Milde cognitieve stoornis – MCI

Diagnose

Het medisch-psychiatrisch onderzoek om de diagnose van MCI te stellen

Anamnese of diagnostisch gesprek

In eerste instantie voert de behandeld arts een diagnostisch gesprek (anamnese) met de patiënt:

  • Wanneer en hoe zijn de problemen begonnen?
  • Hoe functioneert het geheugen (vergeten van afspraken, recente gesprekken of gebeurtenissen, vaak dingen kwijt zijn…)?
  • Hebben de problemen een invloed op het dagdagelijks functioneren?
  • Is er sprake van een belangrijke verandering ten opzichte van vroeger?
  • Doen er zich nog andere cognitieve stoornissen voor, zoals problemen met op woorden komen (afasie), gebruik van voorwerpen (apraxie), herkennen (agnosie) of plannen/organiseren en ingewikkeldere handelingen, zoals financiën, medicatie of boodschappen doen (uitvoerende functies)?
  • Kan de achteruitgang mogelijk door een andere factor veroorzaakt worden (alcohol- en geneesmiddelengebruik, depressie of andere psychiatrische aandoening…)?
  • Hoe gaat de patiënt om met de problematiek? (coping)
  • Enzovoort.
Lichamelijk onderzoek om de oorzaak van MCI te achterhalen

Vervolgens voert de arts een lichamelijk onderzoek uit. Een grondig lichamelijk onderzoek kan een duidelijke richting geven in de zoektocht of de cognitieve achteruitgang al dan niet veroorzaakt wordt door een lichamelijke aandoening.
Daarnaast doet de arts enkele testen om na te gaan hoe goed het brein en zenuwstelsel werken. Dergelijke testen kunnen eventueel neurologische tekenen aantonen van de ziekte van Parkinson, beroerte, tumoren of andere medische aandoeningen die het functioneren van het geheugen kunnen beïnvloeden. Onder andere het looppatroon, de reflexen en oogbewegingen worden getest.

Geschreven door Emily NazionaleHet volgende artikel lezen

Om medisch nieuws te volgen, abonneer u op de MediPedia nieuwsbrief.
examen-medicaux-psy-medisch-psychiatrisch-onderzoek-180
Reclame
Ziektes van A tot Z