Behandeling
- 1. Principes van de behandeling van hemofilie
- 2. Doeltreffende behandelingen zonder risico
- 3. Desmopressine voor bepaalde typen hemofilie A
- 4. Behandeling van bloedingen in gewrichten en de spieren
- 5. Bloeding van slijmvliezen en hematurie
- 6. Antifibrinolytica
- 7. Hemofilie: wanneer is een ziekenhuisopname noodzakelijk?

Principes van de behandeling van hemofilie
Behandeling van hemofilie
Mensen met hemofilie moeten worden behandeld door een hematoloog (specialist voor bloedziekten), die in een centrum werkt dat gespecialiseerd is in hemofilie. Mits goede begeleiding van dit centrum kunnen hemofiliepatiënten de meeste bloedingen die thuis ontstaan, zelf behandelen. De bloeding wordt snel gestelpt met eerste hulp voor goedaardige bloedingen en met een injectie van bloedstollende stoffen voor ernstigere bloedingen.
Twee soorten behandeling van hemofilie
Er zijn twee soorten behandeling van hemofilie:
- de acute behandeling,
- de profylactische (preventieve) behandeling.
In het eerste geval wordt bij een bloeding de ontbrekende stollingsfactor intraveneus geïnjecteerd, om de bloeding te stelpen.
In het tweede geval wordt de stollingsfactor op regelmatige tijdstippen toegediend (om de twee of drie dagen). Dit type behandeling van hemofilie werkt goed om de frequentie van de bloedingen te verlagen en om de daaruit voortvloeiende invaliditeit te beperken. De levenskwaliteit van de hemofiliepatiënt verbetert duidelijk dankzij preventie. Door preventieve behandeling kan de patiënt zijn beroepsactiviteiten optimaal uitoefenen.
Het probleem van de remmers
De stollingsfactor die de hemofiliepatiënt zichzelf toedient, is uiteraard niet van de patiënt zelf afkomstig. Het lichaam beschouwt de geïnjecteerde factor soms als een vreemde substantie. Het organisme kan daarop antilichamen gaan aanmaken. Deze antilichamen, remmers genoemd, zullen het effect van de toegediende stollingsfactor neutraliseren. De ontwikkeling van remmers tegen de vervangende stollingsfactor is een gevaarlijke complicatie, want de patiënt wordt immuun voor de eigen behandeling.
Tegenwoordig bestaan er maatregelen om het optreden van die remmers te beperken en, als ze toch aanwezig zijn, het effect ervan te beperken.
Artikel tot stand gebracht in samenwerking met prof. Anne Demulder (UVC Brugmann).
Doeltreffende behandelingen zonder risico
Steeds veiliger behandelingen die steeds veiliger worden
Tegenwoordig worden de meeste hemofiliepatiënten behandeld met recombinante stollingsfactor VIII of IX of met plasmaderivaten. Tegenwoordig is het risico van virale besmetting bij deze behandelingen praktisch nihil. Dat was niet altijd zo, want in het verleden zijn heel veel mensen besmet geraakt met het aidsvirus of met hepatitis (herinner het schandaal met besmet bloed in Frankrijk).
Plasmaderivaten als stollingsfactoren
Plasmaderivaten maken deel uit van de klassieke behandelingen die hemofiliepatiënten vandaag kunnen krijgen: het plasma van bloeddonoren wordt gezuiverd en gefractioneerd om er concentraten van stollingsfactor VIII en IX uit te winnen. Dankzij dit procedé is het risico op virale besmetting sterk afgenomen. De plasma's ondergaan zeer gevoelige tests om de eventuele aanwezigheid van virussen op te sporen.
Recombinante stollingsfactoren
Voor de recombinante factoren wordt een ultramoderne behandeling toegepast. Deze stoffen worden immers niet uit plasma gehaald, maar gemaakt op basis van de genen voor stollingsfactor VIII en IX. Deze genen worden in laboratoria geïsoleerd en ingebracht in cellen die in staat zijn om grote hoeveelheden stollingsfactoren te produceren. De recombinante stollingsfactoren van de jongste generatie zijn efficiënt en zeer veilig: ze bevatten geen enkel menselijk of dierlijk eiwit meer.
Artikel tot stand gebracht in samenwerking met prof. Anne Demulder (UVC Brugmann).
Desmopressine voor bepaalde typen hemofilie A
Desmopressine of 1-deamino-8-D-arginine vasopressine (DDAVP) wordt gebruikt bij matige en lichte vormen van hemofilie A. DDAVP is een derivaat van een hormoon dat in het organisme heel andere functies heeft dan bloedstolling. DDAVP kan de stollingsfactor VIII vrijmaken die in de endotheelcellen opgeslagen zit. Bij ernstige hemofilie werkt DDAVP niet. Het kan wel worden voorgeschreven bij bepaalde patiënten met de ziekte van von Willebrand.
