Behandeling
- 1. Het doel van de behandeling van aids
- 2. Antiretrovirale middelen tegen aids
- 3. Opportunistische aandoeningen: overgang naar het aidsstadium
- 4. Aids en vaccins

Het doel van de behandeling van aids
Er bestaat geen curatieve behandeling voor een hiv-infectie. Men kan er dus niet van genezen. Met de huidige behandelingen wordt verhinderd dat het virus zich vermenigvuldigt door de verschillende stappen van de replicatie van het virus te blokkeren. Ze verhinderen dus de vernietiging van de CD4-cellen en bevorderen het herstel van het immuunsysteem. Maar ook als het virus niet meer in het bloed kan worden gedetecteerd, en als de immuniteit hersteld is, dan nog zal het virus onverbiddelijk weer de kop opsteken. Het zal opnieuw het immuunsysteem aanvallen als de behandeling wordt stopgezet. De behandeling moet dus dagelijks worden ingenomen, voor de rest van het leven.
Artikel tot stand gekomen met de medewerking van dr. Jean-Christophe Goffard, hoofd van het aidsreferentiecentrum van het Erasmusziekenhuis
Antiretrovirale middelen tegen aids
Tritherapie
Een tritherapie is een combinatie van drie antivirale middelen. De behandeling blokkeert het replicatieproces van het hiv op verschillende niveaus. Dat gebeurt door het virus te verhinderen zich te binden aan of te versmelten met de doelcellen:
- door de transformatie van het virale RNA in DNA te verhinderen;
- door te verhinderen dat de eiwitten worden geproduceerd die noodzakelijk zijn om virussen te vormen;
- door het virus te verhinderen zijn DNA in dat van de cel in te bouwen.
Momenteel wordt gebruik gemaakt van verschillende combinaties van twee tot vijf geneesmiddelen. Daarom is de term 'antiretrovirale behandeling' (ART) te verkiezen boven 'tritherapie'.
Continu vorderingen bij de behandelingen
Bij deze behandelingen worden er constant vorderingen gemaakt. Artsen beschikken nu over een groot aantal antiretrovirale middelen. Daarmee kunnen ze het hoofd bieden aan resistentie en kunnen ze een behandeling op maat geven om eventuele bijwerkingen te verminderen.
Artikel tot stand gekomen met de medewerking van dr. Jean-Christophe Goffard, hoofd van het aidsreferentiecentrum van het Erasmusziekenhuis
Opportunistische aandoeningen: overgang naar het aidsstadium
Aids: aandoeningen die te wijten zijn aan de immunodepressie
Opportunistische aandoeningen ontstaan als het immuunsysteem verzwakt is. Het lichaam kan de infecties niet meer aan die het normaal gemakkelijk kan bestrijden. Die opportunistische infecties wijzen erop dat de ziekte geëvolueerd is naar stadium C, het aidsstadium.
Enkele voorbeelden:
- Het kaposisarcoom: een kanker die meestal de huid aantast en soms het spijsverteringskanaal en de longen. Een kaposisarcoom veroorzaakt blauwe of purperen letsels. Dit type kanker komt ook voor bij patiënten bij wie het immuunsysteem is onderdrukt, bijvoorbeeld na een transplantatie.
- Cytomegalievirusinfectie: deze infectie veroorzaakt allerhande problemen naargelang van de plaats waar het virus toeslaat: ademhalingsproblemen bij aantasting van de longen, blindheid bij aantasting van de ogen...
- Een pneumonie door Pneumocystis carinii: een opportunistische infectie, die meestal het aidsstadium aankondigt bij seropositieve patiënten. In België is het de eerste opportunistische infectie (38% van de gevallen).
Behandeling van opportunistische aandoeningen
Opportunistische aandoeningen moeten geval per geval worden behandeld. De behandeling van dergelijke aandoeningen kan vrij ingewikkeld zijn. Sommige zijn gemakkelijk te behandelen, andere zijn dodelijk en kunnen definitieve handicaps veroorzaken: verlamming, blindheid... In geval van een opportunistische aandoening wordt een antiretrovirale behandeling gestart, tegelijk of soms na genezing van de opportunistische aandoening.
Artikel tot stand gekomen met de medewerking van dr. Jean-Christophe Goffard, hoofd van het aidsreferentiecentrum van het Erasmusziekenhuis
Aids en vaccins
Een vaccin tegen aids?
In 2009 behaalden Thaise vorsers enkele interessante resultaten. Met een combinatie van vaccins zijn ze erin geslaagd om een derde van de hiv-infecties te voorkomen in hun testpopulatie. Deze klinische studie werd uitgevoerd op een bepaald subtype van het virus. Het vaccin bood evenwel onvoldoende bescherming, zodat er toch nog vaak nieuwe infecties optraden.
Patiënten moeten zich laten vaccineren
Alle patiënten moeten om de vijf jaar worden gevaccineerd tegen pneumokokken (verwekker van pneumonie) en elk jaar tegen de seizoensgriep. Ook het vaccin tegen hepatitis B wordt sterk aangeraden gezien het risico op chronische hepatitis en cirrose.
Artikel tot stand gekomen met de medewerking van dr. Jean-Christophe Goffard, hoofd van het aidsreferentiecentrum van het Erasmusziekenhuis
Volg de medische actualiteit en abonneer u op de nieuwsbrieven van MediPedia.




















MediPedia Facebook