Begrijpen
- 1. Groeien: een proces met wisselende snelheid
- 2. Wat is een normale lengte?
- 3. Abnormaal kleine gestalte: verschillende oorzaken

Groeien: een proces met wisselende snelheid
De groei tijdens de kindertijd
De snelste groeifase speelt zich af in de baarmoeder van de moeder. Na de geboorte daalt de groeisnelheid in de eerste levensjaren:
- Van 0 tot 12 maanden: ongeveer 25 cm per jaar
- Van 1 tot 2 jaar: ongeveer 13 cm per jaar
- Van 2 tot 3 jaar: ongeveer 8,75 cm per jaar
Vanaf drie jaar tot de puberteit groeit een kind met een relatief constante snelheid van 5 cm per jaar.
De puberteit: een groeipiek
In de puberteit krijgen adolescenten een groeispurt, onder de gezamenlijke invloed van het groeihormoon en de geslachtshormonen. Die zorgen op hun beurt ook voor de groei.
- Bij meisjes treedt die piek op rond twaalf jaar. Ze groeien gemiddeld 25 cm in de puberteit die ongeveer 4 jaar in totaal duurt.
- Bij jongens komt die groeispurt doorgaans later tevoorschijn ongeveer in de helft van de puberteit, rond veertien jaar. Gemiddeld groeien ze ongeveer 28 cm in de vier jaar durende puberteit.
Het groeihormoon (somatropine)
Groeihormoon, ook somatropine genaamd, wordt van nature afgescheiden door de hypofyse. Dat is een kleine klier aan de basis van de hersenen. Dat hormoon gaat over in het bloed en werkt in ter hoogte van de beenderen.
Het groeikraakbeen
Tijdens de groei worden botten niet gelijkmatig langer.
Het groeikraakbeen bevindt zich in twee zones, tussen het lichaam (het centrale deel) en de uiteinden van de beenderen. Het groeihormoon werkt in op dat kraakbeen door de deling van de botcellen in gang te zetten. De beenderen worden langer.
Dat gebeurt via twee fenomenen.
- Indirect: onder invloed van het groeihormoon produceert de lever het IGFI-hormoon. Dat gaat over in het bloed en zal het groeikraakbeen stimuleren.
- Direct: het groeihormoon produceert plaatselijk IGFI in het groeikraakbeen.
Wat is een normale lengte?
De groei van een kind beoordelen
De gemiddelde lengte van de bevolking varieert van land tot land, en evolueert door de jaren heen.
Op basis van de statistische gegevens in een land op een bepaald moment worden referentiematen vastgelegd: gemiddelde lengtes van de bevolking volgens de leeftijd en het geslacht.
Toch is dat gemiddelde statistiek. Een zekere marge boven en onder het gemiddelde wordt als normaal beschouwd. Als iemand te sterk afwijkt van de kleinste lengte die in een bepaalde bevolking is toegestaan, wordt hij als abnormaal klein beschouwd.
Volgens gegevens die in 2004 in Vlaanderen werden ingezameld, is in België de gemiddelde lengte voor volwassenen 1,79 m voor mannen en 1,66 m voor vrouwen .
Als u als man kleiner bent dan 1,66 m en als vrouw kleiner dan 1,55 m, dan vinden artsen u abnormaal klein. U kunt zich natuurlijk ook klein van gestalte voelen terwijl u medisch gezien ’normaal’ bent.
Er bestaan echter geen recente gegevens over de lengte van de de kinderen in Franstalig België. Daarom gebruiken artsen ook vaak de Engelse referentiecurves. In het zuiden van het land is de ’normale’ lengte van mannen dus 1,63 m en van vrouwen 1,52 m.
De groeicurve
Wilt u controleren of uw kind normaal groeit? Slechts een instrument: de groeicurve. Die grafiek toont de gemiddelde lengte die een kind volgens zijn leeftijd zou moeten bereiken.
Twee andere curves kunnen ook als referentie worden gebruikt. De eerste bepaalt de bovengrens voor een normale lengte (grote gestalte), de tweede de ondergrens voor een normale lengte (kleine gestalte). Die verschillende curves vormen de ’groeibanen’. Als de lengte van een kind zich in een baan buiten die twee curves (+ 2 of – 2 standaarddeviaties) bevindt, zal het kind als abnormaal klein of abnormaal groot worden beschouwd.
De lengte wordt ook dikwijls in percentielen uitgedrukt. De mediane lengte van de populatie die als referentiepunt geldt, is percentiel 50.
Noteer regelmatig de maten van uw kind om zijn groeicurve te kunnen optekenenen en met de referentiecurves te kunnen vergelijken.
