Angststoornissen

Behandelingen

Antidepressiva van de tweede generatie

Referentiebehandeling

De selectieve remmers van de heropname van serotonine (SSRI's) werken uitsluitend in op één neurotransmitter: serotonine, wat hun bijwerkingen beperkt. Momenteel vormen ze de referentiebehandeling van angststoornissen. De bijwerkingen (misselijkheid en seksuele stoornissen) zijn meestal licht en voorbijgaand.

Doeltreffend bij bepaalde angststoornissen

De selectieve remmers van de heropname van serotonine en noradrenaline (SNRI's) werken in op serotonine en noradrenaline. Eén van de moleculen uit die categorie is ook doeltreffend gebleken bij sommige angststoornissen. De bijwerkingen kunnen van het serotonerge type zijn (misselijkheid, seksuele stoornissen), maar ook van het noradrenerge type (beven, slapeloosheid, erectiestoornissen...). Ze kunnen ook een matige stijging veroorzaken van de diastolische bloeddruk. Het risico op bijwerkingen neemt toe met de dosis.

Specifieke werking

Omdat deze antidepressiva op een specifieke manier werken op de neurotransmissie van serotonine en/of noradrenaline, hebben ze veel minder bijwerkingen dan die van de eerste generatie en worden over het algemeen zeer goed verdragen. Dit zijn voor het ogenblik de eerste lijnsmiddelen voor angststoornissen. Ook al werken ze niet onmiddellijk, toch zijn ze een basisbehandeling en zorgen ervoor dat de meeste patiënten terug een normaal leven kunnen leiden. Ze verdienen de voorkeur boven de benzodiazepines omdat ze beter worden verdragen en geen risico op verslaving inhouden.

Geschreven door Dr Pierre OswaldHet volgende artikel lezen

Om medisch nieuws te volgen, abonneer u op de MediPedia nieuwsbrief.
Reclame
Ziektes van A tot Z