Zoom

Hypertension artérielle pulmonaire: nouvelles recommandations | Pulmonale arteriële hypertensie: nieuwe aanbevelingen

Pulmonale arteriële hypertensie: nieuwe aanbevelingen

De behandeling van pulmonale arteriële hypertensie (PAHT) is strikt geregeld. We overlopen de nieuwe aanbevelingen voor de diagnose en behandeling.

Pulmonale hypertensie: een stand van zaken

Pulmonale arteriële hypertensie (PAHT) raakt almaar beter bekend. Elk jaar verschijnen er duizenden artikels over in gerenommeerde medische tijdschriften.

De grootste specialisten komen om de vijf jaar bijeen om een stand van zaken op te maken over de nieuwe inzichten inzake de diagnose, de classificatie van de verschillende vormen van pulmonale hypertensie en de behandeling van de ziekte. Ze analyseren en bespreken de resultaten van de belangrijkste studies en vatten ze vervolgens samen. Tot slot vertalen ze deze inzichten in praktische aanbevelingen waarmee alle artsen die met pulmonale hypertensie te maken krijgen, aan de slag kunnen. Verschillende Belgische specialisten zijn bij dat grootscheepse initiatief betrokken. Een van hen is prof. Jean-Luc Vachiéry, hoofd van de dienst pulmonale hypertensie en hartinsufficiëntie aan het Erasmusziekenhuis. De recentste aanbevelingen voor de behandeling van pulmonale arteriële hypertensie werden in september voorgesteld op het jaarlijkse congres van de European Society of Cardiology in Londen.

Diagnose van PAH: centrale rol van de echocardiografie

Pulmonale hypertensie komt veel minder voor dan de traditionele arteriële hypertensie en mag er ook niet mee worden verward. Hoewel het een eerder zeldzame ziekte is, zijn de symptomen van pulmonale arteriële hypertensie bij de artsen intussen wel bekend: ademnood, hartkloppingen, pijn in de borststreek, vermoeidheid, vermindering van het inspanningsvermogen enz.

De nieuwe aanbevelingen bevestigen nog eens de cruciale rol van de echocardiografie (echo van het hart) bij het opsporen van deze ziekte. Die kan, anders dan arteriële hypertensie, niet worden vastgesteld met een simpele bloeddrukmeter. De aanbevelingen leggen ook de criteria vast die men moet nastreven bij het onderzoek dat het eventuele voorkomen van pulmonale hypertensie moet inschatten.

Behandelingen op maat in verhouding tot het risico

De aanbevelingen benadrukken ook de noodzaak om pulmonale arteriële hypertensie in gespecialiseerde centra te behandelen, maar ook het belang van een multidisciplinaire aanpak. De behandelingen zijn namelijk vaak complex.

Een van de belangrijkste nieuwe punten in de aanbevelingen is het advies om de behandeling aan te passen aan het risico voor het leven van de patiënt. De beoordeling van de ernst van de pulmonale hypertensie berust op een geheel van parameters. Aan de hand van deze parameters worden drie graden van ernst onderscheiden:

  • laag risico (sterftecijfer binnen 1 jaar < 5%)
  • middelgroot risico (sterftecijfer binnen 1 jaar: 5-10%)
  • hoog risico (sterftecijfer binnen 1 jaar > 10%)
Pulmonale arteriële hypertensie: combinatietherapieën

Aan patiënten met een laag of middelgroot risico wordt voorgesteld om te beginnen met een orale behandeling als monotherapie of in combinatie met een ander middel. Patiënten met een hoog risico krijgen best een combinatie van twee of drie middelen, met in eerste instantie een intraveneuze behandeling. Er wordt ook aangeraden om de respons op de behandeling al vrij snel opnieuw te evalueren en bij onvoldoende respons (niet bij uitblijven van een respons) de dosissen te verhogen.

Reclame
Ziektes van A tot Z