Syndromen
- 1. Het syndroom van Turner
- 2. Het syndroom van Prader-Willi
- 3. Turner en Prader-Willi: hoe stellen we de diagnose?
- 4. Behandeling van het syndroom van Turner en van Prader-Willi

Het syndroom van Turner
Oorzaken van het syndroom van Turner
Het syndroom van Turner treft alleen meisjes. Meisjes hebben normaal twee X-chromosomen. Bij het syndroom van Turner is één X-chromosoom volledig of gedeeltelijk afwezig.
Drie vormen van Turner
- In 55% van de gevallen: een volledig X-chromosoomtekort (monosomie x).
- In 25% van de gevallen: er zijn twee X-chromosomen aanwezig, maar een van de twee is aangetast (deletie of afwijking).
- In 20% van de gevallen: het X-chromosoom ontbreekt in sommige cellen van het lichaam, maar niet in andere (mozaïek).
Genetische overdracht
In de meeste gevallen is het syndroom van Turner te wijten aan een chromosomale afwijking tijdens de bevruchting. De aandoening is dus niet erfelijk. Het risico dat ze bij een ander kind opnieuw optreedt, is lager dan 1%.
Maar sommige afwijkingen kunnen wel overdraagbaar zijn. Het is dus raadzaam om een centrum voor medische genetica te raadplegen om het risico op de aandoening bij een volgend kind te evalueren.
Symptomen van het syndroom van Turner
Het syndroom van Turner veroorzaakt meestal een kleine gestalte in de kindertijd en een gestoorde werking van de eierstokken. In de puberteit is dikwijls een behandeling met oestrogenen (vrouwelijke hormonen) nodig, zodat de borsten zich kunnen ontwikkelen en de menstruatie kan optreden. Die behandeling moet het hele volwassen leven worden voortgezet. In de meeste gevallen zijn de kinden op volwassen leeftijd onvruchtbaar.
Andere symptomen zijn mogelijk, maar verschillen sterk van persoon tot persoon. Onder andere:
- Ter hoogte van hart en bloedvaten: misvorming van het hart, dikwijls van de lichaamsslagader (aorta) of de aortaklep en hoge bloeddruk op jonge leeftijd.
- Ter hoogte van de nieren: slechts een nier, een hoefijzervormige nier (de twee nieren samen of slechts een nier) of misvormingen van de urinewegen.
- Specifieke kenmerken ter hoogte van het gezicht en de ledematen: opzwelling van de rugzijde van de handen en voeten, opstaande nagels, een afgeplatte hals (huidplooi die zich uitstrekt van de onderkant van de oren en beide schouders bedekt zoals een waaier).
Het syndroom van Prader-Willi
Genetische afwijking op chromosoom 15
Prader-Willi kan zowel mannen als vrouwen treffen. De aandoening is het gevolg van een genetische afwijking op het chromosoom 15 dat afkomstig is van de vader.
Normaal bezit elk persoon 23 chromosoomparen. Dus ook een paar chromosomen 15: het ene komt van de vader en het andere van de moeder. Het SNRPN, een van de duizenden genen op dit chromosoom 15, heeft de bijzondere eigenschap dat het actief is bij de vader en inactief bij de moeder.
Bij mensen met Prader-Willi is het gen van de vader ook inactief of is het volledig afwezig.
Verschillende soorten genetische afwijkingen
- Verlies van een stuk van het chromosoom 15 dat van de vader wordt geërfd, het stuk waar het SNRPN-gen zich bevindt. We spreken dan van een deletie (70% van de gevallen).
- Het kind heeft twee exemplaren van chromosoom 15 van de moeder gekregen en geen enkel van de vader. We spreken dan van een uniparentale disomie (25 tot 30% van de gevallen).
- Het chromosoom 15 dat van de vader wordt overgeërfd, is normaal. Er is een afwijking in het gen dat het mechanisme regelt om het SNRPN-gen bij de vader tot uiting te brengen. We spreken dan van een afwijking in de genetische vingerafdruk (minder dan 5% van de gevallen).
Overdracht van het syndroom van Prader-Willi
