Diagnose
- 1. De moeilijkheden bij het opsporen van het hiv
- 2. Evaluatie van de hiv-infectie
- 3. Co-infecties met het hiv

De moeilijkheden bij het opsporen van het hiv
Hiv-test: drie maanden na de risicosituatie
De screening op hiv gebeurt met een gewone bloedafname om antistoffen tegen hiv te bepalen. Er moet minstens zes weken worden gewacht na de risicosituatie voor de resultaten van de test zeker genoeg zijn. Er dient absoluut een tweede test te worden uitgevoerd om een hiv-infectie te bevestigen. Deze tests worden uitgevoerd in referentielaboratoria.
Late opsporing: evolutie naar aids
Veel mensen weten niet dat ze seropositief zijn. Voordat de eerste symptomen verschijnen kun je jarenlang een normaal leven leiden. Deze mensen vernemen het dan per toeval, naar aanleiding van een routinetest; of erger, als er een opportunistische aandoening -en dus aids- optreedt (38% van de gevallen in België). Als de diagnose laat wordt gesteld, verloopt het herstel van het immuunsysteem bij behandeling met antivirale middelen trager en minder goed. De sterfte bij die patiënten is 16 keer hoger dan bij patiënten bij wie de diagnose vroeg wordt gesteld.
Artikel tot stand gekomen met de medewerking van dr. Jean-Christophe Goffard, hoofd van het aidsreferentiecentrum van het Erasmusziekenhuis
Evaluatie van de hiv-infectie
Geschiedenis van de patiënt
Psychologische ondersteuning van de patiënt is essentieel als de diagnose aids wordt gesteld. Absolute vertrouwelijkheid moet worden verzekerd opdat de patiënt vertrouwen heeft in de medische wereld. De patiënt moet begrijpen dat de situatie betrekking heeft op zijn eigen gezondheid, maar ook op die van de persoon die hem het virus heeft gegeven, en de partners met wie hij eventueel onveilig heeft gevreeën.
Virale belasting
Een van de eerste laboratoriumtests in geval van een positieve diagnose is meting van de virale belasting: het aantal kopieën van het virus in één milliliter plasma (het vloeibare gedeelte van het bloed).
Dat gegeven is een goede indicator van de mate van replicatie (vermenigvuldiging) van het virus. Op grond van de virale belasting kan de arts ook het risico op snelle voortgang naar een verder gevorderd stadium inschatten, en de respons op de behandeling evalueren. Na één maand behandeling met antivirale middelen daalt de virale belasting met factor 100. De virale belasting is onmeetbaar laag als er minder dan 50 kopieën per milliliter zijn. De replicatie van het virus is dan onder controle.
Het aantal CD4-cellen
Het aantal CD4-cellen weerspiegelt de toestand van het immuunsysteem van een seropositieve patiënt. Het is een essentiële factor om uit te maken of een antivirale behandeling moet worden gestart.
- Als het aantal CD4-cellen 350 tot 500 per milliliter plasma bedraagt, spreken we van een matige immunodeficiëntie (tekortschieten van het immuunsysteem). Een behandeling is alleen aangewezen in speciale gevallen.
- Beneden 350 CD4-cellen per milliliter wordt de situatie verontrustend. De arts zal doorgaans voorstellen om een behandeling met antiretrovirale middelen te starten om het immuunsysteem te herstellen.
Artikel tot stand gekomen met de medewerking van dr. Jean-Christophe Goffard, hoofd van het aidsreferentiecentrum van het Erasmusziekenhuis
Co-infecties met het hiv
Co-infecties: hepatitis
Als een diagnose wordt gesteld van infectie met het aidsvirus, wordt stelselmatig ook een test voor hepatitis B en C uitgevoerd. Het hepatitis B-virus, het hepatitis C-virus en het hiv worden op dezelfde manier overgedragen. Daarom zien we vaak een co-infectie met hiv en hepatitis. Een hiv-infectie verergert de prognose van een infectie met het hepatitis C-virus (HCV): het risico op levercirrose is tweemaal zo hoog. Het HCV is dan ook een belangrijke doodsoorzaak bij een hiv-infectie.
Seksueel overdraagbare aandoeningen
Er is een sterke opflakkering van seksueel overdraagbare aandoeningen (soa), met name syfilis, een ziekte die vrijwel uitgeroeid was. Deze soa's moeten worden behandeld met antibiotica. Ze verhogen het risico op hiv-infectie. Een genitaal ulcus (zweer) door syfilis werkt bijvoorbeeld de overdracht van het hiv-virus in de hand doordat het via de zweer gemakkelijker in het bloed kan dringen.
Artikel tot stand gekomen met de medewerking van dr. Jean-Christophe Goffard, hoofd van het aidsreferentiecentrum van het Erasmusziekenhuis
Volg de medische actualiteit en abonneer u op de nieuwsbrieven van MediPedia.



















MediPedia Facebook