Begrijpen
- 1. ADHD: een echt probleem
- 2. Van normale aandacht tot aandachtsstoornissen
- 3. Van normale activiteit tot hyperactiviteit
- 4. Impulsbeheersing en impulsiviteit

ADHD: een echt probleem
ADHD: een recente term voor een oude aandoening
De medische belangstelling voor ADHD is gegroeid sinds een Engelse arts, dr. G.F. Still, het probleem in 1902 voor het eerst beschreef. Hij ontdekte daarbij dat sommige drukke kinderen een echte stoornis hadden waarbij ze er niet in slaagden hun gedrag te beheersen.
Na de Eerste Wereldoorlog werd de stoornis 'hersenletselsyndroom' (Minimal Brain Dysfunction -MBD- in het Engels) genoemd. Er werd immers aangenomen dat de symptomen de uiting waren van een hersenletsel als gevolg van de fameuze Spaanse griepepidemie of van zuurstoftekort bij de geboorte.
Van hyperkinesie tot ADHD
In de jaren 50 en 60 kreeg de term 'hyperkinetische reactie bij kinderen' de voorkeur.
Vanaf de jaren 70, toen duidelijk werd dat het om concentratie- en aandachtsstoornissen ging, verscheen de term 'Aandachtsstoornis' (Attention Deficit Disorder -ADD- in het Engels), en eind jaren 80 deed de term 'Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit' zijn intrede (Attention Deficit/Hyperactivity Disorder -ADHD- in het Engels).
ADHD wordt onderverdeeld in 3 types:
Het onoplettende type: dit is het type waarbij het aandachtstekort overheerst. Dit wordt ook het ADD-type genoemd.
Het hyperactieve/impulsieve type: hier is vooral sprake van hyperactiviteit en impulsiviteit.
Het gecombineerde type, waar beide problemen samen voorkomen. Dit type komt het meeste voor.
Van normale aandacht tot aandachtsstoornissen
Normale verstrooidheid
Aandacht is een complex proces waarbij onze hersenen de juiste prikkels selecteren uit onze omgeving en waarbij we gepast reageren op de situatie. We zijn allemaal wel eens verstrooid, niet alleen als volwassene, maar ook en wellicht nog meer als kind. Wie heeft nog nooit gedagdroomd toen iemand hem aansprak of toen de leerkracht hem een vraag stelde? Dergelijke situaties komen uiteraard frequent voor en hebben niet echt gevolgen.
Aandacht: een proces in drie fasen
We kunnen het aandachtsproces opdelen in drie fasen:
- Prikkels filteren
- Eerst filteren we de prikkels uit onze omgeving. Zo moet een leerling de uitleg van de leerkracht als prikkel kiezen, en niet de vogel die op de speelplaats neerstrijkt in een boom.
- De aandacht richten
- Tijdens de tweede fase moeten we ons ergens op concentreren, zonder afgeleid te raken.
- Plannen
- In de laatste fase moeten we onze aandacht richten (plannen), om zo nodig over te gaan van de ene prikkel op de andere. Zo moet de aandachtige leerling wachten op het belsignaal voor hij zijn spullen mag verzamelen.
Een verstoord proces
Heel dit aandachtsproces is bij ADHD helaas verstoord. Patiënten hebben moeite om tegelijkertijd de juiste prikkels te selecteren en lange tijd geconcentreerd te blijven, maar ook om met een taak te stoppen indien nodig.
Van normale activiteit tot hyperactiviteit
Meer kunnen doen?
Actief zijn, wordt als een kwaliteit beschouwd. Van ons wordt verwacht dat we de hele tijd actief en doeltreffend meedraaien in de samenleving, op school, in het gezin of op het werk.
Velen beschouwen 'hyperactiviteit' als het vermogen om meer aan te kunnen en een aantal taken beter en sneller uit te voeren. Heeft een baas er geen belang bij dat enkele van zijn werknemers hyperactief zijn, d.w.z. beter renderen dan hun collega's? We zouden dit een adequate en doeltreffende hyperactiviteit kunnen noemen.
Echt hinderlijk
Hyperactiviteit bij ADHD is echter zeer hinderlijk voor wie eraan lijdt. ADHD-ers hebben voortdurend de behoefte om te bewegen en te praten, en hebben veel moeite om rustig te worden of te blijven.
Mentale hyperactiviteit
ADHD-ers zijn ook mentaal (inwendig) hyperactief: gedachten flitsen voorbij, en elke seconde rijpt er wel een nieuw idee in hun hoofd. En dat boven op hun concentratieproblemen!
Het is die hyperactiviteit die kinderen met ADHD verhindert om op hun stoel te blijven zitten!
Impulsbeheersing en impulsiviteit
Onze impulsen onder controle houden
Om in groep te kunnen functioneren, moeten we af en toe onze verbale of motorische reacties kunnen afremmen (inhiberen) en beheersen. Zo kunnen we niet zomaar opstappen uit een belangrijke vergadering omdat we één van de deelnemers niet kunnen luchten. En mogen we evenmin een automobilist te lijf gaan omdat hij weigert ons voorrang te geven. Inhibitie betekent dat we de diverse mogelijke reacties 'filteren' en daarbij dié reactie selecteren die het best is afgestemd op de situatie.
ADHD: een falende filter
Bij ADHD is die filter net als de aandachtsfilter verstoord. De patiënt reageert ondoordacht en houdt daarbij geen rekening met de soms ernstige gevolgen. Hij kan moeilijk omgaan met frustraties en tegenslagen. Patiënten beschrijven zichzelf vaak met 'Ik doe, dus ik besta', een afgeleide van de beroemde uitspraak van Decartes, 'Ik denk, dus ik besta'.
Volg de medische actualiteit en abonneer u op de nieuwsbrieven van MediPedia.















MediPedia Facebook