Begrijpen
- 1. Bot: rol en structuur
- 2. Opbouw en afbraak van de botten
- 3. Botten zijn calciumreserve
- 4. Verlies van botdensiteit en osteoporose
- 5. Osteoporose komt vaak voor

Bot: rol en structuur
Het menselijk skelet
Het menselijk skelet of geraamte telt ongeveer 206 botten of beenderen die verbonden zijn door gewrichten. Een bot bestaat uit botweefsel (= beenweefsel). Dit is hoofdzakelijk samengesteld uit mineralen en bindweefsel. Het bindweefsel vormt een goed georganiseerd, losmazig netwerk dat verstevigd wordt door mineralen, vooral calcium. Het bindweefsel geeft het bot taaiheid; de mineralen geven het hardheid.
Structuur van de botten
Botten hebben een harde, compacte buitenlaag, corticaal bot genoemd. De binnenruimte, het trabeculair bot, is een sponsachtige matrix opgevuld met fijne door elkaar gestrengelde beenbalkjes. De verhouding corticaal/trabeculair bot varieert. Zo heeft de heup meer corticaal bot en de ruggenwervels bestaan vooral uit trabeculair bot.
Rol van de botten
De botten vormen samen het skelet dat ons lichaam draagt. Ze beschermen ook de inwendige organen en maken bewegingen mogelijk. Het beenmerg dat zich binnen in bot bevindt, maakt cellen (witte en rode bloedlichaampjes) en bloedplaatjes aan. De botten spelen een belangrijke rol in het calciummetabolisme en kunnen dienen als opslagplaats voor mineralen.
Opbouw en afbraak van de botten
Botcellen: osteoblasten en osteoclasten
Afbraak en opbouw van bot gebeuren door speciaal daartoe voorziene cellen: de botafbrekende cellen of osteoclasten ruimen bot op, terwijl de botvormende cellen of osteoblasten bot opbouwen. Beide types cellen bevinden zich in het bot zelf.
Botombouw
Tot de leeftijd van ongeveer 30 jaar is de botopbouw groter dan de botafbraak en groeit de botmassa dus geleidelijk aan.
Maar bot is een zeer dynamisch systeem. Levenslang wordt bot afgebroken en weer opgebouwd. Nieuw bot vult de ruimten die gecreëerd zijn door de afbraak van bot dat niet langer optimaal was. Het botoppervlak wordt dus voortdurend omgebouwd. Dit proces wordt ook ‘remodeling’ genoemd. Daardoor zijn onze botten altijd stevig. De botombouw zorgt ervoor dat het skelet om de 10 jaar vernieuwd is.
Wat is osteoporose?
Bij osteoporose raakt het evenwicht in dit mechanisme verstoord: de botafbraak is groter dan de botopbouw.
Botten zijn calciumreserve
Wat is de rol van calcium?
Calcium zorgt voor de vorming van stevige botten. Maar calcium is bijvoorbeeld ook nodig voor de goede werking van spieren (ook van de hartspier) en zenuwen. Daarom moet de hoeveelheid calcium in het bloed constant blijven. Het bijschildklierhormoon, parathormoon, en vitamine D houden de hoeveelheid calcium in het bloed op peil.
Welk verband is er tussen bot en calcium?
Calcium kan gehaald worden uit de voeding en uit de botten. Als er door onvoldoende inname van kalk een tekort aan calcium in het bloed dreigt te ontstaan, komen er twee mechanismen op gang:
- De productie van parathormoon wordt aangewakkerd waardoor calcium uit de botten wordt vrijgemaakt. De botten worden letterlijk ‘ontkalkt’, wat meteen de naam botontkalking voor osteoporose verklaart.
- De nieren maken vitamine D aan zodat de darmen meer calcium uit voedsel kunnen opnemen. Zodra er via de voeding meer calcium aangevoerd wordt, kan het bot weer calcium opslaan en dus opnieuw versterken. De botten spelen dus ook een rol als calciumreserve.
Verlies van botdensiteit en osteoporose
De minerale botdensiteit
De minerale botdensiteit weerspiegelt de hoeveelheid calcium in het botweefsel. Het is dus een maat voor de sterkte van de botten. Als meer bot afgebroken dan opgebouwd wordt (verlies van botmassa), vermindert de botdensiteit. Hoe groter het verlies in botdensiteit, hoe groter de kans op een botbreuk. Om deze kans in te schatten, meet men via een botdensitometrie de botdensiteit op verschillende plaatsen in het skelet, meestal in de heup en in de lendenwervels. Hiel- of vingermetingen geven geen betrouwbaar resultaat.
Osteoporose: afname van de hoeveelheid en de kwaliteit van het bot
Osteoporose wordt gekenmerkt door een lage botdensiteit en een stoornis in de botkwaliteit. Er is niet alleen kwantitatief minder botmassa, ook de kwaliteit van het nieuw aangemaakte bot laat te wensen over. De combinatie van beide verklaart het grotere risico voor breuken.
Osteoporose komt vaak voor
Volgens de Gezondheidsenquête 2008 van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid, afdeling Epidemiologie, verklaarde 3,7% van de totale Belgische bevolking te lijden aan osteoporose. Dit percentage stijgt met de leeftijd vanaf 45-54 jaar om in de leeftijdsgroep 75-plussers 17,8% te bereiken. Vrouwen ouder dan 75 jaar hebben vaker (24%) osteoporose dan mannen (9%).
Het jaarlijkse aantal nieuwe heupbreuken bij 65-plussers is 0,8% bij mannen en 1,9% bij vrouwen. Het aantal breuken zal allicht nog stijgen door de vergrijzing van de bevolking. Van het aantal wervelinzakkingen bestaan geen cijfers.
Volg de medische actualiteit en abonneer u op de nieuwsbrieven van MediPedia.


















MediPedia Facebook