Zoom

Le Botox contre la vessie hyperactive | Botox tegen een overactieve blaas

Botox tegen een overactieve blaas

Botox wordt gebruikt om – tijdelijk – komaf te maken met fronsrimpels of kraaienpootjes. Maar niet alleen daarvoor … Ook voor patiënten met een moeilijk te behandelen overactieve blaas blijken botoxinjecties steeds vaker een oplossing.

Botox om zenuwprikkels blokkeren

Botulinetoxine (botox) is een krachtig gif dat de prikkeloverdracht van de zenuwen naar de spieren blokkeert, waardoor spieren verslappen. In zeer kleine hoeveelheden is het evenwel veilig en doeltreffend, bijvoorbeeld tegen gezichtsrimpels of bij spastische spieren na een hersenberoerte of bij multiple sclerose.

Ook voor een overactieve blaas zijn botoxinjecties vaak erg succesvol, zegt Karel Everaert, professor functionele urologie in UZ Gent: “Als botulinetoxine in de blaasspier wordt gespoten, ontvangt die minder zenuwsignalen. Het effect daarvan is dubbel: de spier verslapt waardoor ze minder vaak of minder krachtig samentrekt, en daarnaast neemt ook de aandrang af, die dwingende behoefte om te plassen.”

Angst als motor van de overactieve blaas

Dankzij de behandeling wordt de capaciteit van de blaas ook groter, waardoor urineverlies kan afnemen. Maar het belangrijkste voordeel is psychologisch, meent Karel Everaert: “Een succesvolle botoxbehandeling neemt de angst voor ongelukjes weg. Angst is de motor van een overactieve blaas: wie uit angst minder gaat drinken of bij de minste aandrang naar het toilet loopt, verkleint zijn blaas en moet dus sowieso vaker plassen.” Een behandeling met botox verbetert bovendien de levenskwaliteit: overdag hoeven patiënten minder vaak het werk te onderbreken, ‘s nachts slapen ze beter door.

Tweedelijnsbehandeling van een overactieve blaas

Studies tonen aan dat acht op tien patiënten gebaat zijn bij injecties met botulinetoxine. De werkingsduur bedraagt vijf à tien maanden. De patiënt heeft dus slechts één à twee keer per jaar een behandeling nodig. Toch is deze therapievorm geen eerstelijnsbehandeling van een overactieve blaas. De arts kiest doorgaans eerst voor blaastraining, kinesitherapie en medicatie omdat die ook kunnen helpen om het ongewenst samentrekken van de overactieve blaas te verminderen.

Botoxinspuitingen: weinig bijwerkingen

De behandeling met botox is minimaal invasief. De arts gebruikt een cystoscoop of blaaskijker om in de blaas te kijken. Door deze cystoscoop wordt een lange injectienaald geschoven waardoor de botuline op verschillende plaatsen in de blaasspier kan worden gespoten. “Gewoonlijk gebeurt de ingreep onder lokale verdoving. Nadien is het mogelijk dat de patiënt tijdelijk moeite heeft met plassen. Dat geldt voor ongeveer 6% van de patiënten. Af en toe treedt er blaasontsteking op.”

“Maar voor veel patiënten wegen de voordelen van de behandeling nog altijd op tegen die kleine ongemakken. Zij hebben vaak al veel watertjes doorzwommen en zijn erg tevreden: minder aandrang en angst … Kortom, een betere levenskwaliteit dus.”

Ziektes van A tot Z