Let wel: als u bijvoorbeeld van Siciliaanse afkomst bent maar in België woont, dan bestaat de kans dat u in het onderste deel van de Belgische referentiecurves of zelfs daarbuiten valt. Maar op de Italiaanse referentiecurves zou uw lengte als normaal kunnen worden beschouwd.
Klein of abnormaal klein
Ouders zijn dikwijls ongerust als hun kind zich in het onderste deel van de referentiecurves bevindt, tussen de gemiddelde en onderste curve. Maar zolang het kind daar blijft, wordt zijn lengte als normaal beschouwd. Het belangrijkste is dat hij in zijn ’groeibaan’ blijft. Zijn gewichts- en lengtecurven moeten parallel met de referentiecurves evolueren, of ze zich nu daarboven of daaronder bevinden. Zijn groeibaan moet ook parallel zijn met de lengte van de ouders.
Welke situaties zijn abnormaal?
- Het kind is vanaf de geboorte heel klein en bevindt zich onder de toegestane onderste curves. Hij blijft daarna onder die curves.
- Het kind heeft een normale of laagnormale lengte bij de geboorte. In de loop van de kindertijd maakt de curve een plotse knik en vertraagt de groei abnormaal.
Abnormaal kleine gestalte: verschillende oorzaken
Natuurlijke oorzaken van een kleine gestalte
- Kleine gestalte door genetische aanleg
Het kind is geboren met genen die zijn kleine lengte bepalen. Hij blijft in zijn groeibaan, zelfs al bevindt hij zich onder de referentiecurve. De lengte van de ouders beïnvloedt mee zijn volwassen grootte. Als zijn ouders zich al onder de referentiecurves bevinden, zal voor het kind op volwassen leeftijd waarschijnlijk hetzelfde gelden. Dan wordt gewoonlijk geen enkele behandeling overwogen. Het kind is immers niet ziek.
- Constitutioneel bepaalde groeivertraging of vertraagde puberteit
Het kind heeft een normale lengte en normaal gewicht bij de geboorte, maar wijkt geleidelijk aan af van zijn groeibaan. Bij het begin van de lagere school bevindt hij zich in de middenmoot. Op het einde van de lagere school in het onderste deel van de referentiecurves. Als hij zijn humaniora start, dan duikt hij zelfs onder de referentiecurves.
Hij blijft als een kind groeien, terwijl zijn vrienden de groeipiek van de puberteit al hebben bereikt. Hij zal zijn achterstand hoogstwaarschijnlijk inhalen en op volwassen leeftijd een normale lengte bereiken.
Pathologische oorzaken van een kleine gestalte
Sommige aandoeningen veroorzaken een abnormaal kleine volwassen gestalte. Dat kan een handicap zijn. We spreken van dwerggroei als het individu drie standaarddeviaties kleiner is ten opzichte van de referentiecurve voor zijn leeftijd en geslacht. Deze term wordt vandaag weinig gebruikt.
Er zijn heel wat oorzaken van die pathologisch kleine gestalte. Enkele voorbeelden.
Voor de geboorte:
- Intra-uteriene groeiachterstand (tijdens de zwangerschap)
- Botafwijkingen: de frequentste botafwijking is achondroplasie. Dat is een erfelijke aandoening die een lengte van 1,20 tot 1,30 m geeft en een lichaam dat niet in verhouding is, zoals bij dwerggroei (korte armen en benen en een romp en hoofd met een normale lengte).
- Bepaalde chromosomale afwijkingen (in het bijzonder trisomie 21, het syndroom van Turner en van Prader-Willi)
Bij de geboorte of daarna:
- Ernstige ondervoeding kan ook tot een abnormaal kleine gestalte leiden. Het kind krijgt immers de noodzakelijke voedingsmiddelen voor zijn groei niet.
- Sommige chronische aandoeningen: coeliakie (slechte absorptie in het spijsverteringsstelsel door glutenallergie), nieraandoeningen, leveraandoeningen, mucoviscidose enz.
- Endocriene afwijkingen: hypothyroïdie, groeihormoontekort.
Behandeling met groeihormoon
Het is onmogelijk om alle oorzaken van een kleine gestalte volledig te vermelden. In deze rubriek volgt een grondige bespreking van de groeistoornissen die eventueel kunnen worden behandeld door groeihormoon toe te dienen:
- Groeihormoontekort
- Syndroom van Turner
- Syndroom van Prader-Willi
- Intra-uteriene groeiachterstand (SGA)
- Nierinsufficiëntie
Volg de medische actualiteit en abonneer u op de nieuwsbrieven van MediPedia.
Zij getuigen
GroeistoornissenYvette, 50 jaar

GroeistoornissenProf. Claudine Heinrichs, pediater endocrinoloog in het UKZKF
Help! Mijn kind is klein














MediPedia Facebook