid van de arts bij de patiënt veroorzaakt.

    • Worstvinger

      Diffuus opgezwollen vinger als gevolg van artritis en tenosynovitis (ontstekingszwelling van het synoviaal membraan en de pees). Komt meestal voor bij psoriatische artritis.

  • X
    • X-stralen

      Straling met een iets grotere energie dan zichtbaar licht en uv-stralen.

  • Z
    • Z-score

      De uitslag van de botmeting via densitometrie wordt vergeleken met de gemiddelde botdichtheid van iemand met dezelfde leeftijd als de onderzochte persoon.

    • Zaadblaasje

      vijf tot zeven centimeter lange klier achter en onder de prostaat en de blaas die het spermavocht produceert.

    • Zaadblaasjes

      Klieren die achter de prostaat liggen en het zaadvocht produceren waaruit het sperma gedeeltelijk is samengesteld.

    • Zaadleider

      een dun, ongeveer 45 cm lang buisje dat de spermatozoïden vanuit de bijbal naar het spuitbuisje vervoert, een 2 centimeter lang buisje dat bij de prostaatklier begint.

    • Zaadvocht

      biologisch vocht dat wordt geproduceerd door de zaadblaasjes en de prostaat, sperma.

    • Ziekte van Bowen

      Tumor of letsel van de huid of de slijmvliezen van precancereuze aard in de vorm van een puist of een plek die lijkt op een eczeemplek. De letsels worden behandeld met koude (cryotherapie), elektrische stroom (elektrocoagulatie) of een operatie.

    • Zoutzuur

      Zuur dat geproduceerd wordt door de maag.

    • Zweetklieren

      Klieren in de lederhuid die het zweet produceren

    • Zwellichamen

      Beide structuren ontstaan in het bekken en lopen parallel tot aan het uiteinde van de penis. Ze zijn vergelijkbaar met sponsen en bevatten tal van bloedvaten en duizenden kleine holten. Een erectie ontstaat als ze gevuld worden met slagaderlijk bloed.

  • 5
    • 5-alfa-reductase-inhibitoren

      Geneesmiddelen die gebruikt worden bij de behandeling van goedaardige prostaathyperplasie. Ze remmen het enzym af dat testosteron in de prostaat omzet in zijn werkzame vorm, DHT (dihydrotestosteron).

Ziektes van A tot Z