Nieren
- 1. Chronische nierinsufficiëntie
- 2. Hoe tasten de nieren de groei van kinderen aan?
- 3. Nierinsufficiëntie: groeistoornissen behandelen

Chronische nierinsufficiëntie
De nieren
De nieren filteren het bloed en produceren urine. Dat is een mengeling van water, minerale zouten en giftige afvalstoffen. Ze produceren ook een reeks belangrijke hormonen die tussenkomen in de bloeddrukregeling, de rode bloedcellenproductie en het behoud van de calciumconcentratie in de botten.
Nierinsufficiëntie: een verraderlijke aandoening
Tijdens de eerste jaren van nierinsufficiëntie treedt geen enkel echt hinderlijk symptoom op. Als de diagnose duidelijk wordt, zijn de nieren dikwijls al onomkeerbaar beschadigd. Uiteindelijk krijgt de patiënt een dialyse of ondergaat hij een transplantatie.
Frequentie van nierinsufficiëntie bij kinderen
Ongeveer 160 op 1 miljoen kinderen hebben chronische nierinsufficiëntie. Oorzaak? Meestal aangeboren misvormingen (59%). Nierinsufficiëntie kan echter ook te wijten zijn aan erfelijke oorzaken (19%), zoals een nefrotisch syndroom. Maar ook glomerulopathie, aantasting van de glomeruli, de ’filters’ van de nieren (13%).
Hoe tasten de nieren de groei van kinderen aan?
Verstoring van het eiwitmetabolisme
De nieren produceren urine. Daarnaast voeren ze metabole activiteiten uit. Ze ’ontgiftigen’ onder andere het bloed. In geval van nierinsufficiëntie vervullen ze die functie niet meer naar behoren. Het bloed van het kind is daardoor te zuur. Door de stijging van de zuurtegraad van het bloed breken de eiwitten (en dus ook het groeihormoon) sneller af, voor ze de tijd hebben om te werken.
Resistentie tegen groeihormoon
Nierinsufficiëntie veroorzaakt ook een verstoring in de hormonen: er ontstaat resistentie tegen de werking van het groeihormoon. Het groeihormoon wordt nog altijd in voldoende mate geproduceerd. Maar de receptoren die op het groeihormoon zouden moeten reageren, zijn niet meer even gevoelig. Uiteindelijk beïnvloedt het groeihormoon de groei niet meer.
Voedingsproblemen door nierinsufficiëntie
Kinderen met nierinsufficiëntie hebben dikwijls minder eetlust. Dat komt omdat niet-verwijderde gifstoffen de eetlust remmen of omdat het kind een dieet moet volgen door de aandoening. Kinderen kunnen zich ook misselijk voelen door de behandeling. Bovendien ’verbrandt’ het lichaam de aangevoerde voedingsstoffen sneller. Het lichaam krijgt niet meer wat het nodig heeft om te groeien.
Verstoring van het calciummetabolisme
De nieren zorgen er mee voor dat de calciumconcentratie in ons lichaam op peil blijft. Dat is onder andere nodig voor de skeletvorming. Hoe? Door vitamine D te activeren. Vitamine D bevordert de absorptie van calcium in de voeding door de darmen.
Bij een vitamine D-tekort kunnen kinderen rachitis krijgen. Dat is een groeistoornis van het skelet door een gebrek aan mineraalvorming (van fosfor en calcium). Dat veroorzaakt botmisvormingen.
Rol van bepaalde geneesmiddelen
Corticosteroïden kunnen de groei ook vertragen. Dat zijn geneesmiddelen die worden gegeven bij een niertransplantatie of bij aandoeningen van de nierfilters. De behandeling heeft invloed op een minder goede groeihormoonproductie. Het kind krijgt dus een groeihormoontekort.
Nierinsufficiëntie: groeistoornissen behandelen
De meeste kinderen met chronische nierinsufficiëntie hebben een groeiachterstand. Om dat te verhelpen, worden eerst de bijwerkingen van nierinsufficiëntie behandeld (correctie van de te hoge zuurtegraad van het bloed, controle van de ureumconcentratie in het bloed, dialyse) en de voeding geoptimaliseerd (aanvoer van calorieën en eiwitten). Pas in tweede instantie, als de groei niet verbetert, wordt overwogen om groeihormoon toe te dienen. De dosissen zijn twee of drie keer hoger dan de dosissen die worden voorgeschreven bij een groeihormoontekort. Doel? De receptoren voor groeihormoon letterlijk ’overstelpen’ om de kans op een reactie te verhogen.
Volg de medische actualiteit en abonneer u op de nieuwsbrieven van MediPedia.
Zij getuigen
GroeistoornissenYvette, 50 jaar

GroeistoornissenProf. Claudine Heinrichs, pediater endocrinoloog in het UKZKF
Help! Mijn kind is klein













MediPedia Facebook