Myelodysplasie

Prognose

Hoe wordt de ernst van myelodysplasie geëvalueerd?

De Internationale Prognose-index

De prognose van myelodysplasieën varieert volgens verschillende criteria. De Internationale Prognose-index of IPSS (International Prognostic Scoring System) werd ontwikkeld om de ernst van de myelodysplastische syndromen te evalueren. Het is de meest gebruikte, prognostische index. De index classificeert de ziekte volgens de risico’s, in het bijzonder deze van evolutie naar acute myeloïde leukemie (AML). Hij kan ook de behandeling oriënteren.

Drie criteria om de ernst van de ziekte te evalueren

De internationale prognose-index (IPSS) is gebaseerd op drie elementen:

  • het percentage blasten (onrijpe cellen) in het beenmerg, verkregen door beenmergpunctie. Hoe meer blasten, hoe groter de kans dat de ziekte in een gevorderd stadium is. Wanneer het aantal blasten in het beenmerg hoger is dan 5%, spreken we van ‘blastenoverschot’. Wanneer het hoger is dan 20%, wordt aangenomen dat het myelodysplastische syndroom geëvolueerd is naar leukemie;
  • het resultaat van het cytogenetisch onderzoek (karyotype). Bepaalde chromosoomafwijkingen gaan samen met een gunstige of ongunstige prognose;
  • het aantal aangetaste cellijnen (het aantal cytopenieën), zichtbaar bij bloedonderzoek. Myelodysplasieën kunnen één enkele, twee of drie families van bloedcellen aantasten (rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes). Hoe meer cellijnen zijn aangetast, hoe ongunstiger de prognose.

Door deze drie criteria kan worden bepaald of de patiënt behoort tot een groep met laag risico, intermediair risico 1, intermediair risico 2 of hoog risico.

Geschreven door Dr Alain Kentosvolgend hoofdstuk lezen

Om medisch nieuws te volgen, abonneer u op de MediPedia nieuwsbrief.
gravite-myelodysplasies-ernst-myelodysplasieen_180x180
Ziektes van A tot Z