Pulmonale arteriële hypertensie

Diagnose

Pulmonale arteriële hypertensie: welke onderzoeken?

Lichamelijk onderzoek en anamnese

De arts zal eerst vragen in welke omstandigheden de kortademigheid opkomt en vervolgens zal hij zoeken naar een eventuele met pulmonale hypertensie gepaard gaande aandoening.

Algemene aanvullende onderzoeken

Een radiologisch onderzoek van de borstkas (gewone radiografie, CT-scan), elektrocardiogram, bloedgasanalyse, longfunctieonderzoek (reeks onderzoeken die de ventilatoire functie van de longen evalueren) en laboratoriumonderzoeken (bloedafname) geven nuttige informatie, die echter niet volstaat om de diagnose te stellen.

Een inspanningsproef kan nuttig zijn in die context. Dat is zelfs een zeer goed onderzoek om kortademigheid bij inspanning te evalueren. Bij een inspanningsproef worden elektrocardiogrammen afgenomen en wordt de ventilatoire functie geanalyseerd tijdens een gekalibreerde inspanning op een fiets of een loopband.

Echocardiografie

Met een echocardiografie kan de arts de anatomie en de werking van het hart beoordelen. Het onderzoek stoelt op een ultratonentechnologie. Dat is het eerste onderzoek dat moet worden uitgevoerd als de patiënt een voorgeschiedenis en tekenen vertoont die doen denken aan pulmonale hypertensie. Een echocardiografie is essentieel om een verhoogde druk in de longen aan te tonen, om het type pulmonale hypertensie te bepalen en om de weerslag ervan op het rechterhart te evalueren.

Ventilatie-perfusiescintigrafie

Een ventilatie-perfusiescintigrafie wordt systematisch uitgevoerd om een chronische trombo-embolie uit te sluiten, d.w.z. een langdurige verstopping van een longslagader door een bloedstolsel, die een verhoogde druk in de longslagaders kan verklaren.

Een ventilatie-perfusiescintigrafie exploreert en vergelijkt de ventilatie van de longen (de luchtstroom in de longen) met de doorbloeding van de longen. Het is een isotopenonderzoek, waarbij de patiënt zeer weinig radioactieve producten moet inademen en krijgt ingespoten. In geval van een longembolie zal de ventilatie normaal zijn, en de doorbloeding niet.

Hartkatheterisatie

De diagnose van pulmonale hypertensie moet altijd worden bevestigd door een katheterisatie van het rechterhart. Dat is een zgn. invasief onderzoek, waarbij de arts een kleine katheter inbrengt via een halsader of een ader in de lies en die naar het rechterhart voert om er de drukken te meten. Met een rechterhartkatheterisatie kan de arts pulmonale hypertensie van cardiale oorsprong onderscheiden van pulmonale hypertensie van pulmonale oorsprong. Het onderzoek gebeurt onder plaatselijke verdoving, meestal in het dagziekenhuis.

Geschreven door Dr Jean-Yves Hindletvolgend hoofdstuk lezen

Om medisch nieuws te volgen, abonneer u op de MediPedia nieuwsbrief.
Hypertension artérielle pulmonaire: quels examens? | Pulmonale arteriële hypertensie: welke onderzoeken?
Reclame
Ziektes van A tot Z