Begrijpen

Twee typen longkanker

Kleincellige longkanker

Kleincellige longkanker komt voor bij ongeveer 15% van de longkankerpatiënten. Hij bestaat uit kleine cellen die bijzonder snel delen. De tumor ontstaat meestal in de luchtpijp of in een bronchus. De tumor groeit niet alleen snel, maar zaait ook makkelijk uit in het lichaam en vormt metastasen. De behandeling vereist dan ook meestal chemotherapie en soms ook bestraling. Kleincellige longkanker komt typisch voor bij rokers.

Niet-kleincellige longkanker

Bij 85% van de gevallen van longkanker is sprake van niet-kleincellige longkanker. Hij wordt gekenmerkt door grotere kankercellen. Deze kanker is minder agressief dan de kleincellige vorm, wat betekent dat de tumor minder snel groeit en uitzaait. Er zijn verschillende subtypen:

  • het plaveiselcellig type (spinocellulair carcinoom), dat meestal in de grotere luchtwegen ontstaat bij rokers.
  • het kliercellig type (adenocarcinoom) kan daarentegen ook in kleinere luchtwegen ontstaan, bij rokers, maar ook bij niet-rokers.

De tumor kan al lange tijd in het lichaam aanwezig zijn alvorens te worden ontdekt. Als de tumor klein en gelokaliseerd is, kan een operatie, vaak gevolgd door chemotherapie, voldoende zijn om genezing te brengen.

volgend hoofdstuk lezen

Om medisch nieuws te volgen, abonneer u op de MediPedia nieuwsbrief.
Ziektes van A tot Z