Artikel tot stand gebracht in samenwerking met prof. Anne Demulder (UVC Brugmann).
Behandeling van bloedingen in gewrichten en de spieren
Meteen immobiliseren
Bij een bloeding in een gewricht of spier moet het betreffende lichaamsdeel direct worden geïmmobiliseerd in een functionele stand: half gebogen als het een gewricht is dat buigt (bv. elleboog of knie), en/of half geroteerd bij een draaiend gewricht (ook de elleboog). Er kan ook een ijspakking worden aangebracht op de betreffende plaats, als dat goed wordt verdragen. Immobilisatie is van zeer groot belang bij spierbloedingen, omdat te snel mobiliseren kan leiden tot een recidief. Bij ernstige bloeding moet bedrust worden overwogen.
In tweede instantie kan het gewricht voorzichtig worden bewogen, zo snel mogelijk nadat de pijn is verdwenen. De duur van deze twee fasen (rust en daarna mobilisatie) verschilt van geval tot geval. De arts zal de tijdsduur bepalen.
Behandeling van de pijn
Een bloeding in het gewricht of de spieren van hemofiliepatiënten is bijzonder pijnlijk. De pijn kan worden verlicht door de ontbrekende stollingsfactor toe te dienen. Pijnstillers zijn geen vervanging van deze behandeling, maar kunnen aanvullend worden gebruikt om de pijn te verlichten. Let op: niet elke pijnstiller is geschikt en ook voor het gebruik gelden er regels. Bij lichte pijn wordt aangeraden om paracetamol te gebruiken of een combinatie van paracetamol en codeïne. Bij ernstige pijn kan de arts sterkere pijnstillers voorschrijven. In principe zijn de meeste ontstekingsremmers niet aangewezen omdat ze de bloeding bevorderen.
Artikel tot stand gebracht in samenwerking met prof. Anne Demulder (UVB Brugmann).
Bloeding van slijmvliezen en hematurie
Bij een bloeding van het slijmvlies of de neus kan een lokale behandeling worden toegepast (zogenaamde hemostatische middelen op een spons, gaas of andere drager). Er moet ook druk worden uitgeoefend op de plaats van de bloeding.
Bij een bloeding in de urinewegen (hematurie) is een kleine hoeveelheid van de ontbrekende stollingsfactor meestal voldoende om de bloeding te stelpen.
Artikel tot stand gebracht in samenwerking met prof. Anne Demulder (UVB Brugmann).
Antifibrinolytica
Fibrinolyse is het proces waarbij het bloedvat weer doorlaatbaar wordt na de vorming van een bloedstolsel. Fibrinolyse speelt ook een rol bij de wondgenezing.
Als er problemen zijn bij de vorming van het bloedstolsel, zoals bij hemofiliepatiënten, kan de fibrinolyse de toestand verergeren. Er bestaan geneesmiddelen die deze fibrinolyse voorkomen: de antifibrinolytica. Deze middelen kunnen de bloedstolling bevorderen door de levensduur van het bloedstolsel te verlengen. Toch zijn deze geneesmiddelen niet altijd aangewezen, zoals bij een bloeding in de urinewegen.
Artikel tot stand gebracht in samenwerking met prof. Anne Demulder (UVB Brugmann).
Hemofilie: wanneer is een ziekenhuisopname noodzakelijk?
Bepaalde ernstige bloedingen kunnen levensgevaarlijk zijn. In dat geval is een snelle ziekenhuisopname vereist.
Dat geldt bijvoorbeeld voor een bloeding in het centrale zenuwstelsel. Een symptoom van een dergelijke bloeding is een felle, plotse hoofdpijn. Het bewustzijnsniveau van de patiënt verandert en soms verliest hij zelfs het bewustzijn. Er kan ook een verlamming of gevoelloosheid optreden, maar de patiënt is zich daar niet altijd van bewust. Andere symptomen zijn misselijkheid en braken.
Ook bij bloedingen in de keel, of bloedingen die braken veroorzaken, is een ziekenhuisopname noodzakelijk. Voorzichtigheid is ook geboden bij bloedverlies uit de anus.
Artikel tot stand gebracht in samenwerking met prof. Anne Demulder (UVB Brugmann).
Volg de medische actualiteit en abonneer u op de nieuwsbrieven van MediPedia.


















MediPedia Facebook