Zoom

Cancer du sein: l’importance des traitements adjuvants | Borstkanker: het belang van de adjuvante behandelingen

Borstkanker: het belang van de adjuvante behandelingen

Patiënten met borstkanker die een heelkundige ingreep ondergaan, moeten daarna meestal nog een adjuvante of aanvullende behandeling volgen. Wat houdt deze therapie in? Wat wil ze bereiken? We praten erover met prof. François Duhoux, oncoloog in de Cliniques universitaires Saint-Luc.

1) Wat is een adjuvante behandeling voor borstkanker?

Het is een behandeling aanvullend op de heelkundige ingreep (gedeeltelijke of volledige borstamputatie) bij een patiënt met borstkanker zonder uitzaaiingen. Het doel hiervan is om het risico op herval zo veel mogelijk te beperken en het ontstaan van uitzaaiingen te voorkomen. De adjuvante behandeling wil met andere woorden de genezingskansen van de patiënt vergroten.

2) Welke types van adjuvante behandeling kunnen er bij borstkanker worden toegepast?

Voor borstkanker bestaan er vier soorten adjuvante therapieën: radiotherapie, chemotherapie, hormoontherapie en HER2-gerichte therapie (trastuzumab). De keuze van de behandeling(en) hangt af van het type kanker, de omvang van de kanker, de tumorkenmerken en de algemene gezondheidstoestand van de patiënt. Bijna alle patiënten moeten na de ingreep een adjuvante behandeling volgen, maar het aantal ervan verschilt van de ene patiënt tot de andere. Sommige patiënten krijgen er maar één, andere krijgen een combinatie van meerdere therapieën of zelfs allemaal.

3) Hoe kiezen de artsen welke behandeling(en) de patiënt krijgt?

De keuze gebeurt aan de hand van diverse criteria. Voor de hormoontherapie moeten er in de tumor hormoonreceptoren aanwezig zijn. Voor de toediening van trastuzumab (Herceptin) moet de tumor een HER2-amplficatie vertonen. Voor radiotherapie moet de patiënt een borstsparende behandeling (een slechts gedeeltelijke verwijdering van het borstklierweefsel) hebben ondergaan en/of moet de tumor de okselklieren hebben aangetast. De keuze om chemotherapie toe te passen ten slotte hangt af van meerdere onderling op elkaar inwerkende factoren. Al wordt deze behandeling eerder voorbehouden voor grotere en tumoren met een hoge graad (tumoren die snel groeien) met ernstige aantasting van de klieren die een HER2-amplificatie vertonen en/of geen hormoonreceptoren bevatten.

4) Welke bijwerkingen hebben de adjuvante therapieën?

Alle adjuvante therapieën - en de behandelingen met medicijnen in het algemeen - hebben onaangename neveneffecten. Van de vermelde behandelingen heeft chemotherapie er het meest: haaruitval, misselijkheid, kans op infecties, vermoeidheid, psychosociale impact door het stoppen met werken, enz. Daarom wordt deze kuur enkel gegeven als het risico op herval groot is en als de genezingskansen erdoor significant vergroten. Algemeen gesproken wordt er voor elk type van adjuvante behandeling een soort afweging gemaakt. Gelukkig bestaan er vaak remedies om deze bijwerkingen te verzachten.

5) Volgt er na de operatie altijd een adjuvante behandeling?

Ja. Al is het wel zo dat enkele van deze behandelingen (chemotherapie, hormoontherapie en trastuzumab) ook vóór de operatie kunnen gegeven worden. We spreken dan van neoadjuvante therapieën. Het doel van zo’n behandeling is tweevoudig. Ten eerste moet ze de omvang van de tumor verkleinen om hem te kunnen opereren of om tijdens de ingreep minder weefsel te moeten vernietigen. En ten tweede biedt zo’n neoadjuvante behandeling de kans om vóór de operatie, dus als de ziekte nog zichtbaar is, te kijken welk effect de therapie op de tumor heeft en hoe de patiënt erop reageert.

Reclame
Ziektes van A tot Z