Acuut myocardinfarct

Behandelingen

ACS: welke geneesmiddelen moeten worden ingenomen na de ingreep?

Van zodra hij is gehospitaliseerd, krijgt de patiënt meestal medicijnen die langere tijd zal moeten innemen (secundaire preventie) voorgeschreven om:

  • samenklonteren van bloedplaatjes te verminderen (trombocyten-aggregatieremmers)

De patiënt moet levenslang een kleine dosis aspirine (acetylsalicylzuur) innemen na een acuut coronair syndroom. Om het samenklonteren van de bloedplaatjes nog beter te voorkomen, wordt in het eerste jaar na de hartaanval nog een tweede soort antiplaatjesmiddelen aanbevolen, naast aspirine. Dit antiplaatjesmiddel voorkomt de vorming van een stolsel op een andere manier dan aspirine. Hierdoor daalt het risico op een nieuwe hartaanval en stijgt de levensverwachting. Het is belangrijk om deze behandeling niet te onderbreken. Als de behandeling wordt gestopt, wordt de kans op vernauwing groot. En dat kan fataal zijn!

  • het hartritme te verlagen (bètablokkers)

De bètablokker verlaagt het hartritme en de bloeddruk. De pompkracht van de hartspier en de hoeveelheid bloed die het hart per minuut in het lichaam pompt, vermindert. Deze vermindering leidt tot een daling van het zuurstofverbruik. De bètablokker verlaagt ook de kans op ritmestoornissen na een infarct. Dit medicijn moet levenslang worden ingenomen.

  • de bloeddruk te verlagen (ACE-remmers)

ACE-inhibitoren remmen (inhiberen) enzymes die er in het lichaam voor zorgen dat de bloeddruk stijgt (Angiotensine Conversie Enzyme of ACE). Ze doen de bloeddruk dus dalen. Ze stimuleren ook de vorming van een litteken op de plaats van het infarct en stabiliseren de aderverkalking. Dit medicijn moet levenslang worden ingenomen.

  • het cholesterolgehalte in het bloed te verlagen (statines)

Deze medicijnen verlagen het vetgehalte van het bloed en beschermen de bloedvatwand.

  • bloedstolling te verminderen of te vertragen (anticoagulantia)

Meerdere studies onderzochten  de rol van orale anticoagulantia in de preventie van een terugval na een myocardinfarct. De resultaten waren tegenstrijdig. Een behandeling met orale anticoagulantia is dan ook niet systematisch aanbevolen, maar deze kan wel worden overwogen bij patiënten met een hoog risico op het vormen van bloedklonters in een slagader in het hart zelf (met het risico dat die bloedklonter in de bloedsomloop terechtkomt). Het betreft hier doorgaans patiënten die een erg breed infarct hebben gehad (ter hoogte van de buitenste wand van het hart), met een bloedvatverwijdering in het hart, een ernstig gewijzigde hartfunctie of die last hebben van boezemfibrilleren (een hartritmestoornis waarbij de boezems niet meer goed samentrekken).

Geschreven door Emily Nazionalevolgend hoofdstuk lezen

Om medisch nieuws te volgen, abonneer u op de MediPedia nieuwsbrief.
sca-quels-medicaments-faut-il-prendre-apres-intervention-welke-geneesmiddelen-moeten-worden-ingenomen-na-ingreep_180x180
Reclame
Ziektes van A tot Z