Het risico dat het syndroom van Prader-Willi opnieuw optreedt bij een volgende zwangerschap hangt af van het soort genetische afwijking. In de meeste gevallen is de aandoening te wijten aan een verandering in de genen tijdens de bevruchting. De aandoening is dus niet erfelijk. De ouders hebben het syndroom niet en zijn geen drager van de aandoening.
Symptomen van het syndroom van Prader-Willi
Vanaf de geboorte tot twee jaar:
- Hypotonie: uitgesproken afname van de spiertonus (’slappe baby’)
- Voedingsproblemen.
Vanaf twee jaar:
- Hyperfagie. Dat is de neiging om te veel te eten, terwijl de behoefte aan calorieën 30% lager is dan het gemiddelde. Zonder controle op de voeding dreigt het kind te dik te worden.
- Groeiachterstand
- Onvolledige geslachtsontwikkeling
- Ademhalings- en slaapstoornissen
- Hoge pijndrempel
- Te weinig controle over emoties.
Die symptomen hebben te maken met een slechte werking van de hypothalamus. Die regelt de hormoonfuncties en bepaalde gedragingen.
Turner en Prader-Willi: hoe stellen we de diagnose?
Diagnose van Turner
Voor de geboorte kan de diagnose van Turner worden gesteld als er om een andere reden een vruchtwaterpunctie wordt uitgevoerd: leeftijd van de moeder, verhoogd risico op trisomie 21enz.
Bij de geboorte kunnen we het syndroom van Prader-Willi vermoeden bij een pasgeborene die specifieke kenmerken van het gezicht en de ledematen vertoont. Dikwijls is het enige symptoom bij de geboorte echter een iets kleinere lengte dan gemiddeld. De diagnose wordt doorgaans later gesteld, omdat het kind klein is of de puberteit, of de menstruatie bij meisjes niet spontaan optreedt.
Om de diagnose te bevestigen, bestaat er een vrij eenvoudige genetische test: een karyotypering. Voor die techniek wordt bloed of vruchtwater afgenomen. Het juiste aantal chromosomen wordt geteld en de structuur wordt geanalyseerd.
Diagnose van Prader-Willi
Voor de geboorte kan het syndroom van Prader-Willi worden vermoed als de foetus minder beweegt, soms in combinatie met overvloedig veel vruchtwater.
Aan ouders die al een kind met een overdraagbare vorm van het syndroom hebben, wordt een test voorgesteld. Maar in de meeste gevallen is de aandoening niet erfelijk.
Bij de geboorte zijn de symptomen van het syndroom van Prader-Willi tamelijk kenmerkend:
- bij pasgeborenen: hypotonie
- tijdens de kindertijd en adolescentie: obesitas met een kleine gestalte en suggestieve gedragsstoornissen.
Grondige en gerichte genetische tests zijn nodig om de diagnose te bevestigen en het soort genetische afwijking te bepalen.
Behandeling van het syndroom van Turner en van Prader-Willi
De invloed van turner op de lengte
Mensen met turner zijn in 98% van de gevallen klein. De groeicurve vertoont een geleidelijke vertraging en wijkt rond vier jaar af van de referentiecurves.
Zonder behandeling is de lengte op volwassen leeftijd gemiddeld 1,45 m (20 cm minder dan het gemiddelde). Oorzaak? Het groeikraakbeen van kinderen reageert niet goed op het groeihormoon dat het kind aanmaakt. Een groeihormoonsupplement toedienen helpt om gemiddeld ongeveer zes tot acht cm te winnen.
De invloed van prader-willi op de lengte
De groeiachterstand kan te wijten zijn aan een groeihormoontekort.
Hoewel een behandeling met groeihormoon de groeisnelheid kan verhogen, zijn de doelstellingen vooral om:
- de spiermassa te verhogen en de vetmassa te verlagen;
- de botdichtheid te verhogen;
- het energieverbruik te verhogen;
- de lenigheid en de fysieke vermogens te vergroten.
Volg de medische actualiteit en abonneer u op de nieuwsbrieven van MediPedia.
Zij getuigen
GroeistoornissenYvette, 50 jaar

GroeistoornissenProf. Claudine Heinrichs, pediater endocrinoloog in het UKZKF
Help! Mijn kind is klein















MediPedia Facebook